Dag 130 en 131 – 2 en 3 oktober 2016 – van Valpromaro naar Lucca – 16 km

‘De lucht is vanmorgen helemaal grijs’ deelt Mariuccia mee wanneer ze terug de kamer binnenkomt die André en ik met haar en Roberta delen. Na onze aankomst in Valpromaro gisteren is het serieus beginnen regenen. Ik kijk uit het hoge venster en zie inderdaad een volledig bewolkte hemel. Misschien kan ik wat mooie foto’s maken?’ denk ik en stap met mijn smartphone in de hand richting achtertuin. 

De tafels in de eetkamer zijn al klaar voor het ontbijt. Ook dat krijgen we hier in de Ostello. Echt een uitzondering. Mooi vind ik het panorama aan de achterkant. De donkere bergen in de donkergrijze lucht gecombineerd met het geel van de Sint-Martinuskerk die gehuld is in een lichtere grijs dan de lucht met zelfs een klein beetje licht net boven de toren, levert mij deze mooie foto. 


Ik trek verder naar de zijkant en vind het ook een geweldige aanblik: blauw ipv grijs met een tikkeltje roze …  … en dan naar de voorkant met de straat erbij, ook heel mooi nu Merchtem wit van het gebouw rechts. Oeps, ineens realiseer ik mij dat ik in Valpromaro midden op de enige straat in mijn nachtkleedje sta. Gelukkig is er nog niet veel volk buiten. Ik stuif terug naar binnen. 


Het ontbijt is sober maar lekker: brood en beschuit met aardbeienconfituur, petit beurre koekjes, koffie met warme of koude melk en thee. Het gesprek aan het ontbijt is geanimeerd en vooral gericht op de vergelijking van de Via Francigena met de Camino naar Santiago de Compostella. Buiten André en ik hebben alle aanwezigen (behalve de kinderen) de Spaanse Camino al minstens één keer gedaan.  Het grote voordeel daar zijn de vele opeenvolgende refugios, minstens om de vijf kilometer. Op de Francigena moet je altijd veel langere tracks doen om overnachting te vinden én het komt wat duurder uit doordat er op vele plaatsen geen pelgrimsovernachtingsmogelijkheden zijn. Grote voordeel van de Via Francigena is het kleinere aantal pelgrims waardoor je overdag rustig kan wandelen en desondanks ‘s avonds in de Ostello toch gelijkgestemden vindt. De drommen volk op het laatste stuk van Compostella vinden ze geen van allen aangenaam, de weg zelf is wel schitterend. Maar dat is de Francigena ook. 


Het hele gezelschap vertrekt in gespreide slagorde de grijze dag in. Eerst vertrekken Roberta en Mariuccia, dan wij en daarna de groep van 13. 

De wolken hangen nog mooi in de bergen. Ik ben zo blij dat het koeler is en met mijn regenjas aan kan niets mij deren.

We moeten vandaag slechts 50 meter stijgen en dat is al direct na de start. Boven aangekomen moet mijn regenjas uit wegens veel te warm. Het jong volk van de groep komt eraan. Ze zijn rustig en bedeesd, geen moeite met het klimmen. 


De moeders volgen op een kleine afstand: hijgend doch druk pratend. De vaders zijn nog veel verder achter: ze kunnen ons niet volgen, zeggen de moeders trots. 


Wij trekken verder door het prachtig landschap richting Lucca terwijl de mama’s met hun kinderen op de achterblijvende vaders wachten. Ze hebben ons niet ingehaald wat een unieke ervaring voor mij is. De tocht is enkel wat moeilijk op de steil dalende stukken met gladde, natte  kasseien. Voor de rest valt het goed mee. 

De hemel trekt steeds verder open waardoor de landschappen weidser lijken. Het is weer vollenbak genieten. Onderweg komen we regelmatig inwoners van de kleine gehuchtjes tegen die een babbeltje willen slaan of van ver ‘buon Camino’ roepen. Eentje stopt zelfs met zijn auto, draait zijn venstertje naar omlaag en begint te applaudisseren ‘bravi, bravi’ roept hij daarbij. Telkens we vertellen dat we te voet uit België komen, valt hun mond open van verbazing. ‘Het zijn toch de buitenlanders die de Francigena in één trek doen, de Italianen doen het in kleine stukjes en dan nog slaan ze de Grote Saint-Bernard en de Po-vlakte over’ zeggen meerdere Italianen ons. Zoveel enthousiasme doet ons vleugeltjes krijgen en onze beentjes verder stappen. 


Wanneer we halverwege, bij de brug over de rivier Sèrchio, Sint-Pieter tegenkomen – met het kruis in zijn hand en de sleutel tot het paradijs om zijn middel – zijn we toe aan een koffie. Er is helaas geen bar te bespeuren. 

Een vriendelijke wandelaar ziet ons aan de andere kant van de rivier dralen en vraagt of we de weg kwijt zijn. ‘Neen, we zijn wanhopig op zoek naar koffie en vinden geen bar’. ‘Als jullie even terug gaan en dan een 100-tal meter over de drukke baan gaan, is er eentje, maar of hij ook open is op zondag weet ik niet’


Hij is open! Café Puccini ligt op een erg levendige hoek. Het is tijd voor de zondagse aperitief. De hapjes staan op het buffet en de mensen kletsen luid tegen elkaar. Wij installeren ons op het iets rustiger tuintertas en zien daar Roberta en Mariuccia. Die zijn teleurgesteld omdat ze verkeerd gelopen zijn en daardoor niet op schema zijn. Ze moeten vandaag terug thuis in Piacenza geraken omdat ze morgen moeten werken. 

Voordat ze vertrekken wil Mariuccia mijn rugzak omdoen. Ze begrijpt niet dat ik met zo’n zware rugzak zoveel kilometers kan doen. Ik argumenteer voor de zoveelste keer dat ik hem al heel wat lichter gemaakt heb en dat het voor mij prima is zo. Eigenlijk begin ik de commentaar op het gewicht van mijn rugzak beu te worden. Mijn rugzak en ik, wij kunnen goed overweg met elkaar. Vandaag hangen mijn kousen en ondergoed buiten te bengelen omdat ze niet droog waren vanmorgen. Misschien kan ik er van buiten een klein droogrekje aan vastmaken en daar mijn spullen met wasknijpers aan vastmaken? Benieuwd wat het commentaar dan zal zijn. 

Na de koffiebreak gaat onze weg door een natuurgebied …
… grotendeels langs de Sèrchio…

… we fotograferen er weer op los.. 
… maar deze markering tussen honderden paddenstoelen konden we toch niet voorbij laten gaan zonder te vereeuwigen, niet?


Aan deze voetgangersbrug buigen we af richting Lucca. 


De volledig ommuurde en rijkste stad van Toscanië … 

… betreden we via de Sint-Donatuspoort. 


Via smalle, koele, schaduwrijke straatjes  …

 …die uitkomen op gezellig, kleine pleintjes … 

…  bereiken we een nieuwe poort: die van de Misericordia van Lucca. In hun pelgrimsverbliif willen we twee nachten doorbrengen. 


Verbaasd zijn we wanneer blijkt dat we hier opgevangen worden door ambulanciers. ‘Ja, ja, terwijl we wachten op oproepen om zieke mensen te vervoeren, zorgen we voor de pelgrims’ zegt de kwieke dame ons. Haar man, ook ambulancier, begeleidt ons naar een klein, gerieflijk appartement met kookhoek, die wij steevast ongebruikt laten. 


‘Wil je geschiedenis, ga naar Rome. Wil je schoonheid, ga naar Firenze. Wil je verliefd worden, ga naar Venetië. Wil je door muziek betoverd worden, kom dan naar Lucca.’ Zo luidt de promotieslogan voor deze heerlijke stad. Die betovering is voornamelijk te danken aan Giacomo Puccini, mijn favoriete opera-componist. Ik kwam hem in Pietrasanta tegen in het wit-marmer. 


Hier in Lucca ontmoet ik hem in het brons-zwart…


… op beeld terwijl hij op de Torre del Lago rondvaart, waar hij een villa bouwde na het succes van La Bohème en Manon Lescaut en waar nu het jaarlijkse Puccini-festival doorgaat, …


… in het bed waar hij in 1858 geboren werd in een muzikantenfamilie … 


… op de tweede verdieping van dit gebouw waar nu het Puccini-museum gevestigd is…


… tijdens onze wandeling op de 4 kilometer lange muur rond de stad, waar in het roze gebouw aan de Baluardo San Colombano (een van de 10 bastions langs de muur), de Fondazione Puccini gevestigd is… 


… in de kerk van San Giovanni… 


… die net langs de imposante doch voor mij niet zo mooie Dom van Lucca ligt …


… waar we twee avonden na elkaar genieten van zijn beroemdste aria’s. Één avond gecombineerd met de mooiste Napolitaanse liederen, de andere avond met de frivolere composities van Mozart. De  simpele uitvoering, enkel piano en zang, wordt verheven door de bijzonder goede accoestiek in de kerk en klinkt net daardoor grandioos in mijn oren.  Beide avonden staan wij, de toehoorders, recht voor een langdurige staande ovatie. Ik ben verrukt! André ook en ik prijs mij gelukkig dat we elkaar ook in de muziek vinden. 


Puccini’s genie werd vooral aangescherpt door zich constant te spiegelen aan Verdi en Wagner, twee andere genieën van zijn tijd. Vooral Wagner zou zijn voorbeeld zijn geweest, doch daar waar Wagners opera’s eindigden in het sterven van het hoofdpersonage omwille van mystieke religieuze redenen, sterven bij Puccini altijd de vrouwen puur omwille van het dramatisch aspect. Steevast huil ik op het einde van zijn opera’s. Vroeger bedwong ik altijd mijn tranen. Beetje onnozel vond ik zelf, huilen omwille van een geënsceneerde dood. Doch na het zien van ‘Pretty Women’ – waar Vivian geprezen wordt door Edward omdat ze dat wél doet – laat ook ik ze de vrije loop. Zo helpt een Amerikaanse film, de Italiaanse dramatiek zich te manifesteren:-)


En Puccini laat mij nog niet los. Terwijl André en ik de eerste avond in Lucca rond tien uur nog wat zitten te keuvelen op een bankje op de Piazza San Salvatore – aan het fonteintje waar iedereen zijn flesje water komt bijvullen – klinkt een prachtig pianoconcert uit één van de appartementen. Hij of zij speelt ‘Che gelida manina’ uit la Bohème. Mijn lievelingsaria van de in 1924 in Brussel overleden maestro. Na een levenlang stevig roken kreeg hij keelkanker. In Brussel volgde hij een experimentele therapie. Helaas stierf hij drie dagen na zijn operatie. Een Italiaanse genie in Belgische handen gestorven. Ik weet niet goed hoe ik dit moet plaatsen. 


Een heel goede nacht uit Giacomo Puccini’s Lucca! Wij hebben onze tweedaagse simpel afgesloten door  – nog vol van de Puccini-klanken –  met een spaghetti aglio e olio, een halve liter fluweel smakende rode wijn en een liter water op de Piazza  Amfiteatro. 

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .

7 reacties op “Dag 130 en 131 – 2 en 3 oktober 2016 – van Valpromaro naar Lucca – 16 km

  1. Jullie sukkelen maar zweven ook door een prachtig landsch,bijna zonder aggressievehonden en schreeuwende furiën, naar Lucca, wat vfoor mij het mooiste juweel van ItaIë is. Heeft alles. Eenen groot museum dat dank zij de aandacht voor jouw favoriete Puccini bewaard is. Intiem, compact, romantisch, klassie in alle betekn issen van het woord. Dat van dat orgelspel vertel ik wanneer jullie terug zijn. Zorg verder goed voor elkaar. (twijfel helemaal niet aan) en GENIEN,GENIETEN!!!!!!!

  2. Concetta & André ,
    Weer genoten van jullie ervaringen. Sfeerbeelden schetsen en lezers in je verhaal meenemen, lukt je prima, Concetta. Ik krijg er steeds meer zin in en mijn keuze voor de Francigena ipv de Spaanse Camino lijkt de juiste. Nog steeds twijfel ik, met of zonder hond…

    Veel plezier op weg naar jullie einddoel

    Cees

  3. Concetta, Andre,

    Lucca lijkt mij inderdaad een moqoi stad te zijn. Veel kunst en mooie monumenten met als kers op de taart Puccini.
    Q
    Ik wist niet dat Puccini in België gekomen was en er gestorven Is.
    Blijkbaar waren de sigaretten ook al gekend als boosdoener voor vele kwalen.

    In België komt de herfst dichterbij. Rond de 16 graden,bewolkt en af en toe een bui. We kunnen alleen maar blij zijn met de nazomer die we hebben gehad.

    Vele groetjes

    Jean

    • Dag Jean , het is hier heel mooi. Wat heel fijn is, je eet hier nu nog buiten om 9 uur s’avonds in T-shirt. Verlaat zo de staf met spijt verder naar het zuiden en de zon schijnt en ze geven to

Reacties zijn gesloten.