Dag 143/144- 15 en 16 oktober 2016 – van Cuna via Buonconvento tot Torrenieri – 18 km + 13 km

15 oktober 

Het was gisteren, onmiddellijk nadat wij in Cuna aankwamen, al beginnen regenen. 

Verschanst in Casa Marcellina, die wij volledig ter beschikking hebben, hoorden we de weergoden buiten vreselijk tekeer gaan. Het klonk echt dramatisch. En het was koud. Zeer koud. Bibberend heeft André de vier pitten van het fornuis aangedaan waar we onze ijskoude handen aan verwarmd hebben. Geweldig idee, vond ik.  Tot hij aan de centrale bedieningspaneel is gaan draaien. ‘De radiatoren beginnen te warmen’ komt hij mij trots meedelen. Ik geloof het niet en ga zelf voelen. Inderdaad ze warmen op! Daar hadden we echt niet op gerekend, want dat is geen evidentie in Italië tot eind oktober en sowieso niet in pelgrimsverblijven. In de steeds warmer worden keuken, eten wij gelukzalig ons meegebracht proviand op terwijl de regen buiten verder dramatisch striemt.  


Onze was hangen we boven de warme radiator in de slaapkamer. De wandelstokken doen dienst als onderbroekenhanger. Ook zij zijn   multi-inzetbaar. 

Rond twee uur word ik badend in het zweet wakker, enerzijds door de hitte anderzijds door de nachtmerrie. Anna, mijn buurmeisje én schoolvriendin tijdens de lagere school, kom ik tegen in de Delhaize in Houthalen. Zij kijkt naar mij, herkent mij niet en wil doorgaan met haar volle kar etenswaren. Ik roep haar, ze kijkt mij nogmaals niet herkennend aan. En dan eindelijk, herkent ze mij. ‘Concetta, wat ziet gij er lelijk uit!  Wat hebt ge met uw haar gedaan! Kunt ge u niet meer schminken nu ge met pensioen zijt!’ Anna, een schat van een vrouw, altijd rechtoe, rechtaan, zegt in mijn droom dat wat ik over mijzelf denk momenteel. Anna, een plantrekker van formaat, die tijdens een hele periode in de lagere school ‘s morgens naar mij toeliep en vroeg ‘Wat hebt ge vandaag tussen uw boterhammen. Laat eens zien!’ Ik liet ze zien, durfde niet anders. ‘Parmaham en provolone!  Ik heb er met van die confituur die gij zo graag lust!’ En ze nam mijn pakje boterhammen uit mijn handen en legde hare in de plaats. Ik geef toe, één keer heb ik gezegd dat ik van thuis nooit boterhammen met confituur kreeg zoals alle Vlaamse kinderen. Moedige Anna die dapper haar kanker overwonnen heeft dankzij haar doortastend karakter en optimisme. Misschien hebben mijn lekkere boterhammen ertoe bijgedragen. 

Het regent nog steeds loeiend hard. André gaat de verwarming uitzetten. Ik deleet ondertussen enkele vreselijke foto’s van mijzelf  op mijn smartphone. Die acht ik namelijk verantwoordelijk voor de nachtmerrie. 

‘s Morgens moeten we ook ontbijten met ons meegebracht proviand: brood met parmaham en provolone. In de kast, waar Beatrice ons gisteren liet zien welke voedingswaren ze gratis ter beschikking van de pelgrims houdt, is ook confituur. En nu heb ik toch niet toevallig zin in confituur zeker! 


Na het ontbijt trekt André de deur achter zich dicht. De sleutels gooit hij, zoals gevraagd door Beatrice, in de brievenbus. 


Ik sta al aan de kerk van Sint Jacob en  Christof uit de 3e/4e eeuw, tegenover het huis, te loeren of we niet binnen kunnen. Daarbinnen zouden fresco’s uit de 4e eeuw zijn die het Sint-Jacob-mirakel over de opgehangen zoon uitbeelden. 


Opm.:  deze foto van een deel van de fresco’s  heb ik geplukt van internet. 

Het verhaal gaat als volgt. Een jongen wordt onschuldig ter dood veroordeeld en opgehangen. Op het moment van de ophanging bidden de ouders tot Sint Jacob. Die verschijnt en houdt de jongen vast aan de benen zodat hij niet stikt, terwijl de ouders naar de rechter lopen om hem te smeken hun zoon te redden. ‘Maar die is nu zo dood als deze haantjes die hier gebraden op mijn tafel liggen.’ zegt deze, zittend aan zijn overvol gedekte eettafel. ‘Hij is nog niet dood’ huilen de ouders ‘Sint Jacob beschermt hem’. Luid lacht de rechter, totdat de gebraden haantjes levend worden en beginnen rondhuppelen op zijn tafel. Hij is verbijsterd, attrubueert het mirakel aan Sint Jacob en laat de strop om de hals van de zoon verwijderen, die door de liefdevolle armen van zijn ouders opgevangen wordt.  

Aan de andere kant van de straat, staat André te gebaren met zijn twee handen die op en neer gaan, wijzend naar Casa Marcellina. 

‘Ik ben mijn stokken in het huis vergeten’ hoor ik hem zeggen wanneer ik dichterbij kom. Ja dat is een ramp! Ik bel aan de deur van het huis langs de kerk. ‘Nu heb ik een reden om bij de mevrouw die de sleutel van de kerk met de fresco’s heeft, aan te bellen!’ verblijd ik mezelf. Wanneer ze aan het raampje boven verschijnt, duidelijk net uit haar bed gesprongen en niet zo blij, vraag ik enkel of zij toevallig niet de sleutel van Casa Marcellina heeft omdat mijn man zijn stokken binnen is vergeten.  Die heeft ze niet. 

Paniek! Tot André aan de brievenbus begint te morrelen, hem uit de haken van de muur trekt zonder iets te beschadigen, ondersteboven schudt en de sleutels eruit vallen. Geen mirakel van Sint André, pure handigheid. De brievenbus hangt terug in de haken. Beatrice zal er niets van merken. 

De andere bezienswaardigheid in Cuna is La Grancia (een versterkte boerderij). 

Die zit helaas in de steigers, maar eens hij af is, zal het mijns inziens een belangrijke toeristische trekpleister worden. 

 

Zo zag deze Grancia er uit toen het in de middeleeuwen een Hospice was voor de pelgrims op de Via Francigena of op weg naar Compostella.  Toch opvallend hoeveel infrastructuren er indertijd waren voor pelgrims. En dan waren er ook nog een de Ridders van de Thau, de oudste religieuze cavaliers uit Altopascio, die hen beschermden.  Ik begin mij steeds meer de impact van pelgrims te realiseren, in het verleden maar zeker ook in het heden. Ecologische reizigers met weinig verwachtingen en een hoog tolerantiegehalte. Zo zie ik ons pelgrims op dit moment. 

Met een warm hart voor dit klein, maar groots gehuchtje stappen we de dag tegemoet. 


Dat we veel moois te zien gaan krijgen, daar bestaat geen twijfel over. Welk moois, dat is telkens weer de verrassing en de ontroering van de dag. 


Hoe mooi, roepen we weeral heel dikwijls uit. Diverse pelgrims die we tegengekomen zijn, vertelden ons dat de weg na Siena tot Rome volledig plat is, heel gemakkelijk. Dat vond ik eigenlijk ongelooflijk omdat we nog door vele, vele heuvels moeten. Hoe kan de weg dan plat zijn? Maar gemakkelijk misschien wel. Ook André loopt vol goede moed en geen pijn aan zijn hiel (ijs-, smeer- en oefentherapie wordt nog steeds heel trouw gevolgd). ‘Met deze goede wegen raken we zonder enig probleem tot in Rome. Een zaligheid voor mijn voeten’. Amper heeft hij deze woorden uitgesproken … 


… en we krijgen een glibberig, lemen pad onder onze voeten geschoven. Enkele kilometers lang  balanceren we op schoenen die op den duur geen grip meer hebben. Hoe tekenend voor het echte levenspad! Denken dat alles vanaf een bepaald punt vanzelf zal gaan, blijkt dikwijls een misrekening. Er ligt altijd wel iets op je weg waarop je uit kan schuiven. 


Toch wordt deze slak door onze glibberige voeten ontweken. Hij vertedert mij, dit broos wezentje, teruggetrokken in zijn huisje, tussen de zware ribbels van onze stapschoenen. ‘Kijk André, dit is ons metafoor’ zeg ik. Ik noem onszelf dikwijls lachend ‘slow-pelgrims’, een tegenbeweging voor de huidige trend om alles in 100 dagen te doen. Wij stappen veel, veel langzamer dan de meeste pelgrims, blijven langer op een plaats en laten onze ‘kleverige’ spoor na, zowel door ons intensief contact met de plaatselijke mensen, als via deze blog bij onze lezers. 


De Toscaanse heuvels zijn vandaag getooid in een soberder schoonheid dan de voorbije dagen. Minder begroeiing , meer aarde, minder grillig, maar nog steeds wondermooi. 


Deze combinatie van het okerbruin van de aarde, het lichte roze van de gebouwen, het intens groen van de bomen en het blauwgrijs van de hemel, is één van mijn favorieten. 


André staat in bewondering te kijken naar de rupsbanden van dit landbouwvoertuig.  ‘Zonder die rupsbanden raken ze de glibberige heuvels niet op’ besluit hij heel terecht. 


In Ponte d’Arbia stoppen we in deze bar voor een koffie. Even checken waar het hotel, dat ik enkele dagen geleden telefonisch reserveerde, in Buonconvento ligt. We vinden die niet op Google Maps.  De telefoon, waar aan het nummer in ons boekje staat, wordt niet beantwoordt. Raar.  Ik bel naar enkele andere B&B en hotels, doch die zeggen dat ze gestopt. Wat voor een gat is Buonconvento?  ‘Weet je zeker dat het hotel waar je afgesproken hebt, in deze streek is?’ vraagt André. Vorig jaar is dat een keer gebeurd dat we 100 km verder geboekt hadden, in een plaats met dezelfde naam als die waar we moesten zijn.  Ondertussen loopt de bar vol met mensen die geen Italiaans spreken, maar een of ander Oost-Europese taal. Er wordt geld naar elkaar geschoven op een louche manier. Langs ons rinkelen de gokautomaten constant en wij worden sluiks in de gaten gehouden, zegt André. Ik heb er niets van gemerkt omdat ik het te druk had met het rondbellen voor overnachting (die we uiteindelijk gevonden hebben) en met Vodafone, de Italiaanse operator waar ik tijdens ons verblijf in Italië klant ben. We hebben hier in weinig verblijfplaatsen WiFi. Voor 10 euro per maand krijgen buitenlanders die niet in Italië geboren zijn 3 GB internet en kunnen zij onbeperkt bellen. Het abonnement staat op André zijn naam omdat ik wél in Italië geboren ben (wat een discriminatie vind ik!).  Probleem is dat er een hoop kosten voor van alles en nog wat af gaat en daar wil ik een halt aan roepen. Een stressy koffiebreak is het geworden. 


Heel blij dat we alsnog slaapplaats gevonden hebben, stappen we nog een dik uurtje door de prachtige, glooiende heuvels. 


Patrizio, een opvallende,  kleurrijke pelgrim gaat de tegenovergestelde richting uit: hij komt van Rome en gaat met zijn twee bamboestokken in de hand naar Pietrasanta. We ontmoeten hem net wanneer we ‘het gat’ Buonconvento binnenstappen. 


Even verder verbroederen we met enkele Franse Mobilhome-reizigers. Zij hebben 14 dagen in Sardinië rondgetoerd en doen dat nu nog eens drie weken in Toscanië. Heerlijk ontspannen mensen die vinden dat gepensioneerd zijn een fantastische status is. 


Och kijk, een middeleeuwse poort! Het ‘gat’ tot Buonconvento. 


Och kijk, wat een leuke straat. En daar, net na de kerk waar die witte luifel is, is het hotel Roma waar we geboekt hebben. 


Och kijk, ook deze stad is ommuurd!


Och kijk, hoe grappig: de carabinieri en dan de pelgrim onder het meridiaanteken langs de kerk. 

Och jammer, de kerk is dicht. Daar zou een heel mooie Madonna zijn. 


Och kijk, een fiat uit 1971! Heel fier zegt Bruno, de eigenaar, dat hij er thuis nog eentje heeft staan, een rode, ook uit 1971. Deze witte is om te gaan jagen. 


Och kijk, een Belg naast ons aan tafel in het restaurant van hotel Roma. Het is architect Ludo uit Dilbeek die enthousiast vertelt over zijn liefde voor deze streek en voor de Italiaanse kunst.  Hij legt ons het verschil uit tussen gotiek en renaissance. De kern is, als ik het goed gegrepen heb, dat gotiek het hemels aspect benadrukt (steeds verder en hoger naar God toe) en de renaissance de mens centraal stelt. De clou van zijn verhaal is, dat het grootste renaissance ontwerp bedoeld was voor de Sint Pieterkathedraal in Rome. Nooit zo gerealiseerd, doch bepaalde aspecten wel en daar moeten we van Ludo op letten wanneer we daar zullen zijn. 

Zijn vrouw wou een vakantiehuis in dit lappendeken landschap en dat hebben ze nu, 7 km van Buonconvento, duidelijk geen ‘gat’ maar een levendig, authentiek dorpje.  Elke morgen als ze hier zijn, vindt hij een reden om naar Buonconvento te komen. ‘Lekker koffietje drinken in één van de twee bars’ zegt hij glunderend. 

16 oktober

In de mistige morgen stappen we richting Torrenieri. 



De mist accentueert kunstig de spinnenwebben…


… en verstilt de schoonheid van de heuvels. 


Dick van Brighton (Engeland) daagt op uit die mist en stapt een tijdje met ons mee. Hij gaat in 3 maanden van Canterbury tot Rome. De Po-vlakte heeft hij geskipt en af en toe andere stukken ook. 


Tussen Buonconvento en Torrenieri is er niets qua horeca. Daarom biedt wijnhuis Caparzo de langskomende pelgrim een broodje aan met water en wijn. De hostess laat ons het complex zien en dan zetten we ons aan tafel. 


Lekkere wijn zeg. En ze laat de fles gewoon bij ons op tafel staan. We worden er helemaal happy van!  Eens wat anders dan een koffietje als break. 


De Reserva Brunello, hun topwijn, verkopen ze aan 47 euro. Die maakte helaas geen deel uit van het pelgrimsarrangement. Wel de basic Sangiovese van 5,50 euro. En eerlijk? Geef mij die laatste maar want zo gekke prijzen betalen voor een fles wijn dat doe ik niet graag. 


Wanneer we een dik anderhalf uur later buiten komen, is de mist helemaal opgeklaard. 

Geen verstilde schoonheid meer, maar een sprankelende mix van heldere kleuren die de heuvels doet stralen. 


Daar ligt Torrenieri. Een heel gewoon dorpje dat deel uitmaakt van Montalcino. 


We worden heel gastvrij opgevangen door Stefano en Anastasia in de B&B l’Incanto. Die hebben van de doodgewoon huisje met klein tuintje een soort jungle in het dorp gecreëerd. Ze kweken er kaki, tomaten, diverse soorten peperoncino en andere groenten. 


In het centrum zijn twee kerken. Deze Romaanse van San Rocco bekoort ons door haar eenvoud zowel van binnen…


… als van buiten. 


We eten verrukkelijke Sardische ravioli en een malse, perfect gegrilde kalfbiefstuk in de Osteria…


… en gaan slapen bij volle maan. 

Ik weet niet of de wijsheden van Femke de Grijs een grond van waarheid hebben, maar ik hoop dat ik vannacht niet over weerwolven droom. 

Liefs,

Concetta 



Mijn locatie .

12 reacties op “Dag 143/144- 15 en 16 oktober 2016 – van Cuna via Buonconvento tot Torrenieri – 18 km + 13 km

  1. Hoi Concetta. Met enige vertraging BUON ANNIVERSARIO! Tegenwoordig maak ik iedereen een paar dagen jonger door te laat verjaardag te wensen

  2. Het blijft een tocht met als ondertoon de be- en verwondering overf alles wat jullie ontmoeten. Miljoenen GB ‘s voor later wanneer het leven thuis weer rustig gewworden is. Prachtige foto’s en landschappen. Eingelijk ben jij een droomfenomeen, Concetta en alrtijvan die akelige dingen. Het schijnt dat je precies daardoor alle narigheid uitje hoofd wegspoelt. Zoalng André maar niet schrikt.

  3. Hallo, ook ik heb weer nieuwsgierig je verslag gelezen. Bij je uitleg van de kerk in Cuna moest ik toch glimlachen. De opgehangen jongen die gered wordt door St Jacob! Die legende bestaat ook in Spanje op de Camino naar Compostela. In Santo Domingo de la Calzada. Maar hier plaatsen ze de legende in de 14 de eeuw ! Zoals altijd zullen wel de beide verhalen met een korreltje zout moeten nemen. Niettemin weer genoten van je mooie vertelstijl en de prachtige foto’s.

    • Hildegarde, dat type verhalen moet je altijd met dikke korrel zout nemen. Maar toch moet er ergens iets van waarheid zijn waar het mee begonnen is. Groetjes !

  4. 2 dagtochten in een ruk uitgelezen… geeft een heerlijk gevoel om met jullie te kunnen mee kijken en mee beleven.

    Vele groeten nog !
    Ronny

  5. Regen, zon, louche locatie, prachtige vergezichten, historische gebouwen en 2 fantastische wandelaars

    Geniet,

    Cees

  6. Een schat aan natuurfoto’s en momentopnames. Een schat aan ongeschreven regeltjes van levenservaringen die voorzeker een blijvende invloed gaan hebben.
    Je wordt er bij wijlen filosofisch onder.
    Zo schuifelen jullie stilletjes verder. Zo verwerken jullie je francigena op je eigen manier.
    Italië is jou, Concetta, waarschijnlijk nooit zo na aan je hart gelegen als nu.
    Misschien doe je de hele tocht later nog eens over met jullie vintage caravan en blijft dan alleen plakken op de allermooiste plekken.
    Je bent nog jong , jullie 2 , het leven ligt nog aan je voeten.

Reacties zijn gesloten.