Dag 154 -26 oktober 2016 – van Viterbo naar Vetralla – 19 km

‘Viterbo is zoals dit hotel’ declameer ik na het ontbijt tegen Cirio, de mooie, beleefde Johnny Depp-achtige jongen aan de receptie ‘Lelijk en vuil van buiten, maar van binnen heel mooi en proper met vriendelijke, aangename mensen zoals jij.’ ‘Dank je!’ antwoordt hij gecharmeerd. ‘Wij gaan het hotel van buiten ook opkalefateren. Maar Viterbo zelf, daar zal niet veel aan veranderen. Velen Viterbianen willen de toeristen buiten houden en willen daarom niets doen om de stad aantrekkelijker te maken.’ 

Nu begrijp ik deze stad beter! Viterbo wordt bewust onder een grauwe sluier gehouden. Ideaal dus voor mensen die authenticiteit zoeken en verscholen schoonheid kunnen zien. 


Dit uitzicht vanuit de Palazzo Communale op de kerk van de SS Trinita bijvoorbeeld hebben ze niet kunnen versluieren. 

Na het afdalen vanuit de Piazza San Lorenzo – waar de mistroostige Dom staat …

… vinden we de buitenkant van de stadsmuren veel mooier dan de binnenkant. 
… met het restaurant van de Pausen op een kinderlijk mooie manier tegen de muren geplakt.

Hoe verder we lopen, hoe mooier het zicht op de versluierde stad vind ik. 


En dan staan we buiten de muren…

… lopen door straten die uitgehouwen zijn uit rotsen…


… en daar komen we deze minzame pelgrimsbroeders tegen. Patrick en Joan (zonder h) uit Antwerpen zijn op 2 Augustus in Londen vertrokken aan Saint Pauls Cathedral. In 2013 stapten ze al samen naar Compostella. ‘En, geen fricties zo nu en dan tussen jullie twee?’ wil ik weten. ‘Nooit!’ antwoorden ze gelijkgestemd. . 


Vermakelijk is het stappen met deze twee mannen door een minder spectaculair landschap dan we de laatste tijd gewend zijn, al babbelend in het Vlaams (wij) en in het Antwarps (zij). Ineens houdt Patrick de fietser, die uit de tegenovergestelde  richting komt, tegen door pal midden in zijn weg te gaan staan. Joan haalt iets uit zijn rugzak:  een zwart pochke die Patrick gisteren op de weg vond met allerlei fietsgereedschap in. De fietser krijgt die cadeau. Totaal verbaast kijkt deze! Zomaar iets krijgen terwijl hij aan het fietsen is van een wildvreemde? Dat gebeurt hem niet elke dag. Dankbaar maar nog steeds verbaast, rijdt hij verder al groetend naar ons, 4 pelgrims die nu allemaal een blij gevoel hebben door Patricks goede daad van de dag. 


Het begint wat feller te regenen en zo zien mijn drie geweldige mannen van de dag er uit in regentenue. 


Ondanks de regen worden hier olijven geoogst. Dit wordt waterige olijfolie volgens mij. Eergisteren vertelden andere olijfplukkers ons dat er niet geoogst mocht worden in de regen. Misschien is dit goedkopere olie. 


In deze weide staan heel veel ooien met hun nog niet zo lang geleden geboren lammetjes. Schattig, maar worden lammetjes niet rond Pasen geboren? 

Dit is Vetralla, een pittoresk gelegen gemeente. 

We lunchen er en bewonderen de stempels in de pelgrimsboekjes van Patrick en Joan. 
Maken een toertje door de kern van het dorp waar we oa dit stevig gebouwd gemeentehuis zien… 

… en de Rocca de Vetralla .. 


Ook dit dorp heeft een duidelijke Etruskische stempel. 

Nog een tweetal kilometer stappen en dan betreden we het Benedictijns klooster Pacis Regina. Het is ongeveer halfvier. Suora Maria Benedictina ontvangt ons al neuriënd. We krijgen per twee een sobere, maar prima kamer met eigen badkamer. Warm  water is er over een half uurtje, de Vespers (vrijblijvend) zijn om zes uur en eten om halfacht. ‘Wanneer komt het ander koppel?’ wil ze weten. ‘Die zijn nu nog aan het vliegen. Tegen 18u30 komen ze aan in Vetralla station. 


André en ik gaan naar de Vespers. Met dertien zijn ze, de Benedictijns zusters: 8 Kongolese, 1 Nigeriaanse en 4 Italiaanse. Als engelen zingen ze tijdens de mis, mooi, zacht en fijn. 

Tijdens de mis valt mij weerom op hoe anders en intenser Italianen omgaan met hun geloof. Ten eerste, de beleving van de mensen: zij geloven écht. Dat zie je aan de overgave waarmee ze in de kerk zitten. Ten tweede, de manier waarop de priester preekt. Vandaag vertelt hij dat echt bidden niet dat is wat wij, katholieken, hier in de kerk samen doen. Dat zijn woorden die op schrift zijn gezet om te gebruiken wanneer we samen zijn om zo onze rituelen uit te kunnen uitvoeren. Neen, echt bidden doe je met een zingend hart wanneer je alleen bent, bezig met je dagelijkse activiteiten. Een hart dat zingt zowel van verdriet als van vreugde.  Zoals een moeder  die dagelijks spontaan altijd aan haar kinderen denkt, in haar eigen woorden in gedachten tot hen praat, zo bid je ook tot god, spontaan in je eigen woorden, met woorden die je hart doen zingen. 

Waar blijven ze toch? Aline en Marjo zijn om 19 uur nog niet daar en het is pikkendonket op de 15 km lange laan van het dorp tot het klooster. We gaan een tijdje buiten staan met ieder een zaklamp in de hand proberen we zo ver mogelijk schijnen, maar zien hen niet. 

En dan zijn ze daar! Net voor etenstijd stappen ze in ons verhaal. Vers uit België, klaar om vanaf morgen met ons mee te stappen. Heerlijk zo vrienden te hebben die dit samen met ons willen meemaken. 


Heerlijk ook om vrienden te hebben die ongerust berichten beginnen sturen. ‘Zijn jullie veilig?’ ‘Hebben jullie iets gevoeld van de aardbeving?’ 

Hoe? Wat? We weten van niets. We zijn samen met Aline, Marjo, Patrick en Joan in de eetzaal van het kloosters lekker aan het eten, gezellig aan het babbelen en uitbundig aan het lachen met Suora Maria Benefictina die ons het eten brengt, afruimt, stempel in ons boekje zet en het geld int. 

Internet doet het in de eetzaal niet en het duurt een tijdje voor we weten wat er aan het gebeuren is. En, neen, we hebben niets gevoeld. De aardbeving is aan de andere kant van het land, meer in Le Marche. Wij zijn blijkbaar ook  heel veilig binnen dit klooster dat zo gebouwd is (met heel speciale onderkeldering) dat zelfs een aardbeving korter bij huis, ons niet zou kunnen deren. Dat vertelt de professore in Theologia mij, die hier ook rondloopt maar niet met ons meeat omdat hij pas terug is na een lange dag in Rome. 

Wel heeft het ontzettend hard geregend, geonweerd en gebliksemd vannacht. Benieuwd wat deze nieuwe dag ons brengt, samen met Aline en Marjo. 

Liefs,

Concetta 

Mijn locatie .

Dag 152/153 – 24 en 25 oktober 2016 – van Montefiascone naar Viterbo – 18 km

Hoe anders ziet de wereld eruit wanneer je uitgeslapen bent! Ik heb mij daarenboven vannacht goed geamuseerd op het verrassingsevent dat Peter voor Ria’s verjaardag georganiseerd heeft. 

Ria was vorige week jarig. In haar antwoord op mijn felicitaties schreef ze dat ze gewoon rustig thuis was (ze werkt niet op woensdag) en dat Peter waarschijnlijk wel een verrassing voor haar zou hebben. Wat de echte verrassing geweest is, weet ik niet. In mijn droom heeft Peter een taartenbakevent georganiseerd in de keukenafdeling van de Ikea. Alle genodigden (C&A waren er bij) kregen per twee alle ingrediënten voor het bakken van een zwartewoudtaart. 


Bij de meeste koppels was het resultaat ongeveer dezelfde.  Behalve bij Ria en Peter! Die hun taart viel 10 keer zo groot uit, alhoewel ook zij dezelfde ingrediënten gebruikt hadden. Een overgelukkige Ria en Peter hadden wel veel moeite om hun taart mee naar buiten te krijgen. Ze viel telkens stuk, werd langs alle kanten door hen bijgewerkt, en toch bleef hun taart er geweldig uitzien, alle crèmes, kersen en chocokadeschilfers terug op de juiste plaats.  ‘Hoe doen jullie dat toch?’ vroegen de genodigden, doch Ria en Peter hadden geen tijd om te antwoorden want de taart viel weer stuk. Toen ik met buikpijn van het lachen wakker werd, waren zij nog steeds aan het worstelen met hun taart aan de deur van de Ikea. Sorry Ria en Peter, maar het was hilarisch. Hoop dat de echte verrassing minder stressvol was. 


Aan het ontbijt zit een dolgelukkige André: er zijn eitjes!  Lang geleden dat we er nog kregen. 

Ons hotel is heel mooi, zowel qua bouw als qua inrichting. Kijk eens wat een mooie gewelven in de bar.  

Deze groep Engelsen zijn ouders van kinderen die naar dezelfde school gaan. Zij wandelen van Sienna naar Rome zonder rugzak. Dezelfde tocht die hun kinderen in de zomer deden, maar dan met rugzak. Niet de FrancigenaBewerken, maar een eigen route die over de Monte Amiata gaat en door hun gids uitgestippeld. Ze stellen 101 vragen wanneer zij ons met de rugzak omgesjouwd zien vertrekken. Ongelooflijk vinden zij dat we dit al meer dan 2.100 km volhouden. Hun eigen kinderen stijgen na iedere stapdag die zij zelf doen, verder in hun achting. ‘In de hitte van juli hebben zij gestapt mét rugzak. Dat zouden wij niet kunnen.’ Ze buigen voor ons wanneer we vertrekken en kloppen ‘Great, Great’ op onze schouders. 
Hun gids is de man op de foto langs André. Hij is de leraar van hun kinderen én gespecialiseerd in trekkingreizen tussen Sienna en Rome. Hij is zelf heel bescheiden, maar zijn groepsleden vertelden ons dat hij een levend kompas is (alleen voor de oversteek van de Amiata heeft hij een kaart gebruikt!) én alles over geschiedenis en cultuur weet zowel in het algemeen als over deze streek in het biezonder. ‘Én hij is een heel, heel goede leraar voor onze kinderen’ voegden ze er enthousiast aan toe.  Wauw, zulke ouders wens ik al onze leraars en leraressen toe!

 

‘Tiens, is dit het dorp dat ik gisteren zo vreselijk vond?’ vraag ik mij op de Piazza Vittorio Emanuele af. We lopen via sfeervolle, verzorgde straten en pleinen de trappen op, want het is wel nog een heel stuk klimmen. 

Helemaal op het hoogste punt aangekomen (op 621 meter) staan we oog in oog met de enorme koepel van de Santa Margherita-kathedraal in het ochtendgloren. 27 meter heeft hij als diameter en is daarmee een van de grootste in Italië. 


Vlak daarlangs staat de kerk van de Madonna Pellegrina met een prachtige fresco. 


Wij hebben dit kerkje omgedoopt tot de doe-het-zelf-kerk. 


Terwijl ik mijn Emmetjes-gebed bid, speelt André rechtstaande piano en zet stempels in ons pelgrimsboekje onder het goedkeurend oog van Maria die een speciale Bambino op de arm heeft. Deze Bambino ligt niet gewoon in haar armen, maar maakt zich los van haar terwijl hij naar omhoog wijst, naar zijn vader in de hemel. Blijkt een breuk te zijn qua uitbeelding met de gebruikelijke afbeeldingen.  

 

In het park lopen twee priesters in zwarte habijten voorbij de Rocca dei Papi. Ze passen perfect in het panorama. 


Nu is de Rocca dei Papi een museum, vroeger was het een belangrijke verblijfplaats voor pauzen. 

We stappen iets verder en krijgen een fantastisch zicht op het Bolsena-meer. Diep inademen. Intens bewonderen. Alle schoonheid in onze poriën laten doordringen. Waanzinnig mooi is dit weer!
Bij het afdalen van het hoogste punt van Montefiascone, staan deze parasolbomen aan onze linkerkant. Geen idee hoe ik erin geslaagd ben deze verbluffend mooie foto te maken, maar het bewijs is er. 

Op de oude Via Cassia lopen, op de door de Oude Romeinen gelegde grote stenen die nu nog beter liggen dan op sommige Belgische wegen, geeft een glorieus gevoel, bijna heldhaftig zelfs!


Onderweg leren we hoe ze het deden: bomen kappen, ondergrond egaliseren, grint maken en ondergrond ermee beleggen, goed aanstampen, dan de massieve stenen erop en, voilà, de soldaten kunnen marcheren. 

Wat een bedrijvigheid tussen de olijfbomen vandaag. De oogst is in volle gang. We horen veel gelach en geroep. Duidelijk hele families die samen aan het oogsten zijn. 

‘Woensdag wordt er regen verwacht en dan moeten we gedaan hebben’ vertellen deze leuke oudjes ons. ‘Iedereen die kan helpen, helpt en dan is het snel gedaan.’ Met zoveel vrolijkheid gemaakt, zal deze familiale olijfolie vele monden verblijden, eens hij geperst is. 

Montefiascone domineert quasi de ganse dag het landschap waar wij door stappen. 
Op de plek waar een rustplaats voor pelgrims is, zouden we wel willen blijven. Wat een uitzicht, wat een ruimtegevoel, wat een licht!

Het huis dat er staat, wordt niet meer gebruikt. Misschien kopen en er een eetcafeetje openen voor passerende pelgrims? Zou nuttig zijn, want er is weer niets te eten noch te drinken tussen Montefiascone en Viterbo. 

Ongelooflijk hoe vlak het ineens is na die laatste heuvel waar we passeerden. 

Viterbo is in zicht! In het dal, daar vlak voor de Monte Jugo, daar ligt het. Toch nog een 8-tal kilometers te marcheren voordat we er zijn.

En daar zijn ze weer: een deel van de groep Canadezen, een viertal kilometers voor Viterbo. Door hun getetter lijken de saaie kilometers door stoffige landweggetjes sneller te gaan. 


De volledig ommuurde stad Viterbo, stappen we binnen door de Porta Fiorentina. 


Niet direct een wauw-gevoel geeft deze stad ons. Vroeger maakte ze deel uit van de kerkelijke staat en er resideerden vele pauzen. In 1271 stelden de bewoners een daad van historisch belang. 


Ze sloten de kardinalen op in dit Pauselijk Paleis en zetten hen op water en brood totdat zij een Paus aanstelden. De vorige was immers al drie jaar dood. Gregorius X vond dit een geweldig idee en nam dit over. Tot op heden wordt dit systeem – het Conclaaf – toegepast wanneer er een nieuwe paus moet gekozen worden. 

In Viterbo zit de schoonheid echt van binnen want de buitenkant zit letterlijk onder een laag vuil. De meeste gebouwen zouden een zandstraalbuurt best kunnen verdragen. Ik heb toch enkele mooie dingen gevonden. 

Een Italiaanse Bella, gracieus gezeten op de stenen bank rechts van de Dom. 

De Verlosser met Heiligen van Gerolamo da Cremona uit de XV eeuw, links van het altaar in de Dom. 


Deze pietà: de ontroerendste die ik ooit zag, helemaal in het donker gevonden achteraan in de Dom. 


Het Pelgrimsplein: zo authentiek en zo alleen achtergelaten net als zoveel andere schatten van gebouwen en pleinen in deze Pausenstad. Ik word er niet goed van. Onbegrijpelijk dat alle aandacht naar bepaalde steden gaat en anderen totaal verwaarloosd worden. 


Dé revelatie van Viterbo voor mij was er eentje van persoonlijk belang. Terwijl ik vooraan bij de wasmachines op mijn smartphone zit te tokkelen, stopt André onze was in de droogkast achteraan. 


Ik hoor hem een gesprek voeren met de Italiaan die zijn donsdeken aan het drogen is. Helemaal in het Italiaans. Geen Franse woorden erdoorheen, geen Engelse of Duitse. Ik blijf op mijn stoel vooraan zitten om hem alle ruimte te geven en hoor dat het goed is. En ja hoor, terwijl we met onze propere was terug naar ons hotel keren, zegt hij mij ‘Ik denk dat ik vanaf nu in Italië alleen mijn plan zou kunnen trekken.’ 

Het is gebeurd! Trots op mijn André die deze klik gemaakt heeft. 


Vandaag, dinsdaf 25 oktober, is onze laatste rustdag. In 7 stapdagen gaan we de resterende 110 kilometers tot Rome afleggen. 

We gaan er nog vollenbak van genieten! Deels samen met Aline en Marjo die morgenavond 26 oktober aankomen en dan drie dagen meestappen. Wij verheugen ons erop!

Liefs,

Concetta 

Mijn locatie .

Dag 151 – 23 oktober 2016 – van Bolsena naar Montefiascone – 18 km


‘Dit hebben we gisterenavond niet opgemerkt!’ zeg ik blij verrast aan André, die aan de andere kant van de kamer heel zijn hebben en houwen in zijn rugzak propt. Dit zicht op het Meer van Bolsena – een kratermeer, 370.000 jaar geleden ontstaan door de instorting van een caldera van de vulkanische Monti Vulsini – vanuit onze kamer in Hotel Nazionale is een onverwacht cadeautje waar we even samen van genieten alvorens te gaan ontbijten. Ik ben gisteren vanuit die kant Bolsena binnengekomen.

Op het einde van de gang, nog iets dat we gisteren niet opmerkten: een prachtige zicht op het historisch centrum van Bolsena. Van die kant is André gisteren afgekomen. Zo opgesloten zaten wij in onszelf dat we niet merkten op welk mooi, strategisch punt ons hotelletje ligt. Foei, foei!


Gelukkig met dit inzicht ontbijten we, inmiddels traditioneel, op z’n Italiaans. De enige andere gast, aan wie ik vraag om een foto van ons te trekken, is een professore, dottore én direttore van een school in Arezzo (ligt hier iets verder richting Firenze). Hij vertelt ons over de schoonheid van dit meer waar hij en zijn partner zo graag naar toe komen: heel mooi, rustig, zowel mondain als toegankelijk, niet bekend bij het grote publiek. Ik grijp mijn kans en vraag hem waar ik best in Italië litteratuur en filosofie zou studeren. ‘Moeilijk’ zegt hij al fronsend ‘de meeste universiteiten in Italië zijn door de crisis in een chaos beland. Zelfs Bologna, dat toch wel één van de meest gerenommeerde universiteiten was. Misschien Sienna? Daar heb je nog het voordeel dat ze het mooiste Italiaans spreken.’

André suggereert dat ik best in Leuven begin met rondvragen over dit item. ‘En misschien kun je daar al wat volgen?’ (Lekker dicht bij mij hoor ik hem denken, al zegt hij het niet). En misschien heeft hij wel een punt.


We kopen nog een broodje voor onderweg op de piazza Matteotti. met de oude stad hoog boven ons. Ook deze stad was ooit een Etruskische nederzetting die door de Romeinen werd vernietigd en ingepalmd. De Etrusken, één van de hoogst ontwikkelde volkeren uit de oudheid, leefden lang tussen de Arno en de Tiber. De Romeinen leerden hun schrift, hun cultuur en hun godsdienst. Als dank versloegen ze hen in 280 voor Christus en begonnen hun Romeins rijk uit te bouwen o.a. door straten te bouwen vanuit Rome naar de rest van de wereld. Dat konden de Etrusken niet.

Al ooit gehoord van het Wonder van Bolsena?  Die voltrok zich in 1263 hier in het kerkje van Santa Christina. Een hostie begon te bloeden in de handen van de Boheemse priester, Peter van Praag. Die geloofde niet in het incarnatiemysterie (de verandering van wijn in brood in het lichaam van Christus door de woorden die uitgesproken worden tijdens de consecratie).


Dit voor de katholieke kerk zeer belangrijke wonder, is door Raffaello vereeuwigd op doek  (te zien in de Vaticaanse musea) én door de kerk. Die institutioneerde deze Sacramentsdag ‘Corpus Domini’  (tweede donderdag na Pinksteren) en bouwde speciaal daarvoor een blijkbaar wondermooie Dom in Orvieto. Daar wordt het bevlekte doekje, waarin de priester de bloedende hostie wikkelde, bewaard.  Dante was hier niet goed van. In de walgelijk corrupte, moordzuchtige stad Orvieto zo’n wonder herdenken? Het ging zijn verstand te boven. ‘Ketters in toom houden’ daar zou het de kerk om te doen zijn geweest. Ik zet Orvieto alleszins op mijn nog-te-zien-lijst.


‘Daar zijn we weer!’ zegt André ‘onze Canadese vrienden’.  Ze bewandelen de Via Francigena kris-kras en vanuit vetschillenfe uitvalsbasissen waar ze telkens enkele dagen verblijven met hun zessen. En toch is het al de derde keer dat we hen tegenkomen. Gezellig even bijbabbelen en dan zijn we echt weg uit Bolsena.


Het meer en de zon achter de wolken begeleiden ons rechts …


… de olijfbomen en de   wijnstokken links.


Even verder bevinden we ons in het archeologisch natuurpark van Turone. Wat een heerlijk bosgevoel overvalt ons hier! Het ruikt naar zwammen en het voelt als thuis.


Achter het Kapelleke van Maria van Turone – waar ik aan het Emmetjes-gebed vandaag de M toegevoegd heb van onze rugleidende vriend Marjo, die momenteel volop inspanningen levert zodat hij ons weldegelijk en zonder al te zware rugproblemen op 26 oktober in Vetralla kan vervoegen – staan twee mannen met paddenstoelenmandjes druk te discussiëren en te gesticuleren.


Wat verder, dieper het bos in, toont deze paddenstoelenzoekende familie ons de eenzame paddenstoel in hun mandje. ‘Waar vinden die anderen ze toch?’ zuchten ze vertwijfeld. ‘Op Facebook stond het nog vanmorgen! Drie enorme paddenstoelen van anderhalve kilo hebben ze gisteren hier geplukt. En wij vinden niets!’ De zoon roept van beneden, ergens dieper het bos in. Wat, dat verstond ik niet, maar pa en ma renden er verheugd naar toe. Misschien de tweede paddenstoel van de dag?

Toevallig hebben we gisteren, op het pleintje naast ons hotel, iemand met drie enorm grote paddenstoelen zien pronken. Mensen dromden om hem heen om ze te bewonderen. Allemaal moesten ze exact de plaats weten waar de vondst gebeurde. Waarschijnlijk daarom dat wij vandaag mensen ontmoeten die verwoed op zoek zijn naar paddenstoelen in een park beroemd om haar Etruskische  archeologische vondsten die hen weinig interesseren.



Wij nemen het bosgevoel verder helemaal in ons op, eten onze broodjes met het concert van een klaterend watervalletje op de achtergrond …


… krijgen bij het verlaten van het bos nog eens het Meer van Bolsena te zien …


… en moeten dan nog ettelijke kilometer doen tot Montefiascone. Teveel kilometers naar mijn goesting want ik begin heel moe te worden.


Deze minstens 500-jarige oude eik smeek ik om wat extra energie…


… maar ik verlies die tijdens de klim naar Montefiascone. ‘Gelukkig! We moeten verderop de steile trappen niet op! Maar er  omheen naar ons hotel Urbano V op de Corso Cavour!!’ Met deze gedachten pep ik mij op terwijl ik mij voortsleep achter André aan  die zijn gps volgt.

Oeps! Hij keert terug! De trappen op gebaart hij! Och nee, och nee. Ik kan geen stap meer zetten en sleep mij letterlijk naar omhoog.


Wat een fiasco deze Montefiascone! Ik vind er niets aan. Uitgeput gooi ik mij op bed. Merk de statige inrichting niet op, evenmin als alle gouden biesjes op kasten, tafeltjes, wasbak, wc, bidet.  Ook het gezellig balkon-terras kan mij niet bekoren. Ik val neer op bed, zonder mijn kleren uit te doen.


Een dik drie uur later word ik wakker, geen sikkepit zin om op te staan. André sleept mij mee naar het dichtbijzijnde restaurant. ‘Het is de straat naar beneden’ motiveert hij mij. Bruschetta met porcini (delicieus!) en met tartufo (té straf!), mixed grill met sla, getruffeerde melenzane én patate a forno (versterkend en uiterst lekker!): ik herleef. Och, en ik vergeet nog het belangrijkste. De Est! Est!! Est!!! Dé beroemde wijn van Montefascione. In 1111 reisde Bisschop Johannes Fuller richting Rome waar hij nooit geraakt is omdat hij zich hier in Montefiascone doodgedronken heeft aan deze eenvoudige, doch verrukkelijke witte wijn, gemaakt van de trebbiano- en malvasiadruif. Mij heeft hij tot leven gewekt!


Zelfs zo goed dat we nog wat van Montefiascone by night genoten hebben. Daarna ben ik terug in een diepe slaap gevallen, onder ander dromend van de verrassing die vriendin Ria van haar man Peter kreeg. Maar dat is een verhaal voor morgen, alsook het verhaal waarom Montefiascone helemaal geen fiasco is, integendeel. Ik loop achter, maar nu weten jullie waarom:-)

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .

Dag 150 – 22 oktober 2016 – van Acquapendente naar Bolsena – 22 km

Even alleen zijn! Daar hunker ik naar na het ‘Radicofaans besef’ van 21 oktober 2016. Tijd om tot mezelf komen, zonder andere impulsen die onder mijn huid kruipen. 

Terwijl we deze morgen de mistige straten van Acquapendente doorkruisen, groeit dat besef nog meer. Ik voel mij ook niet bijster goed: moe, emotioneel uitgeput en licht koortsig.  Durf het niet tegen André te zeggen. Weet hoe hij zal reageren. 


Wanneer we bijna uit het dorp zijn, net achter de kathedraal, wordt het mij teveel: André trekt voorop , ik volg. Heb er vandaag echt geen zin in. Wil mijn eigen ding doen. ‘Schatteke, ik heb behoefte om alleen te zijn’. ‘Oké’ reageert André zoals verwacht ‘heb je genoeg van mij? Wat doe ik weer verkeerd?’

Al zeven jaar hebben we dit probleem. Het is nochtans ëén van de dingen waar ik hem in het begin van onze relatie voor waarschuwde: ik heb nood periodieke eenzaamheid. 

‘Het gaat niet over jou’ probeer ik voor de zoveelste maal uit te leggen. ‘Het heeft zelfs totaal niets met jou te maken. Het gaat over een behoefte dat ik heb. Probeer dat aub zo te zien.’  Maar hij is geërgerd en dan raak ik niet door zijn harnas. En dan maak ik er korte metten mee, ik kan gewoon niet anders. ‘Gaat gij maar zoals gepland door op de Via Francigena, ik zie wel wat ik doe.’ Ik weet gewoon dat dit het beste is voor ons beiden op dit moment.   


Gekwetst verdwijnt hij aan de ene kant van de mist richting Bolsena en ik aan de andere, terug richting dorp, wanhopig maar opgelucht. Ik kijk niet om, want dan geef ik toe voor de lieve vrede, die op termijn ontaarden zal in oorlog.  Dat is een zekerheid.  


Ik neem de bus tot San Lorenzo Nuovo tot op de centrale piazza gevuld met marktkramers én mist..


… kom daar tot rust in de kerk van San Lorenzo (bid voor de Emmetjes en ook voor mezelf vandaag) ..


… drink een koffietje in de bar op de hoek…


… en stap uit de mist richting Bolsena met de Lago di Bolsena constant als navigator aan mijn rechterzijde. Ik geniet van de rust om mij heen die zich omzet in rust in mijn hoofd en in mijn wezen. 


Het is iets voorbij twaalf uur wanneer ik deze mistige foto’s van André doorkrijg. Het gaat goed met ons beiden: hij geniet van de landschappen in de mist … 


… ik in die overgoten met zonneschijn, waar ik vandaag meer behoefte aan had…


… het zacht golvend water van het meer, waar ik een heel poos blijf rondhangen, vertraagt mijn gedachten. 


We arriveren bijna gelijktijdig in ons hotel in Bolsena. Hij voldaan omdat hij de hele geplande tocht gedaan heeft, ik gelukkig omdat ik een dagje alleen door dit wondermooi gebied heb kunnen wandelen en tot mijn eigen ben kunnen komen.  


Voor het avondeten kiest André voor een sappig in de oven gebraden Senees varkentje en ik voor linguini met kreeft. Beiden vinden we het ‘net dat wat ik nodig had’. 

En zo was ook deze 150ste stapdag op de Via Francigena: voor elk net dat wat we nodig hadden!  

Liefs,

Concetta 

Mijn locatie .