Dag 126 – 28 september 2016 – van Sarzana naar Marina di Massa – 22 km

Barbara en Roberto hebben de keuken al volledig aan te kant tegen de tijd dat wij onze rugzakken omgesjord hebben en afscheid gaan nemen. Barbara heeft een winkel van handtassen en accessoires. Ze is echter van plan die te sluiten en zich meer te focussen op de B&B. ‘Het probleem van Sarzana is dat de eigenaars van gebouwen waanzinnig hoge huurprijzen blijven vragen omwille van het zogenaamd historisch belang van deze stad, doch de handelsactiviteiten hebben zich verplaatst naar La Spezia en hier sluit de ene handelaar na de andere zijn deur.’ Een beetje ontmoedigd is zij, doch dankzij de de stijging van het aantal pelgrims op de Via Francigena hebben zij hoop voor hun B&B.

Zuchtend trekt André de zware deur dicht. ‘Wat was dit tof zeg!  Ik heb hier echt van genoten. Ben helemaal bekomen en heb zin om te stappen.’  Ik heb er ook heel veel zin in en we trekken samen door de Via Giuseppe Mazzini, richting Romaanse poort. 

Aan het rond punt, even na de poort, moeten we naar links, de Via Franciscana in. We gruwelen even bij de gedachte aan onze belevenis in het klooster eergisteren. De weg gaat vanaf daar stevig naar omhoog waardoor we snel neerkijken op Sarazana. 

Het meest in onze ogen springend is de gele, grote kerk van Sint-Franciscus. Die zullen we nooit vergeten. Van Wayne en Norma, het Canadees koppel dat we in Santa Cristina leerden kennen en waarmee we enkele dagen optrokken, krijgen we regelmatig tips door van goede verblijfplaatsen. Zij hebben een deel met de trein gedaan omdat ze op 20 oktober of zo, een afspraak met hun dochter in Rome hebben. Voor San Miniato tippen ze … het klooster van Sint Franciscus:-) Ik weet niet of we tegen dan van onze schrik af zullen zijn. 

We klimmen nog steeds steil naar omhoog, …… voorbij het fort van Sarzanello, die in de 14 eeuw de verblijfplaats was van Castruccio Castracani. Deze keizerlijke predikant zou model gestaan hebben voor ‘Il Principe’ van Niccolò Machiavelli. Raadgevingen aan vorsten geeft hij in dat boek: hoe zij ervoor moeten zorgen dat zij hun macht behouden en dat alle middelen daar goed voor zijn, zolang het doel maar bereikt wordt. Machiavelli was op zoek naar een nieuwe vorst die het toenmalig vreemdelingenproblematiek zou oplossen. Euh, verandert er echt niets in de wereld? Leren we echt niets van onze geschiedenis?

Voor deze bruiloft in Canioparolo zijn we wat te vroeg …… dan maar verder stappen door het Toscaans landschap dat een lust voor het oog is met haar heuveltjes en dalen … 

… met haar dorpjes, kerkjes en kastelen zowel hoog op de heuvels als diep in de dalen. 

Wat een bemoedigende kaart vinden wij op onze weg vandaag! Daarop staat de moeilijkheidsgraad op van de etappes tot Rome en na vandaag is er geen echt moeilijke etappe meer. En wat nog beter is, is het feit dat we het moeilijkste van vandaag achter de rug hebben. En dus beginnen we nog meer te genieten van al het moois dat we tegenkomen want over 470 km is het al gedaan!!

De olijfbomen staan heerlijk in de zon. Nadat we de berg na Aullo eergisteren afdaalden naar Sarzana toe, zijn we precies van de herfst terug naar de zomer overgeschakeld. Voor alle zekerheid vraag ik aan André hoe het met zijn herfstgevoel zit en, neen hoor, ook hij heeft dat niet. Integendeel, zijn hiel doet geen pijn en dat betekent volgens hem goed weer. 

De kaki’s (bij ons ook sharonfruit genoemd) verkleuren stilletjes aan van groen naar oranje. 

Met zijn gps steeds in de hand loopt mijn liefste overal de juiste weg te zoeken. 

Eigenlijk controleert hij dikwijls of de met pijlen goed aangegeven weg, wel degelijk goed aangegeven is. Je weet maar nooit en soms staat er ook effectief geen pijl en dan is het maar goed dat dr. Livingstone – want daar heeft hij wat van weg op bovenstaande foto vind ik – een klare kijk op de zaak heeft. 

De cactusvijgen smeken om gegeten te worden, maar ik vrees hun stekels en laat ze maar hangen, ondanks hun rijpheid (en ook omdat er iemand in de tuin aan het werken was).  

Het is quasi middag wanneer we in Castelnuovo zijn en toe zijn aan een hapje. We kijken wat in het rond en vinden een Japans restaurant. De rode loper ligt uit en er hangen ballonnen. Japanners doen veel om hun restaurant te laten opvallen. 

We willen binnen gaan en ze vragen ons nog even te wachten aan de deur. We zien Japannertjes wegschieten. De ene met een trapladder, de andere met een emmer met mortel, nog een ander met een stapel papier… We zijn de eerste klanten en worden met veel egard naar de tafel geleid, onze bestelling wordt opgenomen. … 

… en dan begint er een hele hoop mensen binnen te komen. De Japannertjes – ze zijn met velen – proberen iedereen goed te ontvangen, maar het wordt een chaos. Wij krijgen een deel van ons  eten. De rest volgt zo, zegt de blonde Japanse jongen. Na een half uur zegt het kleine Japans meisje met short ‘de rest komt zo’. Na een kwartier zegt de iets dikkere Japanse jongen – aan wie we koffie willen bestellen – dat ‘eerst de rest zal komen’. Na nog eens tien minuten is ons geduld op. Ik trek naar de kassa en vraag om de rekening maar zonder nummers 95 en 108 omdat we die niet gekregen hebben. ‘Ja maar neen, zet u aub terug neer want die brengen we zo’ zegt de kleine Japanse met de zwarte ballerina’s die ons ontving. Ik maak duidelijk dat we nu echt door moeten. ‘Kom dan morgen terug, dan doen we het opnieuw en krijgt u de maaltijd gratis’ dringt ze aan. ‘Dat lukt ook niet’ leg ik uit ‘we zijn op doortocht’. ‘Ach, dan betaalt u enkel de drank want jullie zijn onze eerste klanten. Het is vandaag onze openingsdag.’ Ik betaal 5 euro, bedank haar en zeg dat dat wat we aten echt lekker was. 

We trekken verder met de Apenijnnen links van ons in de verte als trouwe metgezellen. 

‘Kijk eens allemaal vogels’ zegt André. Dichterbij gekomen zeg ik ‘Neen, schatteke, ze hebben blijkbaar een kunstwerk gemaakt met grote dennenappels op het gras.  Een boer die ons ernaar ziet kijken, komt op ons af. ‘De jagers hebben dit gemaakt om vogels te lokken. Zo kunnen zij die gemakkelijk neerschieten vanuit hun schuilplaats’ vertelt hij ons. ‘Ik doe dat niet’ zegt hij er uitdrukkelijk en afkeurend bij  en dat vinden we tof van hem. 

Ook de granaatappels kleuren stilletjes aan rood, bijna klaar om in een fruitige salade te verdwijnen   

In de verte, achter het Romeins amfitheater ‘ zien we tussen de bergen, de marmergroeve van Carrara. 

Kijk eens, ook de limoenen zijn rijp!

En dit hebben ze uit witte Carrara marmer gebeiteld. 

De marmergroeve wordt steeds zichtbaarder en is echt immens. Het lijkt wel sneeuw zo uit de verte. 


Ik verslik mij in een wolk stof terwijl we door de industriezone voor marmerbewerkende bedrijven stappen. André is weeral in zijn nopjes: vrachtwagens die op en af rijden, kranen overal verspreid, … 

Deze blauwe bloemen bloeien desondanks op die straat, een kleine wonder en ik schenk deze aan onze 4-M’etjes. In Marina di Massa aangekomen hebben wij vanop de balkon van onze kamer in de Ostello della Gioventù (de jeugdherberg), dit vooraanzicht….

… en dit zijaanzicht. 

De Ostello was vroeger van een rijke mijnheer … 

… met volgens mij een bepaalde fixatie want dit Manneke Pis die in de tuin staat, heeft toch wat engs in zijn handen. 

De zon gaat stilletjes onder. 

En dan nog verder onder. 


Wij klinken op de voorbije kleurrijke dag in de strandtent met zicht op de palmen en het licht van de zon die nu helemaal weg is. 


En dan gaan de lichten buiten aan en die bij ons binnen uit, want morgen wacht een nieuwe dag die ons alweer een stapje dichter naar Rome leidt. 

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .

Dag 111 en 112 – 13 en 14 september 2016 – van Piacenza tot Chiarevalle della Colomba – 18 km

André heeft mij bijna vermoord! Net op tijd overwon zijn liefde voor mij, de waanzinnige woede die in hem was ontstaan en die hem naar de vlijmscherpe bijl deed grijpen om die richting mijn schedel te zwaaien

Badend in het zweet word ik wakker. André ligt heel vredelievend, lichtjes en regelmatig puffend zoals hij dikwijls doet, gewoon langs mij.  Wat mij tot die droom geïnspireerd heeft, weet ik niet. Ons onderkomen in Piacenza ligt in een residentiële zone met mooie villa’s die helaas soms in hun achtertuin een heel appartementsgebouw als uitzicht hebben.  Op straat ontmoeten wij goed geklede mensen die vriendelijk groeten. Niets uit mijn huidige directe omgeving kan de aanleiding zijn. Deze droom moet Freudiaans verklaard worden. Dit is voor later.

Vanmorgen willen we Piacenza verkennen en om 13u46 met de trein een stukje uit de stad rijden waar we de Francigena terug willen oppikken.  In deze hitte ettelijke kilometers langs een drukke baan stappen willen we niet doen. De laatste km’s gisteren waren van dat en daar is niets leuks aan. Daarna willen we stappen tot aan Fiorenzuola-d’Arda.  Onze rugzakken willen we, voordat we de stadstoer gaan doen, in bewaring geven in het station. Dit is ons plan voor de 111 dag van onze voetreis. Het is 13 september 2016. 

We lopen, na het ontbijt die we  van  I Tigli aangeboden krijgen in de trendy zaak ‘Seasons’ op de via  Genova –  waar we gisterenavond een fris slaatje met drie vruchten uit een eetbare kom aten – zo’n dik 2 km naar het station.

‘Neen dat gaat jammer genoeg niet. Sinds 9/11 kan je hier in Italië enkel in heel grote stations je bagage in bewaring geven.’ De vriendelijke loketbeambte kijkt zelf bedrukt wanneer hij mij dit antwoord geeft. ‘Spijtig dat het leven van brave mensen zoals jullie gecompliceerd wordt door enkele idioten, maar ik heb geen oplossing.’

Begripvol teleurgesteld zoeken we in het stationscafé tijdens het drinken van een espresso naar een oplossing en besluiten dat we ieder  om beurt een toer gaan maken terwijl de ander in het park aan de overkant van het station onder een boom met de rugzakken gaat zitten. We sjorren onze rugzakken om en gaan richting park. Nog geen vijf stappen hebben we gedaan of we horen een bekende stem roepen ‘Look who’s there!’  Norma en Wayne! Die willen met de trein naar Fidenza. Ze moeten enkele etappes overslaan omdat ze ergens eind oktober in Rome een afspraak met hun dochter en haar man hebben. Alhoewel zij een trein eerder naar Fidenza kunnen nemen, bieden zij aan om te babysitten op onze rugzakken en ook de trein te nemen van 13u46.

‘We zijn niet gehaast en willen graag dat jullie het centrum van Piacenza zien. Het is echt de moeite. Wij deden dat gisteren omdat we heel vroeg in de stad waren – we namen op een bepaald punt de bus omdat het stappen vreselijk werd door de hitte langs de drukke weg – en ons verblijf lag dicht bij het centrum’ stellen zij.

Wat een leuke wending! En zo weten we ook hoe het komt dat we hen gisteren uit het oog verloren op een bepaald punt. Dankbaar gaan we op stap.

De stad Piacenza ademt zowel haar aristocratisch verleden als haar militair belangrijke strategische ligging ui. Getuigen daarvan zijn de vele palazzi en de 4 kazernes.

Hannibal heeft zich hier op 18 december 218 voor Christus tijdens de slag bij de Trebbia (een zijrivier van de Po) een toegangspoort tot de rest van Italië verschaft.  Dat was een veldslag in de Tweede Punische Oorlog. Carthaagse troepen onder leiding van Hannibal stonden tegenover Romeinse troepen onder leiding van Tiberius Sempronius Longus senior, die toen consul was. De strategische ligging maakt dat nu nog steeds veel militaire macht hier bijeengebracht wordt. Mochten de Russen komen of zo. Dit is geen grap.

Op de Piazza dei Cavalli wordt de Palazzo Gotico, bewaakt door I Farnese, hertogen van Parma en Piacenza. De rechtse ruiter is Ranuccio, de linker Alessandro. Ze zitten hier al jaren op hun bronzen paarden die met hun voeten vastzitten in kostbaar wit Carrara-marmer.  Alessandro is in Italië beroemd, maar in België berucht, om zijn oorlogsvoering in onze streken.  In de 16 eeuw ontpopte hij zich onder Filips II behalve als relatief tolerant tegen de Nederlandse calvinisten ook als een bekwaam militair leider en slaagde er met een combinatie van toegeeflijkheid jegens protestanten en krijgskunst in om verscheidene opstandige steden zoals Brugge, Brussel, Gent, Oudenaarde en Antwerpen te veroveren om ze niet meer los te laten.Op weg richting de romaanse  Basiliek van St.-Antonius (één van de ettelijke kerken maar gezien hij hier de patroonheilige is, kiezen we deze) eten we superverse tortellini gevuld met ricotta en spinazie op het terrasje die je op de foto links ziet.

Naast kerken, palazzi en kazernes zijn er ook andere mooie dingen. Ik geef hieronder een voorbeeld …. … zonder commentaar.

Heerlijk is het om op de trein verder te kletsen met Norma en Wayne. Ze wonen in het Noorden van Canada in de mijnstreek rond Ontario. Ik denk aan steenkool maar het zijn ertsen die zij delven  Hij was daar geoloog, zij verpleegster. We nemen geëmotioneerd afscheid en zwaaien naar elkaar wanneer wij uitstappen. Wij op het perron, zij nog in de trein. Terwijl de trein wegrijdt, duwt Norma iets dat ik had laten liggen door het openstaande venster.

We zijn nog steeds in de Po-vlakte die ons na de eeuwige rijstvelden laat zien dat zij ook andere gewassen in haar schoot laat groeien.   Vandaag worden we omringd door  pomodori-velden. Die groeien gewoon op de grond. De geur van zongerijpte tomaten dringt aangenaam in onze neuzen. Voor de rest stikken we weer van de hitte. Geen greintje schaduw die voor verkoeling kan zorgen. Ik voel mij een kippetje-aan-het-spit. Vanaf morgen zou het afkoelen. Het geeft moed. De derde keer dat we deze fietser zien, ga ik op hem af en vraag of hij problemen heeft. ‘Ja’ zucht Paul uit Manchester ‘mijn GPS is plat en ik kom al drie keer op dit punt uit.’ André helpt hem op weg, dankbaar fietst Paul door naar Fidenza. ‘Ons kan dit niet overkomen. Wij hebben én papieren gids bij én reservebatterijen voor de GPS.’ stelt André. Ik ben blij met zo een stapcompagnon!De Agriturismo Maschediera ligt aan het uiteinde van grondgebied Fiorenzuola-d’Arda, heel dicht bij de Abdij van Chiaravalle della Colomba, stellen wij onderweg vast. Dat maakt dat we vandaag meer moeten stappen dan gepland, maar morgen minder. Dapper stappen we verhit verder tot de Maschiedera. De eigenaar (knap, jong, vriendelijk, vrijgezel, slim, landbouwer én Agriturismo-uitbater) staat ons op de oprit op te wachten. Na het onthaal brengt hij ons met zijn stoffige Landrover naar het dorp en geeft ons tips over waar we kunnen eten.  De Osteria Garibaldi waar ze regionale specialiteiten maken aan redelijke prijzen, klinkt ons het best in de oren. We moeten ons wel een weg banen tussen de wegwerkzaamheden, maar dat hebben we ervoor over. De weg is opgebroken en stoffig, maar we zijn meer gewend. Helaas voor ons is de Osteria gesloten. Op het Molinari-plein (voor de kenners: die van de Sambuca Molinari)  komen we voorbij een cafeetje waar er een aperitiefbuffet is. Je koopt een drankje en neemt zoveel hapjes als je wil. De hapjes zijn zo lekker dat we er teveel van eten zodat we geen zin meer hebben om echt te gaan eten. We bellen Enrico en 10 minuten later pikt hij ons op. Echt een luxe.  Hij teelt tomaten, zoete maïs en erwten en maakt er conserven van. ‘De tomatenoogst is volop bezig ‘ vertelt hij ons ‘donderdag wordt er regen verwacht en we zijn ons allemaal aan het haasten om onze oogst daarvoor binnen te krijgen.’ De tomatenoogst verloopt volledig automatisch: de machine plukt de tomaten, binnen in de machine worden ze gescheiden van grond en onkruid, de sensors detecteren de groene tomaten, pikken ze eruit en dan worden ze samen met de grond en het onkruid terug op het veld gegooid. Daarna gebeurt de conservering. We hebben gisteren zo een machine in werking gezien, doch enkel de buitenkant. Nu weten we wat er binnenin gebeurt. Aan het ontbijt ‘s anderendaags maken we kennis met één van de drie zussen van Enrico. Virginia woont in Turijn en is op bezoek bij haar broer met haar twee kinderen. Daarom zijn de kinderen van de andere twee zussen ook hier. Ze slapen hier samen, eten samen  en spelen samen.  Het lijkt wel een zomerklasje gevuld met lieve, welopgevoede kinderen. De familiale warmte is voelbaar. Virginia is geïnteresseerd in onze tocht en vraagt of het niet te zwaar is.

‘Neen hoor’ stel ik ‘we moeten fit jaar immers maar 750 km doen’.

‘Hoe bedoel je, nog maar 750 km? Te voet 750!’

Ze vindt deze uitspraak zowel verbluffend als hilarisch en lacht zich een breuk. Even later stelt ze mij aan haar vriendin Irena voor als volgt: ‘Dit is Concetta. Deze dame gaat samen met haar man te voet naar Rome en weet je wat ze zei? Ze moeten ‘nog maar 750 km’ doen.’ Nu lachen ze vol ongeloof met twee, maar vinden het geweldig.

Op weg van de Agriturismo Maschediera naar Chiaravalle della Colomba komen we deze oogstklare zonnebloemen tegen. Hun gele krans zijn ze kwijt maar het heeft toch iets vind ik. Het lijken mensjes met allemaal zwarte kopjes.
Vanavond slapen we in een Cistercienzer-abdij. Ik ben voor de deur aan deze blog aan het werken wanneer mensen mij naderen omdat ze denken dat ik de conciërge ben. Het is het rondfietsend Waals gezinnetje dat we in Spessa ontmoetten. Het wordt een leuk weerzien. De jongens hebben ondertussen ook een geloofsbrief gekregen en gaan die samen met ons laten afstempelen. Kijk eens hoe lief ze ermee pronken.

‘Zie je wat er aan ons is veranderd?’ vragen ze mij in een trotse houding.

‘Jullie beide haren zijn geknipt! De jouw krulletjes zijn weg.’

‘Dat vind ik net heel fijn’ zegt de ex-krullebol fier.

‘Heel mooi’ onderstreep ik met klem, hoe jammer ik het ook vind van die krulletjes die mij vertederd hadden.  Om zeven uur gaan we naar de mis in de Abdij en we hebben geluk. Het is vandaag de dag van het Heilig kruis en de door een professional gezongen mis wordt opgeluisterd door zeven Tempeliers in prachtige mantels.

André en ik bidden mee waar we kunnen en bidden daarboven onze 4M’s dankgebed. De boodschap van de dag voor de Katholieken is ‘Iedereen heeft in zijn leven dingen die niet lopen zoals je zou willen. Omarm die, loop er niet van weg. Ze uit de weg proberen te gaan is verspilde moeite. Leer ermee leven en je zal zien dat het leven je veel te bieden heeft ondanks je kruis.’

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .

Dag 108 – 10 september 2016 – van Spessa naar Santa Cristina – 18 km

We zijn er klaar voor! Dag 108 kan van onze voettocht naar Rome eindelijk beginnen. Nog even op de foto met dit alternatief Waals gezinnetje. Rodolfo en Donacienne toeren al 2 maanden in Italië rond met de fiets samen met hun twee kinderen en twee tenten. In Spessa zijn ze één  week lang gebleven om de kinderen de kans te geven mee te doen aan het plaatselijk zomerevent. Die twee blonde jongetjes hebben heel veel geknutseld en mama Donacienne vraagt of ze een zak met hun knutselwerkjes in onze auto mag leggen. Op de fiets zou er niet veel van overblijven. Ze hebben nog 6 maanden te fietsen. 

Uiteraard mag dat. Eens terug in België zullen zij die bij ons komen halen. We hebben adressen uitgewisseld (zij geven die van hun ouders op want momenteel hebben ze geen eigen adres) en hebben hun zak, alsook onze eigen spulletjes die we niet in onze rugzak meenemen, in de auto gelegd. André heeft daarnet op aanraden van onze garagist in Leuven, de batterij afgekoppeld en een zeil over de auto gespannen. 

Zo kan hij hier veilig blijven staan totdat wij hem terug komen oppikken. Ooit:-)

Goed omringd is ons autootje door stevige landbouwmachines, eigendom van de rijststelers die in het kasteel wonen, vlak langs de boerenwoning waar onze Ostello Artemista ligt. Zij telen de Carnaroli-rijst, de Rolls-Royce onder de rijst voor risotto. 

Elisa, de uitbaatster van de Ostello, heeft de eerste stempel van dit jaar in ons pelgrimsboekje gezet en ons uitgelegd hoe we van hieruit het gemakkelijkst in het dorp Costa De’Nobile komen. Daar gaan we aansluiten op de via Francigena. Het is volgens haar een veel mooiere weg dan die wij dachten te nemen. Die zou te lang zijn en loopt constant over drukke straten. ‘Ga dwars door het volgend dorp, San Zenone al  Po, tot aan het kerkje. Sla daar af naar links, daar stopt de asfalt en loop je op de argine (de oeverwal tussen twee rijstvelden). Ga gewoon altijd rechtdoor en je komt uit in Costa de’Nobile.  Ook legt ze ons uit hoe we bij ons terugkeer tot hier met het openbaar vervoer kunnen geraken. Dankbaar voor al dit advies nemen we afscheid van Elisa.  ‘Non un addio, ma un arrivederci‘ zwaait ze ons na. 

‘Knap wat die Elisa in dit klein, amper 500 inwoners tellend dorp, gerealiseerd heeft’ zeggen we tegen elkaar terwijl wij het dorp uittrekken. ‘De verbouwingen doet ze grotendeels zelf met haar vriend, die musicus is in hoofdberoep. Cultureel valt er heel  wat te beleven in Spessa dankzij haar: recitals, dans, toneel, muziek. Ferm kind !’

We komen langs het café/parochiezaal van Stefania. Die wil ons persé nog een koffietje aanbieden voordat we vertrekken. Gisterenavond maakte zij eten voor ons. Er zijn in Spessa geen restaurants en Elisa brengt haar gasten, indien zij dat wensen, in contact met Stefania. Die heeft geen menu maar vraagt op voorhand wat je die avond wil eten en dan maakt ze dat gewoon.  Wij vroegen gegrild vlees met een grote salade en kregen dat ook.Wij zijn de enige gasten, de fles wijn staat gewoon op tafel – ‘Drink maar hoeveel je wil, en dan zien we wel’ krijgt André als raad van Domenico, de metgezel van Stefania – en de televisie vult de achtergrond.  Het werd een leuke bedoening – ook al dronk André maar twee klein glaasjes van de blijkbaar zeer lekkere frizzante wijn en ik enkel water – dat moet op beeld :-)De kerkklok slaat negen keer hard en één keer zacht: het is halftien wanneer we Spessa uiteindelijk verlaten. We stappen dwars door San Zenone al Po, zien de kerk, slaan links af en stappen op de argine tussen de rijstvelden. 

De GPS zegt echter dat we verder door moeten via de gewone weg, de brug over. Dat zegt ook de man die zijn huis aan het schilderen is. ‘Maar ja, Elisa heeft ons net een mooiere weg aangeraden?’ menen wij.  En we gaan verder op de argile. De man met de verfborstel roept nog eens ‘oostelijk moeten jullie gaan’ en wijst naar de asfaltweg, de brug over. Ja nu weten we het ook niet meer. We komen een vrouw met een hond tegen. ‘We moeten naar Costa de’Nobile. Geraken we er via deze argine?’ Ze denkt even na en zegt ‘Ja hoor, gewoon altijd rechtdoor.’ Gerustgesteld stappen we verder, genietend van de quasi oogstklare rijstvelden die op sommige plaatsen op een schilderij lijken. De argine loopt ten einde, volgens de GPS zijn we op 500 meter van Costa de’Nobile, doch we geraken niet aan de andere kant van het water.  We schakelen Google Earth in.  Die zegt hetzelfde. We zien het niet meer zitten.  

Kortbij horen we een motorcrosser steeds heen en weer rijden. Het blijkt een oefenpiste te zijn. We roepen. Uiteraard hoort hij ons niet. Ik klim op een heuveltje om te zwaaien, maar zak door het mulle zand. Ik raak nog net op tijd recht om een heldhaftige André te zien die pal midden op de crossbaan staat met zijn rechterhand een stopteken makend. De motorcrosser stopt, gelukkig. We moeten naar rechts en dan terug naar omhoog de argine op. Dat doen we en stellen vast dat het dezelfde argile waar we van komen waar hij ons op terugstuurt. Ontgoocheld blijven we staan dralen. We hebben honger en eten een granenreep. Meer hebben we niet bij want we hadden een korte tocht gepland vandaag. 

Ineens zien we dat de motorcrosser ons nadert en naast ons stopt. ‘Hier komen we van’ maken we hem duidelijk.  ‘Maar dat is de enige mogelijke weg’ stelt hij ‘Jullie moeten tot aan San Zenone, dan de brug over de Po, …’. Pfff.  De weg die de GPS duidde. En de man met de verfborstel. De motorcrosser (semi-professioneel, heerlijke piste om te oefenen hier, vertelt hij terloops) raast weg en wij gaan gedwee, beetje morrend, terug naar de brug ….

… waar we twee uur en half geleden afgeslagen zijn aan de kerk. 

Vanaf hier gaat het heel vlotjes. Godzijdank! Want de hitte is weer verschrikkelijk alhoewel we midden september zijn. De thermometer die aan André’s rugzak hangt, gaf 36 graden aan. We komen moe maar opgelucht in Santa Cristina aan waar we in een echt pelgrimsverblijfplaats logeren.  Zonder geloofsbrief kom je hier niet in. 

 Reuzenhonger had ik! Daar heeft deze reuze pizza met frutta di mare een eind aan gemaakt. De pizzaiolo is een Chinees. Enkeke Italiaanse stamgasten proberen hem ‘birra’ te laten zeggen en lachen zich kapot omdat hij ‘billa’ blijft zeggen. De Chinees lacht vrolijk mee. Voor de rest spreekt hij fatsoenlijk Italiaans. Waarom dat klein beetje dat hij verkeerd zegt, willen verbeteren? Het is toch net dat beetje imperfectie dat een mens zo uniek en soms zo charmant maakt. 

Liefs,

Concetta 

Mijn locatie .

Officiële mededeling

C&A delen mee vandaag 16 augustus 2015 hun voettocht naar Rome met succes beëindigd te hebben alhoewel ze Rome niet bereikt hebben.  Het eindpunt was immers nooit hun doel, wel de weg ernaar toe. Nu nog verder gaan zou inhouden dat bepaalde  lichamelijke problemen nodeloos zouden verergeren én het zou niet veel meer bijdragen tot hun beoogd doel. Die hebben zij namelijk al bereikt: zij zijn nader tot zichzelf en tot elkaar gekomen en hebben ontzettend leuke en mooie dingen beleefd. Ze zijn meer dan dolgelukkig met elkaar en met de wereld, maar vooral met de vele fans  (familie, vrienden, bekenden en onbekenden) die hen gedurende de hele reis gevolgd en gesteund hebben.  Vanavond  (16 augustus 2015) komen ze aan in Zaventem na een vlucht via Londen.

‘Een dikke merci aan jullie allen!’


Mijn locatie .