Dag 151 – 23 oktober 2016 – van Bolsena naar Montefiascone – 18 km


‘Dit hebben we gisterenavond niet opgemerkt!’ zeg ik blij verrast aan André, die aan de andere kant van de kamer heel zijn hebben en houwen in zijn rugzak propt. Dit zicht op het Meer van Bolsena – een kratermeer, 370.000 jaar geleden ontstaan door de instorting van een caldera van de vulkanische Monti Vulsini – vanuit onze kamer in Hotel Nazionale is een onverwacht cadeautje waar we even samen van genieten alvorens te gaan ontbijten. Ik ben gisteren vanuit die kant Bolsena binnengekomen.

Op het einde van de gang, nog iets dat we gisteren niet opmerkten: een prachtige zicht op het historisch centrum van Bolsena. Van die kant is André gisteren afgekomen. Zo opgesloten zaten wij in onszelf dat we niet merkten op welk mooi, strategisch punt ons hotelletje ligt. Foei, foei!


Gelukkig met dit inzicht ontbijten we, inmiddels traditioneel, op z’n Italiaans. De enige andere gast, aan wie ik vraag om een foto van ons te trekken, is een professore, dottore én direttore van een school in Arezzo (ligt hier iets verder richting Firenze). Hij vertelt ons over de schoonheid van dit meer waar hij en zijn partner zo graag naar toe komen: heel mooi, rustig, zowel mondain als toegankelijk, niet bekend bij het grote publiek. Ik grijp mijn kans en vraag hem waar ik best in Italië litteratuur en filosofie zou studeren. ‘Moeilijk’ zegt hij al fronsend ‘de meeste universiteiten in Italië zijn door de crisis in een chaos beland. Zelfs Bologna, dat toch wel één van de meest gerenommeerde universiteiten was. Misschien Sienna? Daar heb je nog het voordeel dat ze het mooiste Italiaans spreken.’

André suggereert dat ik best in Leuven begin met rondvragen over dit item. ‘En misschien kun je daar al wat volgen?’ (Lekker dicht bij mij hoor ik hem denken, al zegt hij het niet). En misschien heeft hij wel een punt.


We kopen nog een broodje voor onderweg op de piazza Matteotti. met de oude stad hoog boven ons. Ook deze stad was ooit een Etruskische nederzetting die door de Romeinen werd vernietigd en ingepalmd. De Etrusken, één van de hoogst ontwikkelde volkeren uit de oudheid, leefden lang tussen de Arno en de Tiber. De Romeinen leerden hun schrift, hun cultuur en hun godsdienst. Als dank versloegen ze hen in 280 voor Christus en begonnen hun Romeins rijk uit te bouwen o.a. door straten te bouwen vanuit Rome naar de rest van de wereld. Dat konden de Etrusken niet.

Al ooit gehoord van het Wonder van Bolsena?  Die voltrok zich in 1263 hier in het kerkje van Santa Christina. Een hostie begon te bloeden in de handen van de Boheemse priester, Peter van Praag. Die geloofde niet in het incarnatiemysterie (de verandering van wijn in brood in het lichaam van Christus door de woorden die uitgesproken worden tijdens de consecratie).


Dit voor de katholieke kerk zeer belangrijke wonder, is door Raffaello vereeuwigd op doek  (te zien in de Vaticaanse musea) én door de kerk. Die institutioneerde deze Sacramentsdag ‘Corpus Domini’  (tweede donderdag na Pinksteren) en bouwde speciaal daarvoor een blijkbaar wondermooie Dom in Orvieto. Daar wordt het bevlekte doekje, waarin de priester de bloedende hostie wikkelde, bewaard.  Dante was hier niet goed van. In de walgelijk corrupte, moordzuchtige stad Orvieto zo’n wonder herdenken? Het ging zijn verstand te boven. ‘Ketters in toom houden’ daar zou het de kerk om te doen zijn geweest. Ik zet Orvieto alleszins op mijn nog-te-zien-lijst.


‘Daar zijn we weer!’ zegt André ‘onze Canadese vrienden’.  Ze bewandelen de Via Francigena kris-kras en vanuit vetschillenfe uitvalsbasissen waar ze telkens enkele dagen verblijven met hun zessen. En toch is het al de derde keer dat we hen tegenkomen. Gezellig even bijbabbelen en dan zijn we echt weg uit Bolsena.


Het meer en de zon achter de wolken begeleiden ons rechts …


… de olijfbomen en de   wijnstokken links.


Even verder bevinden we ons in het archeologisch natuurpark van Turone. Wat een heerlijk bosgevoel overvalt ons hier! Het ruikt naar zwammen en het voelt als thuis.


Achter het Kapelleke van Maria van Turone – waar ik aan het Emmetjes-gebed vandaag de M toegevoegd heb van onze rugleidende vriend Marjo, die momenteel volop inspanningen levert zodat hij ons weldegelijk en zonder al te zware rugproblemen op 26 oktober in Vetralla kan vervoegen – staan twee mannen met paddenstoelenmandjes druk te discussiëren en te gesticuleren.


Wat verder, dieper het bos in, toont deze paddenstoelenzoekende familie ons de eenzame paddenstoel in hun mandje. ‘Waar vinden die anderen ze toch?’ zuchten ze vertwijfeld. ‘Op Facebook stond het nog vanmorgen! Drie enorme paddenstoelen van anderhalve kilo hebben ze gisteren hier geplukt. En wij vinden niets!’ De zoon roept van beneden, ergens dieper het bos in. Wat, dat verstond ik niet, maar pa en ma renden er verheugd naar toe. Misschien de tweede paddenstoel van de dag?

Toevallig hebben we gisteren, op het pleintje naast ons hotel, iemand met drie enorm grote paddenstoelen zien pronken. Mensen dromden om hem heen om ze te bewonderen. Allemaal moesten ze exact de plaats weten waar de vondst gebeurde. Waarschijnlijk daarom dat wij vandaag mensen ontmoeten die verwoed op zoek zijn naar paddenstoelen in een park beroemd om haar Etruskische  archeologische vondsten die hen weinig interesseren.



Wij nemen het bosgevoel verder helemaal in ons op, eten onze broodjes met het concert van een klaterend watervalletje op de achtergrond …


… krijgen bij het verlaten van het bos nog eens het Meer van Bolsena te zien …


… en moeten dan nog ettelijke kilometer doen tot Montefiascone. Teveel kilometers naar mijn goesting want ik begin heel moe te worden.


Deze minstens 500-jarige oude eik smeek ik om wat extra energie…


… maar ik verlies die tijdens de klim naar Montefiascone. ‘Gelukkig! We moeten verderop de steile trappen niet op! Maar er  omheen naar ons hotel Urbano V op de Corso Cavour!!’ Met deze gedachten pep ik mij op terwijl ik mij voortsleep achter André aan  die zijn gps volgt.

Oeps! Hij keert terug! De trappen op gebaart hij! Och nee, och nee. Ik kan geen stap meer zetten en sleep mij letterlijk naar omhoog.


Wat een fiasco deze Montefiascone! Ik vind er niets aan. Uitgeput gooi ik mij op bed. Merk de statige inrichting niet op, evenmin als alle gouden biesjes op kasten, tafeltjes, wasbak, wc, bidet.  Ook het gezellig balkon-terras kan mij niet bekoren. Ik val neer op bed, zonder mijn kleren uit te doen.


Een dik drie uur later word ik wakker, geen sikkepit zin om op te staan. André sleept mij mee naar het dichtbijzijnde restaurant. ‘Het is de straat naar beneden’ motiveert hij mij. Bruschetta met porcini (delicieus!) en met tartufo (té straf!), mixed grill met sla, getruffeerde melenzane én patate a forno (versterkend en uiterst lekker!): ik herleef. Och, en ik vergeet nog het belangrijkste. De Est! Est!! Est!!! Dé beroemde wijn van Montefascione. In 1111 reisde Bisschop Johannes Fuller richting Rome waar hij nooit geraakt is omdat hij zich hier in Montefiascone doodgedronken heeft aan deze eenvoudige, doch verrukkelijke witte wijn, gemaakt van de trebbiano- en malvasiadruif. Mij heeft hij tot leven gewekt!


Zelfs zo goed dat we nog wat van Montefiascone by night genoten hebben. Daarna ben ik terug in een diepe slaap gevallen, onder ander dromend van de verrassing die vriendin Ria van haar man Peter kreeg. Maar dat is een verhaal voor morgen, alsook het verhaal waarom Montefiascone helemaal geen fiasco is, integendeel. Ik loop achter, maar nu weten jullie waarom:-)

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .

4 reacties op “Dag 151 – 23 oktober 2016 – van Bolsena naar Montefiascone – 18 km

  1. Alles d’r op en d’r in : toekomstplannen,uitgebreide geschiedkundige achtergrond

  2. Ben geen Freudiaan, maar de man heeft toch heel wat toegevoegd aan mijn geloof in de kosmische druk die een menss kan ondergaa. Begrijp zeer goed dat jij vooral, Concetti, doodmoe bent maar André zeker ook. Vooral jij hebt via deze toch enorm veel stoom vanuit je ‘verdrongen’ onderbewustzijn afgelaten via dromen. André ssi altijd zowat ‘binnenvetterig’ (nieuw Nederlands woord) geweest, zoals ik hem in zijn postpuberale periode gekend heb. Ook fysisch moet je deze queeste niet onderschatten. Jullie lossen het allemaal goed op. De landschappen zijn een balsem – om jaloers op te zijn. Die historische steden…. En, God ja een schaafwonde na gekrakeel… Had wel gevoeld dat er een bui op komst was. Vroeger in de klas dikwijls gezegd — voor een examen: “Alleen kalmte en spuitwater kan je redden”. Ju met de geit. Tot morgen… ook wanneer jullie een gat in de dag slapen.

Reacties zijn gesloten.