Dag 137 – 9 oktober 2016 – San Gimignano

Wanneer we de deur (poort is eigenlijk juister) van onze B&B dichttrekken, wordt onze straat – la Via Quecerecchio – door een redelijk blauwe lucht overkoepeld. Een veel lieflijker beeld dan gisteren in de regen.

Ons hoofd verwerkt nog de wijsheden van pa en zoon Vandewiele, ons hart is vol van de warmte en genegenheid die Paul en Agnes ons gisteren schonken, onze maag heeft het lekkere eten waarop ze ons trakteerden al verteerd, want we zijn op weg naar onze ontbijtplaats.

Trouwens André heeft zich gisterenavond al het e-boek ‘Boeddhisme voor beginners’ gekocht én is al beginnen lezen. (@Paul: verwacht je aan veel vragen tijdens onze volgende bijeenkomst!). Het is dan ook één van de mooiste levensbeschouwelijke stromingen, het boeddhisme, en al wat wij ervan mee kunnen nemen, kan van ons alleen maar betere mensen maken.


Ik denk wel niet dat we André ooit, zoals deze monnikken, in het oranje gekleed, met één blote schouder, Boeddha aanbiddend, zullen zien. Maar dat hoeft ook niet. Ideetjes opdoen en toepassen is al meer dan genoeg.


Het ontbijt krijgen we geserveerd in bar Le Torri op de Piazza Duomo. De eigenaressen – twee heel toffe zussen, een blonde en een zwarte – van onze B&B, zijn ook de eigenaars van deze bar. Het is er heel druk. Allemaal mensen in lopers-outfit die nog een koffietje met un dolce komen nuttigen.


Tegen negen uur vervoegen ze de andere lopers op de piazza …


… en klokslag negen uur lopen ze – na het schot – de stad uit door de smalle straatjes. 30 km later zullen ze aankomen in Volterra, blijkbaar ook een heel mooie stad die gesticht werd door de Etrusken.


Wij willen vandaag lekker relax door San Gimignano slenteren. Kijken naar de impressionante ommuringen.


Lopen over die impressionante muren.


Kijken naar de uitzichten vanop die impressionante muren.


Uiteraard ook de vele torens bewonderen.


Net als de andere toeristen lopen we door de vele pittoreske straatjes. Ik bel ondertussen met mijn vader, die mij niet goed verstaat, zoals gewoonlijk. Het echte nieuws krijg ik altijd van mijn zus Maria. Die bel ik dus ook. Alles blijkt oké te zijn met pa. Hij heeft zich vorige week in de problemen gebracht door alleen naar zijn tuin te gaan met zijn e-scooter en daar af te stappen om noten te rapen.  Zijn knie blokkeerde en hij raakte niet terug op zijn e-scooter. Mijn heldhaftige broer Pino heeft zijn reddingshelm opgezet en is hem luid ‘tutatuta’ roepend, gaan redden. Pa zou nu besloten hebben om dat niet meer te doen. Net als jonge kinderen met vallen en opstaan leren wat ze wél kunnen, leren bejaarden met vallen en terug op te staan wat ze niet meer kunnen. De cirkel is rond.


Iets verder op de straat, quasi tegen de Piazza della Cisterna, is er een klein museum met een maquette van de San Gimignano van 1300. Daar sta ik net een foto te nemen, wanneer mijn zus nogmaals belt. Het gaat heel slecht met Rosina, de vrouw waar ik gisteren over schreef, de moeder van mijn beste vriendin Vittorina. Het zal niet lang meer duren, vertelt Maria mij. Ik snel naar buiten. Vittorina bellen. ‘Ja, het kan elk moment gebeuren. Dat moment kan nu direct zijn, over een paar uur, over een paar dagen.’ vertelt Vittorina mij.

Rosina is al sedert mei palliatief, dat wisten we. De laatste keer dat ze in het ziekenhuis was, was ik eindelijk nog eens een keertje met haar alleen. Zo blij dat we onder ons tweetjes nog eens konden kletsen! Meestal zijn onze mannen erbij. Dat is ook fijn, maar het is een heel ander gesprek. Die keer in het ziekenhuis hadden we het over haar vriendschap met mijn moeder, haar beste vriendin, hoe die ontstaan was. ‘We waren als zussen’ zei ze mij ‘alle twee in een vreemd land zonder ouders, zonder familie, dat schept een band’. En we hebben ook nog zo gelachen met haar huwelijk. Ze was pas 16 toen ze trouwde, maar haar man mocht niet aan haar komen totdat ze 18 was. Die geschiedenis ken ik al lang. Ik vroeg haar, na al die jaren dat ik haar ken, of dat echt waar was dat ze nooit ‘iets’ gedaan hadden voor haar 18 jaar. Ik heb dat eigenlijk nooit geloofd. Maar ja, het is volgens haar echt, echt waar. ‘Schrik dat ik had toen het eindelijk zo ver was, Cettina’ – want zo noemen mijn ouders mij en zij als een soort tweede moeder, noemt mij ook altijd zo – ‘Ik wist niet wat er ging gebeuren! Zo onnozel waren wij toen. Ze leerden ons wel hoe we een heel varken konden verwerken in vlees, charcuterie, worsten. Ze leerden ons hoe we alle soorten pasta moesten maken en de daarbij horende sausen. Maar de echt belangrijjke dingen in het leven, daar spraken onze moeders niet over, die moesten we zelf maar ontdekken. Er was teveel schaamte in die tijd.’

En nu ligt deze vrouw waar ik ontzettend van hou, op sterven. Ze heeft haar hele leven lichamelijk veel afgezien. Ik vraag Vittorina om haar te zeggen hoeveel ik van haar hou en dan beginnen we alle twee te huilen. ‘Het is genoeg geweest’ snikt Vittorina ‘Bid aub voor haar in één van die kerken waar je momenteel overal rondhangt, brand een kaars, vraag aan God dat hij haar eindelijk uit haar lijden verlost.’

Ik loop naar André die nog rond de maquette hangt en vertel hem wat er gaande is. ‘Ik moet nu direct een kerk binnen. Ik heb er nood aan.’ We snellen naar de Piazza Doumo, gaan de kerk die volledig met prachtige fresco’s beschilderd is, binnen.


Daar blijkt de mis net te gaan beginnen. We zetten ons neer. Er dringt niet veel tot mij door van wat de pastoor zegt. Ik huil en ben in gedachte bij Rosina en ook bij mijn eigen moeder. Waarom hebben deze twee vrouwen zoveel moeten lijden in hun leven?  Noem een ziekte of kwaaltje of één van de twee heeft het gehad. Geen kanker of andere levensbedreigende ziektes, maar van die zeurende, pijnlijke dingen, waar ze nooit vanaf raakten. Waarom laat God hen zelfs tot op het laatste zo lijden? De doodsstrijd van mijn moeder komt mij terug voor de geest. Tot drie keer toe dachten we dat ze haar laatste adem had uitgeademd. Telkens opnieuw herleefde ze, snakte naar lucht. Het was net een horrorfilm.


Doordat ik niet goed aan het luisteren ben, is de doopplechtigheud van Lucio al even aan de gang voordat mijn frank valt. Een lief kindje, geeft geen kik. Dit heb ik nog nooit meegemaakt: een doopfeest gewoon tijdens de zondagse mis.

Lucio wordt opgenomen in de geloofsgemeenschap. Rosina is bezig er langzaam uit te stappen. Ik begin weer te huilen.


De mis is uit. Nu nog het aan Vittorina beloofde kaarsje branden aan het Maria-beeld. Ik hou niet zo van die kaarsen die je niet echt meer kan aansteken. Het kaarsje licht pas op na de tweede inworp, maar ik heb hem brandend gekregen. ‘Neem Rosina zachtjes tot jou’ smeek ik ‘Het is genoeg geweest’ en ik huil weer.


Deze twee witte nonnen behoren tot de twee enige herinneringen die ik heb van mijn 5 levensjaren in mijn geboortedorp op Sicilië. De nonnen van de kleuterschool waar ik naartoe ging, waren zo gekleed. Ik heb dat altijd mooi gevonden. Mijn andere herinnering is een ezel, maar volgens mijn vader hebben we die nooit gehad.

Uitgeput van alle emoties gaan we een aperitiefje drinken, eten er een paar brusschetta’s bij en gaan daarna wat uitrusten op de kamer.


Gisteren viel het mij al op: heel veel ijsjeslikkende mensen én een hele lange rij wachtende aan een gelateria. ‘Wie heeft er in dit regenweer zin in een ijsje?’ vroeg ik mij af.

Het blijkt de wereldberoemde gelateria van Sergio Dondoli te zijn. Hij heeft al diverse keren de prijs van beste gelataio gekregen.


En dus gaan wij ook een ijsje eten. Het regent vandaag ten minste niet. Wel moeilijk om een selfie te nemen met zo’n gigantisch ijsje in de hand. Maar hij is echt lekker, heel lekker. De hype is terecht. 

Terwijl wij, samen met een honderdtal andere ijsjeslikkende mensen, op de Piazza Della Cisterna staan, begint er iemand poppenkast te spelen. De kinderen zetten zich op de grond, de volwassenen errond. Ijsjes likkend poppenkast lijken! Een jeugdige activiteit die mij wat opkikkert, mijn verdriet doet vergeten en mijn nog wat zere keel verzacht.


We struinen nog wat rond, bespreken wat overnachtingsplaatsen voor de komende dagen (ik vier mijn verjaardag in Siena en misschien wordt op die dag de baby van mijn neef Ivan in Milaan geboren!) …

… het begint opnieuw te regenen en we nemen afscheid van San Gimignano. Heel mooi, maar toch wel heel, heel toeristisch. Morgen stappen we verder de Via Francigena af.

‘Hoe zou het met Rosina zijn?’ Die vraag spookt constant door mijn hoofd, hopend op een genadige God.

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .

16 reacties op “Dag 137 – 9 oktober 2016 – San Gimignano

  1. Veel ,sterkte en goede moed Concetta. Een moeder niet meer zien is het ergste, maar gelukkig blijft ze voortleven in je hart en herinneringen.
    Mijn moeder is slapend in de zetel gestorven : beter kon het niet. Mijn schoonmoeder is gestorven in haar 99ste jaar. Ze was overtuigd dat ze 100 zou worden of reeds was. In haar zak had ze een papiertje met 100 op. En regelmatig vertelde ze wie allemaal moest uitgenodigd worden op haar 100jarig feest : spijtig maar het waren allemaal bekenden uit haar familie die reeds lang overleden weren.
    Veel sterkte en toch intens reisgenot.

    • Dag Piet,

      Heel veel dank voor je troostende worden. Zo een mooie dood van je moeder. Daar teken ik voor!

      Dank ook voor je regelmatige en positieve feedback, dat motiveert en stimuleert.

      Groetjes,

      Concetta

  2. Je moeder is je moeder, je hebt er maar 1 ! Maar jij Concetta had er dus 2 ! Een rijkdom ! En je moeder verliezen is het doordringendste wat er is. Rosina zal goed terechtkomen bij jouw mama daarboven. Kunnen ze weer bijpraten en alles van jouw vertellen.
    Veel sterkte. Jouw staptocht zal een goede verwerking zijn. En babbelen en herinneringen ophalen. Mensen overlijden, herinneringen blijven. We houden ze levend door er veel over te praten. We zijn pas dood als we worden dood gezwegen.
    Leuk de laatste dagen die dubbele selfie!
    Groetjes, M&M

  3. Je moeder is je moeder, je hebt er maar 1 ! Maar jij Concetta had er dus 2 ! Een rijkdom ! En je moeder verliezen is het doordringendste wat er is. Rosina zal goed terechtkomen bij jouw mama daarboven. Kunnen ze weer bijpraten en alles van jouw vertellen.
    Veel sterkte. Jouw staptocht zal een goede verwerking zijn. En babbelen en herinneringen ophalen

  4. Concetta,Andre,

    Weeral een mooie reportage met vele mooie foto’s.

    Het is opmerkelijk dat een mens stilstaat voor zijn gevoelens, zowel de goede als de minder goede tijdens een bepaalde gebeurtenis (pelgrimstocht….)
    In het dagelijks leven worden we voor een stuk geleefd en is er weinig tijd om hiervoor effe tijd te maken.

    Het voorbije weekend zaten we met de Landelijke Gilde in de Gaume streek.
    Het was een overvol agenda die moest afgehandeld worden,met de nodige druk en spijs als rode draad. Voor mij mocht dit allemaal minder zijn. Zeker in de wetenschap dat er miljoenen mensen zijn die amper iets te eten hebben.

    Groetjes

    Jean

    • Dag Jean
      Inderdaad wij houden ook niet van overdadig eten en zoveel gangenmenu’s . Simpel en lekker is het best. Maar het overdadig eten en overdrukke dagen heb je dikwijls als je een groepsreis hebt. Maar niet altijd En ja een voettocht zoals wij doen is een soort paradijs! Je denkt veel, bent creatief, ontspant, ontmoet veel mensen; ziet de wereld en de wonderlijke natuur en je voetafdruk is klein en zo zou ik kunnen doorgaan …. Zo reizen dreigt een verslaving te worden, maar in de gunstige zin van het woord.

  5. Jullie beleven op jullie tocht zowat alles wat een mens kan ontroeren. Liefde, mystiek, gelof, gekibber, verdriet. Het is net een realityfilm die zich afspreelt in een prachtig decor. Vreemd ook hoe mensenvastgekleefd zijn aan hun jeugd, famlie, streek… Hoe ouer je wordt hoe intenser en pmooier die herinneringen. En die Gelati. Kan je nergens in de wereld krijgen zoals in Italië. Herinnen met de ‘Gorsa’ in Firenze, waar we elk jaar minstens zo mirakle gingne likke. Sterkte, Concetta!. Je kan zeker uithuiilen op de schouder van André nu. Wanneer jullie terug zijn stuur ik mijn laatste kortverhaal. Het gelukkig zijn van een ‘softenonkind’ (51 jaar). Goede vriend van me, onlangs heel stilletjes ‘weggegaan’. Groeten aan de sublieme Dan Geminiani.

  6. De woontorens, het gemeentehuis/museum, de duomo, de gelateria, de piazza… zo blij om het allemaal nog eens terug te zien. Dankjewel, Concetta. En veel sterkte <3

Reacties zijn gesloten.