Epiloog

Er gebeurde iets belangrijks voor mij op onze laatste stapdag, nu net een week geleden, waar ik toen nog niet over kon schrijven, nu lukt het al wat beter. Dat lees je in deze epiloog, alsook – heel in het kort – hoe de afgelopen week verliep.

1 november 2016

Bepakt en bezakt lopen we langs de drukke via Cassia.

Volgens de pelgrimsaanduiding op het klein huisje rechts van ons, lopen we in de juiste richting.


Alsook volgens de zon die pal voor ons staat …


… én volgens de legale richtingaanwijzers.

Het is 1 november, Allerheiligen, een feestdag. Daarom hebben we besloten de officiële weg te volgen uit onze gids – die via de Via Triomfale loopt – en niet de vele raadgevingen te volgen van anderen om alternatieve wegen te nemen.

Het is echter nog op de via Cassia dat ‘Hét’ gebeurt, nog geen 2 kilometer verwijderd van onze verblijfplaats in La Storta.

Ik loop gelaten en blijgezind achter André aan. Geen greintje vermoeidheid in mijn lichaam.  geen enkele bezwarende gedachte in mijn hoofd. Net of ik het Nirvana, het absolute niets (of is het het absolute alles?) bereikt heb. Ik loop gewoon verbazend licht te lopen, zonder meer.

Ineens word ik  gewaar dat de lichtheid komt doordat ik niet alleen loop.

Vlak achter mij, zwevend op een tweetal centimeters boven mijn schouders, voel ik aan iedere zijde twee zachte, lensvormige wolkjes, wiens briesjes mij voortduwen. Ze maken me intens gelukkig, alhoewel zij mijn diep verdriet zijn.

In de richting vanwaar de zon schijnt, waar André voor mij uitloopt, zweeft een lieflijk figuurtje voor mij uit. Ik schat haar 5 à 6 jaar.  Ze leunt tegen iets. Kan blijkbaar niet goed op haar benen staan. Ze heeft mooie, halflange, blonde pijpenkrulletjes zoals mijn oudste broer Felice had toen hij klein was, blauwe, schitterende ogen zoals die van mijn zus Maria en een pezig, atletische lichaam zonder zen grammetje vet zoals die van mijn middelste broer Pino. Haar kleedje is zwart met een wit colletje en knoopjes tot in de taille. In haar oren draagt ze kleine, ronde, gouden oorringetje en aan haar voeten korte, witte stokjes kant afgebiest en knappe, witte lakschoentjes met riempje. Haar karakter is dat van mijn jongste broer Roberto. Dat merk ik direct in haar blik: heel bedachtzaam en diplomatisch gewoon je eigen ding doen.  In haar halsje staan rode striemen. Ik voel die striemen in mijn hals duwen. Ze benemen mij de adem.


‘Hier kunnen we weg van de Via Triomfale naar een rustiger wegje’ zegt André. Ik ruk mij met tegenzin uit mijn intense gevoelswereld en volg hem. Op de hoek is een bloemenwinkel met een chrysanten voor de deur.

De rustige weg blijkt totaal overwoekerd en we moeten terug op de – ondanks de feestdag – redelijk drukke Via Triomfale.

Voor mij is het evenwel heel fijn want de 4 wolkachtige wezentjes komen terug langs mij zweven, langs beide zijden, een tweetal centimeters boven mijn schouders. Blijkbaar waren ze in de winkel bij de chrysanten blijven wachten. Het lichte briesje dat ze verspreiden, duwt mij weer vooruit en ik stap gemakkelijk en licht verder.
‘Zijn jullie het?’ vraag ik hen, eindelijk begrijpend. ‘Ja, na Radicofani – waar je beseft hebt dat jouw intens innerlijk verdriet van ons kwam – is het tijd dat wij vieren eens met jou te praten’ zeggen ze in mijn hoofd, pratend als met één stem.

André ziet mij wenen, neemt mij mee een koffie drinken, vraagt wat hij kan doen. Ik kan hem met moeite uitleggen wat er aan het gebeuren is in mijn gevoelsleven. Zeg dat het te maken heeft met mijn Radicofaans-besef en dat hij mij maar even gewoon moet laten doen. Dat doet hij.

Terwijl we verder richting Rome lopen, heb ik een ongewoon gesprek met mijn 4 nooit-geboren broers of zussen.

‘Waarom denk je dat wij het slecht stellen? Heb je dan nooit begrepen hoe erg vooral mama geleden heeft, zowel lichamelijk als psychisch? Toch heeft ze altijd van ons gehouden én ons op haar manier gemist.’

‘Waarom sprak ze er dan nooit over? Waarom werkte ze alles op mij uit?’ kaats ik terug. ‘Jij was dan ook de enige van haar kinderen die oud genoeg was om alles wat er gebeurde, te beseffen. Ze werkte haar frustraties teveel op jou uit alhoewel ze ook van jou ontzettend hield. Dat was haar manier om ermee om te gaan.’

En zo gaan we een hele tijd verder. Ze brengen me ook aan het lachen,  de zieltjes van mijn nooit-geboren broers en zussen.

‘En Rosaria, zegt die nooit iets?’ vraag ik hen. Ze kijken alle vier medelijdend naar het in zwart-wit gehulde, lieflijke figuurtje dat voor ons uit zweeft – net achter André. ‘Neen, sinds ze bij haar geboorte door de vroedvrouw gewurgd werd in haar eigen navelstreng, heeft ze geen woord gezegd. De vroedvrouw wist nochtans dat ze in stuit lag, toch wou ze niet dat er een dokter bij gehaald werd. Papa en de hele familie zijn toen heel kwaad op haar geweest.’

En zo gaan we nog een tijdje verder. Heel veel dingen die mij dwars liggen, bespreek ik met hen.  Zij antwoorden steeds wijs en opbouwend.


Terwijl we Rome binnenstappen en de Porta Angelica van het Vaticaan naderen – waar we ineens oog in oog staan met medepelgrims Patrick en Joan De Saegher en hun vrouwen – verlaten ze mij met de wijze woorden: ‘Rouw nu maar een tijdje voor ons, want dat heb je nog niet kunnen doen, en laat ons dan los. Ook Rosaria moet je loslaten, anders blijft die met haar navelstreng rond haar nek in je geheugen geprint en zal ze nooit duchtig adem kunnen halen en jij ook niet.’

‘Let it be’ zeggen ze mij dus, net als the Beatles eerder op deze reis. Net als mijn wijze dochter Charlotte mij al zo dikwijls gezegd heeft.


Mijn intense vreugde en euforie bij aankomst op het Sint-Pietersplein was niet enkel de vreugde van de aankomst met de blijde weerzien van Charlotte en Aline en Marjo. Het had voor mij een nog een hele, dikke, dikke laag meer.

2 en 3 november : Rome met Charlotte 

We zijn erg moe André en ik. Toch slaagt de guitige Charlotte erin ons  mee te tornen. En het treft mij weer, hoe mooi Rome wel is, al kom ik er voor de zoveelste keer.


In Trastevere vinden we een kerk waar je nog echte kaarsen kan branden. In de meeste kerken in Rome zijn overal ledkaarsen en dat vind ik niet ‘echt’. En zeker niet echt genoeg voor ons Emmetjes en voor Rosina – die het heel goed. stelt trouwens, ik heb haar op haar verjaardag geteisterd door ‘Happy Birthday’ door de telefoon te zingen. Bij gebrek aan grote kaarsen, hebben we heel veel kleine kaarsjes aangestoken voor Santa Maria dell’Orto. De kerk stond bijna in brand!!


Een heel gedoe is het geweest om ons ‘getuigschrift’ in het Vaticaan af te halen. Door de security moesten we..


… voorbij de Zwitserse garde …


… om in de ‘Heilige Bureau’ het vast te krijgen. Geen ‘zet je even’, geen tasje koffie, geen schouderklopje. Gewoon op de gang wachten tot we een Latijnse tekst in ons handen kregen gedrukt, die wij niet kunnen lezen.


Kijk, het was echt per ongeluk! Toen ik mij bukte om een foto te maken van onze getuigschriften – op de grond in de gang van het Heilig Bureau –  in combinatie met onze pelgrimsboekjes met stempels (we hebben er ieder twee omdat eentje onvoldoende was voor 161 stempels), ontsnapt er mij een redelijk luid windje. Echt, echt, het was per ongeluk. Maar ik vond het geweldig en moest mij inhouden om niet luidop te lachen. Want dit is net wat Vaticaanstad volgens mij verdient: zo’n pover onthaal na 161 dagen pelgrimeren. Vinden jullie dat ook niet?


Tijdens onze moeder-dochter-namiddag, gooien Charlotte en ik uiteraard een muntje in het Trevi-fontein …


… en drinken – na alles gezien te hebben dat we wilden zien (o.a. kwijlen voor de vitrines in de Via Condotti waar tegenwoordig blijkbaar alleen Chinezen kunnen kopen) – een Aperol Spritz tegenover het Pantheon.

4 november 2016


In Spessa staat onze auto er nog! En hij start zonder problemen.


We rijden naar Orio Litta waar Pierluigi mij persoonlijk mijn 3,2 kg wegend achtergelaten pakket met kleren overhandigt.

5 november 2016 

In Vignate, een voorstad van Milaan, krijgen we een warm onthaal van mijn Milanese familie én krijgen Alexander te zien. Het baby’tje waarvan ik hoopte dat hij op mijn verjaardag zou geboren worden. Het werd een dag later.


7 en 8 november 2016: Bad Bellingen

Even kuren in het warmste gebied van Duitsland. Heerlijk relaxen in de warmwaterbron van 38,4 graden. zweten in de verschillende sauna’s, diep ademhalen in de grot met zeezout én lekker eten.

Morgen, 9 november 2016, rijden we met plezier naar huis met een rugzak vol mooie herinneringen en diepe inzichten.

Veel liefs en tot een volgende tocht misschien?

Concetta


Mijn locatie .

11 reacties op “Epiloog

  1. Hartelijk proficiat Concetta en André !! Sinds onze ontmoeting in Buonconvento , in het restaurant Roma , volg ik jullie reis . Mooi verhaal, intens en emotioneel. Veel geluk voor de toekomst.

    Ludo

  2. Kippenverhaal met een mooi einde, wordt er wel héééél stil van…
    Hoofdbagage zou dit stukje proza kunnen genoemd worden en die is hopelijk een stukje lichter geworden. Veel liefs, nogmaals nen dikke proficiat.

  3. Proficiat André en Concetta voor het doorzettingsvermogen en de wilskracht om deze zware Via Francigena tot een goed einde te brengen. Prachtig. Beslist zien we mekaar terug, kunnen we ons ervaringen delen. Pelgrim Joan

  4. Een prachtige afsluiter van een prachtig verhaal. Ben heel blij dat ik er deel van mocht uitmaken ❤️

  5. Concetta en André, proficiat! jullie hebben dat heel goed gedaan! én bedankt om ons via de vele mooie verhalen een beetje met jullie mee te laten stappen.

  6. Een mooie afsluiter. We dragen allemaal een last mee. En kunnen hem niet altijd benoemen. Nog veel plezier en geluk met jullie beidjes, je familie en vrienden.
    Walter

  7. Concetta en André,
    Erg indringend jouw ultiem slot verhaal.
    Eigenlijk is het heel begrijpelijk : heel emotioneel bezig zijn met jezelf en je innerlijke ! Alle verdriet van kindsbeen af en al de projecties van jouw familie op jezelf ! Het verdriet van je ouders…… Heel normaal dat er dan echt iets gebeurt om dat aardse en het hemelse te verbinden.
    Goed dat die bevlogen engeltjes alles voor jezelf hebben uitgeklaard !
    Mooi voor jezelf om op terug te denken.
    En natuurlijk de erg mooie afsluiter met je dochter Charlotte !
    Wat kan het leven toch mooi zijn !
    Je tocht betekent alleen voor jezelf het allermooiste. Wat de bureaucratie daar van denkt of op reageert, moet je koud laten !
    Nu spoelt het andere, gewone leven weer over je heen en je wordt het weer direkt gewoon ! Geniet weer van iedere dag en al de mensen om je heen !
    Bedankt voor het supermooie reisverhaal !
    Groetjes en tot later.
    M&M

  8. Een dikke proficiat met je tocht en de mooie blog en ik wens jullie een fijne reis naar huis en een behouden thuiskomst. Hartelijke groetjes

Reacties zijn gesloten.