Dag 118 – 20 september 2016 – van Sivizzano naar Cassio – 13 km

‘Hier zou ik mijn Epicuriaans refugiehuis kunnen oprichten’ roep ik tegen mijzelf wanneer ik bij het ontwaken in het Benedictijns klooster de besloten achtertuin instap. Gisteren was er zoveel te beleven op de koer vooraan (andere pelgrims die aankwamen en die hun verhaal begonnen te vertellen, luisteren naar de wijze raad van Erica mbt de te volgende trajecten, samen eten,…) en had ik geen aandacht voor dit heel eenvoudig tuintje. Echt een tuintje om in te filosoferen of in te mediteren. Ingesloten  genoeg opdat je de wereldse chaos en dagelijkse beslommeringen buiten kunt sluiten terwijl je onder de schaduw van de oude, energierijke boom ruimte genoeg hebt om je tot de essentie in jezelf te keren. Mijn zoektocht naar een Epicuriaanse refugiehuis waar ik – conform de filosofie van Epicurus – met gelijkgestemden wou intrekken om te genieten door samen te eten en te filosoferen terwijl voor de rest ieder zijn of haar eigen plaats in de woning zou hebben, is gerijpt toen ik na mijn scheiding jarenlang alleen ben geweest.Epicuriaans  genieten is niet eten tot je pompaf geraakt, maar net genoeg tot je nemen waardoor je een intenser leven kan leiden. Epicurus zelf sprak van een feestmaal wanneer hij ipv enkel brood er ook een stukje kaas en enkele olijven bij at. Maar zo ver zou ik niet gaan. De ontmoeting met André heeft mij inmiddels andere prioriteiten doen stellen, maar mijn Epicuriaanse droom ben ik nog niet vergeten. 


Naast ingesloten en sereen, geeft het binnentuintje toegang tot de wijdsheid van de hemel en het heelal. Vanmorgen heeft de zon haar plaats nog niet ingenomen en kan ik genieten van de afnemende maan. 

In de keuken hebben Marleen en Dirk iets gebakken als ontbijt. Geen idee wat, maar het ruikt heerlijk. Zij fietsen sedert 1 september de Francigena af, van bij hun thuis in Lede tot in Rome. André, die sowieso altijd opgetogen is wanneer hij andere Vlamingen tegenkomt, is nu helemaal in de wolken. Marleen blijkt de zus te zijn van één van onze achterburen in Leuven en woont daarenboven, samen met haar man Dirk, in de straat waar diverse bekenden van KBC wonen. 

De Italiaan Gianpiero, uit de omgeving van Robbio, en de Spaanse Isabella hebben koffie met de Bialetta gezet. Ook dat ruikt lekker. Dit koppel heeft elkaar tijdens een Camino naar Santiago de Compostella leren kennen. Zij woont in Spanje in een dorp tegen de grens van de Portugese Estremadura en is daar cipier met een werkschema van 8 dagen per maand doorlopend 24 uur. ‘Heel hard werken, maar daardoor kan ik regelmatig naar Jempie (Gianpiero) vliegen. En hij komt ook regelmatig af want hij kan niet meer werken sedert het dramatisch overlijden van zijn vrouw acht jaar geleden. Zo behouden we ieder ons eigen leven en zijn we zielsgelukkig telkens we elkaar weerzien’ vertelt ze mij switchend tussen het Spaans en het Duits. ‘Wanneer ik in Italië ben, wil ik mijn Italiaans oefenen, maar Jempie praat zoveel dat ik er niets tussenkrijg. Ik moet naar mijn woorden zoeken en hij geeft mij de tijd niet om ze te vinden’ zegt ze knipogend naar hem.  Jempie spreekt Spaans, Franst en Engels, wat enorm is voor een Italiaan. Hij heeft lang als vrijwilliger gewerkt in een Ostello in Trastevere (Rome) en is blijkbaar verknocht aan de Via Francigena – die hij al een tiental keren gelopen heeft – en aan de Camino naar Santiago die hij ook al ettelijke keren gelopen heeft, telkens vanuit een andere startplaats. Deze man is duidelijk iets aan het verwerken. De dramatische dood van zijn vrouw waarschijnlijk. Terwijl Isabella en ik gisteren nog alleen lagen in de grote oratorium, heeft ze mij nog van alles verteld vanuit haar bed, vier bedden verwijderd van de mijne. En dat schept een band alhoewel ik niet alles begrepen heb omdat ze Spaans sprak – wat ik maar een beetje versta – omdat ze te moe was om nog Duits te spreken. Wanneer wij hartelijk afscheid van hen nemen, zegt Isabella dat we elkaar zeker terug zullen zien. Dat zou fijn zijn want ze gaf mij een goed gevoel. 

Erica zei gisteren toen ze mijn naam hoorde ‘Dan ben je Siciliaanse!’ en dat klopt. Concetta is een echt typische Siciliaanse naam. Hoe graag had ik in mijn jeugd ‘Marita Maes’ of ‘Rita Feyen’ of ‘Linda Vanhove’ geheten! Gewoon een Belgische naam zoals mijn schoolvriendinnen hadden. Telkens ik mijn naam moest zeggen op school, moest ik hem minstens drie keer herhalen. Zo is trouwens onze hele klas eens door de mand gevallen dankzij mijn naam. We kregen een nieuwe, jonge, blonde leraar wat in een school met enkel tienermeisjes een gebeurtenis was. Die gingen we eens beetnemen! De eerste keer dat hij in onze klas moest komen lesgeven, veranderden wij de naamplaatjes en stelden ons voor met de naam van het meisje waar we mee op de bank zaten ipv met ons eigen naam. Dat lukte goed totdat hij aan de bank van Marita, mijn beste vriendin, en mij kwam. Hij wist dat ik Italiaanse was – ik was toen het eerste allochtoons meisje op onze school – en toen ik zei dat ik ‘Marita Maes’ heette, was het uit met de grap. Zelfs mijn poging om te zeggen dat je mijn achternaam eigenlijk ‘Maës’, op z’n Italiaans moest uitspreken, hielp niet. ‘En uw vriendin heet ‘Concetta Pergola’ zeker schertste hij mee en moest toen zo blozen dat zelfs zijn blonde haren er rozig uitzagen. Hij was amper 22 jaar:-)

Even terugkomen op Erica. Ze kwam mij gisterenavond in het portaal tussen de badkamer voor pelgrims en de sacristie alleen tegen en er moest iets van haar hart. ‘Weet je wat mijn grootste schrik is?  Dat ik wanneer ze een nieuwe pastoor aanstellen uit het appartement hierboven weg moet. Ik woon hier zo graag in Sivizzano. We zijn maar met 32 inwoners maar ik zou dit voor geen enkele grotere dorp of stad willen opgeven. En het contact met de pelgrims is voor mij zo voldoeninggevend. Ik zou het niet willen missen. Ik ben hierdoor al bekend tot in Korea, Rio de Janeiro, zelfs tot in de Filippijnen’  glundert ze ‘En weet je wat mijn antwoord zal zijn’ gaat ze verder ‘No, no e no!  Want ten eerste betaal ik huur en ten tweede draait hier alles rond mij, zowel de Ostello als de kerk hou ik mooi proper, goed geadministreerd én ik doe het volledig op vrijwillige basis.’ Ik geef haar dik gelijk, een dikke knuffel en zeg haar ‘ Dat zullen ze niet doen. Je doet dit zo goed.’

Met deze vijf mensen extra in ons hart verlaten we het Benedictijnse klooster en gaan ontbijten in de bar. 


Door het getraliede raam van de bar zien we Marleen en Dirk op het plein stoppen om nog even wat juist op de fiets te trekken. We wuiven nogmaals. Hen gaan we zeker in België zien hetzij als zij op bezoek komen bij haar broer hetzij in Lede indien wij de Ronde van Vlaanderen life willen meemaken. 


Ik krijg heel veel complimenten van Italianen over mijn Italiaans, doch bij deze twee mannen die de vuilnis ophalen en aan de bar stoppen voor een koffie, ga ik de mist in. Ik vraag of zij ‘spazzolini’ zijn voor Sivizzano alleen of voor de hele streek. Ze kijken raar en antwoorden lachend ‘Neen we zijn geen ‘tandenborstels’ maar ‘spazzini’ voor Terenzo. Dit is de enige bar in de streek waar we onze ochtendkoffie kunnen drinken en daar rijden we graag voor om’. 

Dochtertjelief meldt dat met haar alles goed gaat en stuurt via WhatsApp een ochtendfoto van haar en Gilles.  Zo lief!  Het doet altijd goed iets van de kinderen te horen. Net zoals wij immens deugd hebben aan alle reacties van jullie lezers, hetzij via Facebook, hetzij via de blog zelf. Het geeft ons extra energie en moed. Dank daarvoor!

En dan beginnen we aan onze tocht van de dag. Het zwaarste stuk van de beklimming van de Monte di Cisa zowel volgens Erica als volgens onze gids. 

Even buiten de dorpskern moeten we de Torrente Sponzana oversteken. Gelukkig is de kreek droog en kunnen we dat doen zonder natte voeten te krijgen. 


Op de andere oever komen we voorbij een bric-à-brac tuintje zoals die van mijn vader in Houthalen. Net als mijn vader is Nino, de eigenaar, er heel fier op. Bij hen gaat het over het plezier van gewassen te telen en kippen en konijnen te kweken, niet om hoe het tuintje erbij ligt. 


Nino laat ons zijn twee broedende kippen zien (‘Helemaal buiten seizoen’ vertelt hij ‘maar eerst is er eentje begonnen om ik weet niet welke reden en dan is een tweede kieken haar na beginnen doen.’) en zijn pasgeboren konijntjes. 

Vrolijk en een beetje gek doend … 

… stappen we door het mooie landschap … 


… onder een hemel met prachtige wolkencreaties… 


… op paden van beton…


… op boswegen… 


… op paden bezaaid met stenen , steil naar omhoog… 

 

… door diverse bewoonde kernen zonder café maar soms met kabouters… 

…. klimmen zo’n 600 meter in hoogte, maar minstens 1000 effectief omdat het pad diverse pieken en dalen kent… 


… en komen aan in de Ostello Via Francigena in Cassio waar we verwonderd zijn dat we een hele verdieping voor ons eigen hebben. 


De muren in de gang zijn versierd met kleren die uitbater Andrea op zijn talloze reizen heeft gedragen. In onze kamer vinden we een  opgemaakt bed met daarop een grote beer, op de sofa een mooie sierpop, aan de muur Audrey Hepburn en op het nachttafeltje echte plastic bloemen. 

Het pad vandaag was gevarieerd, de temperatuur ideaal, het doel haalbaar voor ons beiden, net uitdagend genoeg om ons een verzadigd gevoel te geven en net lang genoeg om de inmiddels beroemde hiel niet teveel te belasten. Zo willen we ons verdere leven samen slijten. 


En nu is de zon gaan slapen en zo dadelijk wij ook. Even profiteren van onze privé-kamer:-)

Liefs 

Concetta

Mijn locatie .

Dag 116 – 18 september 2016 – van Medesano (frazzione Miano) naar Fornovo di Taro – 10 km

Lorella heeft gisterenmiddag voor ons gekookt, onze kleren met de wasmachine gewassen én netjes opgehangen. Giorgio heeft ons ‘s avonds naar een mooi gelegen trattoria gereden en ons een heleboel uitleg en raad gegeven over de te volgen route en mogelijke overnachtingsplaatsen. Frisgewassen met een rugzak vol propere kleren, een hart vol goede  gevoelens en een hoofd gevuld met onvergetelijke gebeurtenissen: zo nemen wij om beurten afscheid van deze heerlijke mensen. Chira, de grote hond, en Black, de kleine hond willen met ons mee. Sinds onze aankomst gisteren draaien ze om André zijn benen. Giorgio roept hen echter terug en gedwee gaan ze terug de koer op.

Nog geen tweehonderd meter zijn we verder of we zien hen beiden terug op ons af komen. Wij zeggen meerdere keren ‘keer terug naar huis’ doch ze luisteren niet en weer kijken automobilisten die voor de honden moeten wijken, boos naar ons. Wanneer de mevrouw in haar grijze Daihatsu naast ons stopt, verwachten we een uitbrander. Doch ze wil ons waarschuwen. Ietsjes verder is er volgens haar een driftig klein hondje die haar al twee keer gebeten heeft. ‘Weer hem af met jullie stokken want hij verdient dat. Deze twee honden die jullie volgen zijn heel braaf en goed opgevoed. Ze zijn van Giorgio van de B&B hierboven. Raar dat die hier zonder hem lopen.’We vertellen haar dat we daar vandaan komen en dat de honden ons gewoon nagekomen zijn. ‘Ze zullen seffens wel teruggaan’ stelt ze ons gerust.

Maar ze gaan niet terug. Integendeel, ze lopen langs ons en achter ons, maar op het moment dat er een weg ingeslagen moet worden, lopen ze voor ons. Net of ze ons de weg willen wijzen en ons willen beschermen.  De kwaaie kleine hond durft zich alleszins niet te laten zien.

We naderen het dorp Sant’Andrea Bagni. Ik wil een foto nemen van André aan deze bron die behoort tot het termencomplex. 

De honden posteren zich prompt langs André, hem beschermend als twee Tempeliers langs een pelgrim, ieder aan één kant.

Wanneer we aankomen in het dorp zijn ze nog steeds bij ons en ik bel naar de B&B. Giorgio, die nog niet in de gaten had dat zijn honden verdwenen waren, belooft hen te komen halen. 

André zet zich in afwachting op een bankje in het park langs de Termen en de honden zetten zich erlangs. Ze zijn niet van hem weg te slaan. Zo aantrekkelijk is André … voor honden! ‘Altijd al geweest’ vertelt hij mij schuchter ‘sinds ik een klein manneke was. Maar ik wil geen honden meer. Teveel verdriet wanneer ze dood gaan.’

En dan is Giorgio daar …

… hij wil eerst een foto van ons nemen aan de fontein omdat de slang die daar bovenop torent het symbool van Sant’Andrea Bagni is …

… en ons daarna persé op een koffietje trakteren in zijn stamcafé. Ook de weg daarnaar toe kennen de honden blindelings. We moeten niet ver vandaag en hebben alle tijd. Daarenboven is het zondag en in Fornovo di Taro is toch alles dicht blijkbaar.


De tocht brengt ons in een natuurgebied langs de Taro, een rivier die ontspringt in de Apenijnen en 126 km lang is. Veel water is er niet in de bedding.  De regen van de afgelopen twee dagen heeft de aarde gulzig opgeslorpt na drie maanden droogte. De vegetatie heeft iets speciaals.

Aan deze spoorwegbrug merken we niet dat we rechts moeten afslaan omdat we gefascineerd raken door een immens grote betonfabriek….

… en dan vooral door het groot aantal silo’s die André professioneel op de foto wil. 

 En zo komt het dat ik mee langs deze krakkemikkige trap door de fabriek André moet volgen. Gelukkig hebben de eigenaars de deur opengelaten zodat we probleemloos terug op de goede weg raken. Langs de voetgangersbrug – die naar het mooi gelegen dorp Fornovo di Taro leidt – krijgen we nogmaals bevestiging dat we richting Rome aan het stappen zijn.

Voor het overige wil over dit dorp niets anders zeggen dan dat er in de kerk een mooi Mariabeeld staat waar we voor onze 4M’tjes gebeden hebben. Of toch misschien een raad voor andere pelgrims: als je niet anders kan dan hier stoppen, logeer dan niet in de Ostello van de Parrocchia Santa Maria Assunta.

Liefs,

Concetta

 

Mijn locatie .

Dag 114 – 16 september 2016 – van Fidenza naar Costamezzana – 12 km

De was is ‘s morgens helemaal droog!  Een hele prestatie in dit kleine, in groen-rood-wit beschilderde bij mijn schoenen passende, beetje kitscherige kamertje met airco. André en ik hebben heerlijk geslapen, niemand heeft een aanslag gepleegd op mijn leven, zelfs niet in mijn dromen, en we zijn klaar voor het ontbijt. Voordat we de ontbijthoek bereiken, passeren we de televisiekamer. Gisteren toen wij aankwamen zat de minstens 75-jarige eigenaresse in koninklijke houding in één van deze statige stoelen.  Een heel goed geconserveerde dame die ons al zingend cappuccino’s serveert en trots over haar hotel vertelt. Die werd gebouwd in 1902, overleefde een bombardement tijdens de tweede wereldoorlog -waarbij gelukkig enkel de ramen sneuvelden – en werd door haar in deze schitterende staat gebracht. ‘Alle kamertjes hebben een andere kleurenpalet en ik heb alle traditionele materialen geweerd, geen oudbollig hout voor mij’ vertelt ze terwijl ze goedkeurend haar interieur bekijkt met haar uitbundig, doch zorgvuldig gemaquieerde ogen. Het gebouw is even goed gesoigneerd als zijzelf, wel een ietsie-pietsie erover misschien. 

Heel content is ze over de huidige voorzitter van de Via Francigena die ervoor zorgt dat er steeds meer pelgrims naar Rome trekken. ‘Het is pas de laatste vijf jaar dat dit echt leeft en hier in Fidenza moeten wij commercanten het daarvan hebben.’ Ze behandelt ons zeer goed én uiterst vriendelijk     We mogen zelfs dingen van het naar Italiaanse normen uitgebreid ontbijtbuffet meenemen voor onderweg. Ikzelf loop, ontdaan van alle opsmuk, echt herleidt tot de essentie – behoudens de valse pareltjes in mijn oren en de rode Chanel-lipstick op mijn lippen – achter André aan, die de Francigena-tekens zoekt. We gaan de Piazza Garibaldi op, waar het gemeentehuis een strategisch centrale plaats heeft. We lachen met onszelf terwijl wij de Dom passeren wanneer we terugdenken aan onze korte ‘opsluiting’ gisteren. André heeft mij trouwens vanochtend aangenaam verrast met een digitaal gemaakte pentekening. 

Ik kom hier net uit de San Donnino-crypte in de Dom (die heilige met het hoofd in zijn handen). Fidenza is een gemeente van ongeveer 24.000 inwoners. ‘Niet veel te zien hier’ vertelt een inwoner ons ‘de Dom en het Theater, dat is het zowat.’ Wij zien een aangename niet-toeristische grote gemeente waar het ons heerlijk lijkt om in te leven. Brede lanen, mooie huizen en appartementsgebouwen, gezellige terrassen en aangename mensen die elkaar blijkbaar allemaal kennen.Ook de Francigena zelf lijkt in het begin een brede laan met al die mooie bomen aan beide zijden. Het landschap waarin wij stappen, is veranderd van plat naar zacht heuvelachtig. We hebben nu definitief de Po-vlakte verlaten die zoals onze goede vriend Herman Vanclooster in een reactie schrijft ‘een laffe rivier is, erop uit om het zelfs de meest godvruchtige pelgrim lastig te maken.’

De tocht van de dag is heerlijk.Lekker koel dankzij de prachtige wolken die ons voor de zon beschermen. Lekker luchtig omdat de enige actualiteit die we bespreken terwijl we voorbij de kerk van Thomas Becket – aartsbisschop van Canterburry, vermoord door de mannen van de koning omdat hij de belangen van de kerk verdedigde in de 12e eeuw – de uitspraak van Paul Magnette is.  ‘Wij Walen zouden ook zo een bank als KBC moeten hebben’ heeft hij gezegd.  Wij fiere ex-KBC’ers vinden dat een terechte uitspraak en voelen ons hierdoor erg gewaardeerd. Lekker koel door de verfrissende regen die enkele kilometers voordat we de Ostello del Commune in Costamezzana besluit de droge velden te besproeien. In Costamezzana, een klein, geïsoleerd dorp, worden de pelgrims volgens onze LightFoot Guide warm onthaald.  

Het is lunchtijd en de mevrouw die het onthaal doet, is er niet. Geen enkel probleem voor ons. Wij hebben honger en gaan lunchen in ‘Lo Scoiattolo’ de enige trattoria. ‘Wat willen jullie eten?’ vraagt de ober die ons inderdaad een heel warm onthaal en een heel goed gevoel geeft. We gaan voor de verse ravioli met een salade. Hij prompt de sla uit zijn tuin halen en komt die met kluit en al aan ons laten zien voordat hij die in de keuken brengt waar zijn broer baas is over de kookpotten. Hijzelf is een gediplomeerd sommelier en komt mij ergens vaag bekend voor. Terwijl we wachten zien we aan de muur naast een sommelier-diploma op naam van Oliviero Rocco, onze ober, een Latijnse oorkonde die wij niet kunnen lezen maar die duidelijk iets met de orde van de Tempeliers te maken heeft. Het hangt langs een foto met een 30-tal tempeliers die getrokken is aan de Abdij van Chiaravalle.  En dan blijkt dat Oliviero ook aanwezig was in de mis die wij eergisteren bijwoonden in Chiaravalle. André laat hem de foto’s zien die hij toen nam. En hier staat hij dan,  één van de dertig Italiaanse tempeliers, op de foto met André.

Oliviero vertelt open en eerlijk over zijn Tempelierschap ‘mijn doel is om via het gebed en spiritualiteit tot bij God te raken, zoals jullie pelgrims tot Rome willen raken. De oorkonde aan de muur heb ik gekregen als bewijs van mijn aanvaarding door de orde. De laatste proef was 24 uur al biddend alleen in een kerk doorbrengen.’

‘Neen we zijn geen monikken’ antwoordt hij op één van onze vele vragen, want dit boeit ons enorm ‘Vroeger wel, toen waren ze monnik/krijger en werden ze ingezet om pelgrims op hun weg te beschermen. Nu leven wij deels in dienst van de kerk maar zijn gewoon burgers. Zo dragen we bvb. op St-Bernardus op zijn naamdag 20 augustus van Fiorenzuola-d’Arda naar de abdij van Chiaravalle op onze schouders.’En zo komen we aan deze mooie stempel mét het Tempeliersteken in ons pelgrimsboekje!De onthaaldame is er inmiddels. Heel streng en gedecideerd vraagt ze onze identiteitskaart, ons pelgrimsboekje én 13 euro per persoon. Daarna gaat ze met ons en twee andere net aangekomen pelgrims, mee naar de Ostello om alles uit te leggen. Er zijn veel regeltjes!  Boos wordt ze wanneer ze vaststelt dat iemand die al ingecheckt is, zijn was zomaar in de wasbak heeft laten liggen. Ze stopt alles in een vuilbak en zet die met een forse klap voor zijn deur. ‘Dit doet zich niet’ stelt ze. ‘Weten ze niet dat er andere pelgrims zijn die ook van de wasfaciliteiten moeten gebruik maken!’ Dan betrapt haar mannelijke collega – die blijkbaar in de Ostello woont – André in zijn onderbroek in de gang op weg naar de badkamer. ‘Dit doet zich niet’ foetert hij ‘ Er  zijn hier ook dames hoor!’  André is er niet goed gezind van. Ik krijg tegen mijn voeten omdat ik de badkamerdeur heb laten openstaan

We besluiten deemoedig aan de goede man te vragen welke regels wij nog moeten respecteren zodat we ons niet bezondigen. Dat doet hij. Ik luister zo goed en vriendelijk mogelijk met als gevolg dat hij mij de hele miserie van zijn bestaan als conciërge vertelt en besluit met de woorden, heel vertrouwelijk ‘Weet je, ik ben blij wanneer het koud begint te worden. Dan komen er geen pelgrims meer.’

En zo denken wij nu dat in onze gids de passage over dat vriendelijk onthaal in Costamezzana  ironisch bedoeld is. 

Mijn ouders zouden, mocht mijn mama nog leven, gisteren 60-jaar getrouwd zijn.  ‘Het was ons niet gegund’ blijkt mijn papa aan mijn broer gezegd te hebben. 

Zo zagen ze eruit op hun trouwdag. Ze hebben er vier maanden over gedaan  om mij te concipiëren want ik ben geboren op 13 oktober van het jaar daarop. Bedankt lieve ouders, bedankt voor het leven!

Liefs, 

Concetta 




Mijn locatie .

Dag 113 – 15 september 2016 – van Chiaravalle della Colomba naar Fidenza – 18,5 km

De vereelte, vuile hand grijpt door de zware tralies heen naar mijn keel. Hij wil mij vermoorden! Ik spring net op tijd ver genoeg van de tralies  weg en net wanneer ik buiten zijn bereik ben…. 

…. schiet ik wakker. De tweede moordpoging in mijn dromen. Dit begint akelig te worden! Dan hoor ik een stoel in de keuken verschuiven. Misschien Damincienne of Rodolfo die hiernaast met hun kinderen slapen en dezelfde keuken mogen gebruiken als wij. Of toch niet? Ik hou mijn adem in, luister of ik nog iets hoor. Ja, veel geraas. Maar dat zijn de auto’s die op de Autostrada del Sole zelfs ‘s nachts in grote getalen doorzoefen.  Ik blijf stil liggen en probeer niet te denken dat er misschien zo dadelijk iemand met kwade bedoeling in onze kamer binnenkomt. Het mles in de hand of zo. Dan wordt gelukkig ook André wakker van een bepaald geluid en vraagt slaapdronken of ik al dat lawaai aan het maken ben.  ‘Hoe ikke?! Ik was bijna weer vermoord in mijn droom en lig doodstil omdat ik van alles hoor.’ ‘Dan zijn het ratten op zoek naar eten’ meent hij. ‘Heb je gisteren de buitendeur op slot gedaan toen je terug binnenkwam van je nachtelijke schrijfsessie buiten?’ Ik had binnen maar heel zwak internet door de dikke abdijmuren en ben buiten gaan bloggen. Maar de deur, die heb ik gewoon dichtgetrokken, niet op slot gedraaid. André gaat gewapend met de sleutel en het licht van zijn petzl op zijn voorhoofd op onderzoek uit. Er is niets te zien. ‘Maar het zijn zeker ratten’ stelt hij mij gerust, doet de deur op slot en kruipt terug zijn bed in. En dan lig ik gerustgesteld maar klaarwakker in mijn hemelsblauw bedje in het pelgrimsverblijfplaats van de Abbazia van Chiaravalle della Colomba, denkend aan mijn tweede moorddroom. Dan maar beter wat lezen en ik verdiep mij met plezier in het derde boek van de Napolitaanse romans van Elena Ferrante. Voor de kenners: ik ben aan het stuk waar Elena met haar professor gaat trouwen en hij naar haar ouders in Napoli gaat om haar hand te vragen. Na jaren ziet ze Lila, haar beste vriendin en eigenlijk de hoofdfiguur in het boek, weer. Ik ben reuzebenieuwd of het huwelijk doorgaat want Elena begint te twijfelen. Ondanks de nachtelijke onderbreking zijn we beiden vroeg wakker en besluiten maar direct op te staan. André gaat al naar buiten terwijl ik in de badkamer ben en roept dat ik ook moet komen kijken. Het weer is omgeslagen, zoals voorspeld. We bewonderen en fotograferen de mooie wolken in het ochtendgloren. De fietsen zijn van het Waals gezinnetje. Ik ril wat in mijn nachtkleedje en ga mij binnen verder aankleden in mijn klassiek pelgrimstenu, nu aangevuld met een fleece, die achteraf helemaal niet nodig blijkt te zijn. Enkel de kat van de abdij ziet ons vertrekken en die krijgt dan ook een vriendelijke ‘addio‘ van  ons. De patron van de trattoria – achteraan in beeld – waar we ontbijten met prosciutto cotto e crudo alsook met parmiggiano e pecorino,  heeft een zwaar, slepende tred. Hij schuifelt als het ware door zijn zaak. Gisteren aten we in de enige andere trattoria van dit dorp en die patron, Gianni, liep net zeer snel – ik ben effectief André kwijtgeraakt toen ik Gianni volgde op weg naar het terras die enkel bereikbaar was via allerlei kronkelgangetjes doorheen de trattoria en ben hem daarna toch maar gaan zoeken – maar had een enorme piepstemmetje, alsof hij helium uit een ballon gesnoven had. Daarna zagen we hem zitten op een stoel met een masker op aan de zuurstoffles. En toch werken deze twee mannen ijverig verder in hun zaak. Wat is dat dan, al dat gepraat over ‘die luie Italianen’! Terwijl we Chiaravalle verlaten, kunnen we de Abdij aan de achterzijde bewonderen en vertel ik André nogmaals over de nieuwe poging tot moord op mij want ik denk niet dat het vannacht tot hem doorgedrong toen ik het hem zei. ‘Ik weer?’ vraagt hij onthutst en is blij dat het deze keer iemand anders was. ‘Misschien kan Aline deze moorddromen verklaren, zij is immers psychologe.’   Goed idee vind ik en we laten dit luguber thema liggen om ons op de omgeving te concentreren. Bij het oversteken van de Autostrada del Sole via deze stevige brug zien we beiden voor het eerst in ons leven een wespennest in wording…… vlak onder een reflector die gevestigd is aan de baar op ooghoogte. Toch geweldig hoe die dieren dat doen al is het een terroristisch nest want hoeveel mensen gaan deze wespen pijn doen?San Rocco (deelgemeente van Busseto) is het eerste dorp dat we vandaag tegenkomen. We zijn nu in de provincie Parma, regio Emiglia-Romagna, en meer bepaald op Verdiaans grondgebied. Verdi werd in Roncole di Busseto geboren en zijn naam wordt gebruikt om de samenwerking tussen de omliggende gemeenten te duiden. Jammer genoeg ligt Roncole di Busseto niet op de Via Francigena en kunnen we het geboortehuis van Verdi niet bezoeken. Dat is voor een andere keer. 

Het landschap is nog steeds zeer vlak en we zien … 

… veel mooie, goed onderhouden boerderijen… tomatenvelden met nog veel groene tomaten … maïsvelden die ook nog erg groen zijn. Het lijkt wel of de gewassen dichter bij de Po sneller oogstrijp zijn dan hier. 

Nog maar 641 km tot Rome lezen we op de verkeerswijzers aan dit mooie bebloemd huis. Ondertussen vertelt André mij wat over de actualiteit. Terwijl ik schrijf, leest hij de kranten en vertelt mij daarna de headlines (veel over Trump). Vandaag vertelt hij mij o.a. ook dat de Belg die in Spanje dood op een vuilnisbelt werd gevonden, niet vermoord werd zoals tot nog toe gedacht. Hij werd overreden en de dader(s) zou/zouden hem naar die vuilnisbelt gebracht hebben. De ruzie die hij had met mensen die hij ervan verdacht zijn rugzak gestolen te hebben, zou los staan van de moord. Er begint iets in mij te dagen terwijl André verder vertelt over hoe erg dat wel voor die vriendin moet zijn die hij net ten huwelijk had gevraagd terwijl zij een tijdje met hem meestapte op de Camino naar Santiago di Compostella en ik zeg opgelucht ‘Maar die affaire met die pelgrim zal wel door mijn hoofd spoken en mij over vermoord worden doen dromen. Nu ben ik eruit!’ ‘Dat zou best kunnen’ beaamt André. ‘Het is daarom dat ik momenteel liever geen actualiteiten wil lezen.’ ‘Je kop in het zand steken heeft ook geen zin.’ ‘Dat doe ik toch niet als ik mij nu concentreer op wat ons tijdens deze reis overkomt.’

En dan stoppen we de discussie. Hier zullen we het nooit over eens worden. We richten ons op waar het wel over eens zijn. Pelgrimeren heeft ons verstandiger gemaakt:-)

Halverwege stoppen we even voor een koffie in Castione Marchese en ontmoeten alweer een memorabele patron. Die vertelt honderduit.  Het heeft vier maanden niet geregend. Enkel soms een paar druppels. Nu wordt het echt tijd en hij hoopt dat de voorspelde regen er effectief komt.  Door de warmte in de grond krijgen ze dan veel mist en die is nodig om de beste charcuterie ter wereld te maken, de Culatello. Die wordt gemaakt van de grootste spier van de voorpoten van het varken. De Proschiutto komt hierna en wordt gemaakt vanaf de streek iets verderop. In de Agriturismo Maschediera kregen we die als ontbijt, ter plaatse gesneden zoals het hoort. Hij is subliem maar peperduur. 

Een plaatselijke amateur-kunstenaar maakte dit olijke schilderij van deze praatgrage man die ons waarschuwt dat we het zwaar zullen hebben wanneer we de Passo di Monte Ciso gaan beklimmen. ‘Jullie moeten tot 1070 meter klimmen, het laatste stuk is heel steil.’ Terwijl wij ons gereedmaken om verder te gaan, vertel ik lachend dat we al de Grote Saint Bernard gedaan hebben. Die is ongeveer 2500 meter hoog. ”Och dan is dit ‘piece of cake’ voor jullie” lacht hij mee. Ook de andere aanwezigen lachen en wuiven ons samen uit. Iemand roept ons nog na dat we in het terugkomen nog eens hier langs moeten komen. Dan kunnen we samen champignons gaan plukken. ‘Wie weet’ zwaaien we terug ‘maar we denken toch met het openbaar vervoer de terugtocht te doen.’

Uiteindelijk is er regen gevallen, we hebben ervan genoten. Twee keer na elkaar is er op zo’n vijf km voor Fidenza een auto gestopt met een vriendelijke dame aan het stuur die ons een lift aanbood. We hebben die even vriendelijk geweigerd en zijn uiteindelijk drijfnat maar heel voldaan in Fidenza aangekomen waar we als eerste het fontein op Piazza Garibaldi zien. De zon schijnt inmiddels weer en we lunchen in deze sympathieke Emiliaanse Bistrot, de Pica Pica…. … installeren ons in Hotel Due Spade waar André niet weet of hij de luchter mooi vindt of niet

… bezoeken het dorp met haar mooie gevels, brede lanen en levendige mensen

… vinden de man in de crypte van de Dom met zijn eigen hoofd in zijn handen erg dapper. Het is de martelaar San Donnino, de beschermheilige van Fidenza… raken ingesloten op de koer van de Dom omdat André persé naar een auto moest kijken

… en stellen met spijt vast dat we de voorstelling van Luca Zingarelli, niet kunnen meemaken. We zijn beiden fan van deze acteur die de hoofdrol speelt in Il Commissario Montalbani. Hij toert momenteel rond met een theaterstuk met als titel ‘Het leven is de kunst van ontmoetingen’ en daar zijn wij het volledig mee eens. 

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .