Dag 129 – 1 oktober 2016 – van Pietrasanta naar Valpromaro – 19 km

In Pietrasanta kozen we voor een verblijf in B&B Da Pio. We hadden even geen zin in een parochiaal centrum, de belevenis in Sarzana speelt ons nog parten. Onze huidige reserveringsstrategie is er eentje kiezen via Booking.com, niet via hen boeken, wel de eigenaar rechtstreeks contacteren. Twee voordelen: we krijgen altijd een lagere prijs én als we er niet geraken, dan kunnen we gewoon telefonisch annuleren zonder kosten aan ons broek te hebben. Zeker in het laagseizoen is dit doenbaar.  Voor 50 euro hebben we deze mooie B&B met zwembad en een heel grote tuin kunnen boeken. 

Toen we gisteren tegen twaalf uur arriveerden in Pietrasanta, was het nog te vroeg om in te checken. 


Op onze weg lag restaurant ‘Nonna Lory’ en we besloten eerst daar te gaan eten.  Een vrouw komt op ons af, neemt mijn handen vast, schudt ze hartelijk en zegt ‘Ik ben Nonna Lory, welkom, welkom, welkom’ een lach op haar gezicht van hier tot ginder. ‘Willen jullie de rugzakken al op de kamer gaan leggen?’ ‘Eh, wij komen hier enkel eten.’ ‘O sorry, ik verwacht ook twee pelgrims voor mijn B&B, het is hier niet enkel restaurant, vandaar’ haar lach wordt kleiner. Ze dekt de tafel samen met haar zoon en gaat zelf voor het eten zorgen.  

We eten er heerlijk: zelfgemaakte maltagliati met porcini (een platte pasta die in ongelijke vormen gesneden wordt), gegrilde groenten en een gemengde salade. De huiswijn was jammer genoeg niet te drinken.  De zaak loopt trouwens vol met arbeiders die hun lunch komen nuttigen. Het is er erg gezellig.  

En dan komt Nonna Lory, zodra ze terug wat tijd heeft, naar ons toe. ‘Waar logeren jullie dan? Hier verder de straat op?! Maar die is heel duur! Hoeveel betalen jullie? Bij mij betaal je maar 70 euro!’ Dan hoort ze wat wij betalen en haar lach verdwijnt nu helemaal. ‘Dan heeft ze haar prijzen verlaagd!’ Ik hoor ook ‘die trut’, doch dat zegt ze net niet. ‘Maar dan toch zonder ontbijt?’ wil ze nog weten en dat klopt. Wanneer wij naar buiten gaan, worden we niet begroet. Ze is nergens te bespeuren. Haar zoon ook niet, maar die is toch maar de pantoffelheld in mama’s zaak.  

Deze Nonna Lory brengt mij op mijn eigen Nonna Maria (de moeder van mijn moeder) die al sedert vorige maandag nog meer dan anders in mijn hoofd zit. Ik heb er toen niet over verteld omdat ik eerst mijn gevoelens moest verwerken. Die maandag trokken we van Aulla naar Sarzana en we kwamen Ninetta tegen. 


Ik zag het al van ver toen ze iets tegen André zei. En toen ik dichterbij kwam, stond ik helemaal perplex. Ze leek zo sprekend op mijn Nonna Maria dat ik er niet goed van werd. Even klein, even mager, gezichtje diep gerimpeld, gekleed om te werken en toch haar gouden oorbelletjes aan. Ninetta is 85 jaar en daalde van de berg af.  Zoals iedere dag was ze haar beesten gaan voeren en had ze groenten uit haar tuin geplukt. Vandaag had ze een hele mand tomaten bij. Ik kan het niet laten en streel even over haar gezicht. Ze laat het toe. Wat hield ik van Nonna Maria! Ze was zo sterk ondanks haar kleine, tengere gestalte en zacht ondanks haar knokige door artrose getergde handen.  Helaas zagen we haar enkel eenmaal per jaar tijdens de vakantie. Wanneer wij dan aankwamen na drie vervelende dagen en twee vreselijke  nachten op de trein van Hasselt naar Caltanisetta (Sicilië), had zij steevast vers brood gebakken in haar houtoven. Voor ons kinderen had ze kleine broodjes gemaakt. Terwijl ze nog warm waren, sneed ze die open, besprenkelde ze met haar zelfgeperste olijfolie, deed er wat peper en zout op en we hadden de heerlijkste lekkernij. Dit is de puurste versie van ‘Pane cunzato’.


Gisteren zag ik in het museum van dei Bozetti in Pietrasanta deze marmeren ‘mantel van de Vrede’ en het deed mij wat. Mijn Nonna Maria liep in zo’n type mantel, maar dan in het zwart, dagelijks naar de kerk. Ze ging bidden voor iedereen die het nodig had, ook voor mij zei ze uitdrukkelijk, want ze wist dat ‘moderne meisjes’ daar geen tijd voor hadden en dus deed zij dat maar in mijn plaats. 

Heel veel en heel lang heeft ze moeten bidden voordat er sprake was van haar eerste achterkleinkind, die ze verwachtte van mij, haar eerste kleinkind. En toen ik eindelijk zwanger was, is ze gestorven zonder het te weten. 

Volgens mij is haar sterke spirit rechtstreeks naar Charlotte, mijn dochter, overgegaan. Ook zij is klein, fijn en sterk, rimpels heeft ze nog niet, gouden oorbellen heeft ze ook, maar ze wil die niet aandoen. 


Dit zijn ze, mijn twee geliefde vrouwtjes: mijn Nonna Maria en Charlotte in mijn armen, ze was toen elf maanden.  Toch heeft nonna Charlotte gezien. De eerste nacht na haar geboorte heb ik haar naast mijn bed gezien terwijl ze naar Charlotte in haar wiegje keek. ‘Nu ben ik gelukkig’ zei ze, nam mij voor de laatste keer in haar liefdevolle armen en verdween. Was het een droom? Waarschijnlijk, maar het leek zo echt en ikzelf was daarna ook gewoon rustig en zo blij dat zij wist dat ze een achterkleindochter had. 



Voor ons ontbijt trekken we naar een bar in het centrum op de Piazza Duomo waar we nogmaals de sculpturen van de Albanese kunstenaar Helidon Xhixha bewonderen. De symbiose tussen het witte marmer en het tot spiegel gepolijste staal is uiterst geslaagd. 

Via de kleine, pittoreske straatjes verlaten we Pietrasanta, die een langere verblijf eigenlijk wel verdiend had. Twee Engelse gasten in onze B&B hadden een sublieme ervaring gehad. Hun neef, ook uit Londen, werkt hier als beeldhouwer en heeft hen rondgeleid door diverse ateliers. Dat hadden wij ook graag gehad. 


Net na het levendige kerkhof verlaat de Francigena eindelijk de drukke baan … 

… en we bevinden ons eindelijk terug in de rustige natuur…


… met af en toe een rustiek, eenzaam kerkje… 


… kanten dorpjes op de heuvels..

… en miniatuur dorpjes in de dalen.

We ontmoeten Roberta en Mariuccia, twee Italiaanse dames uit Piacenza die telkens stukjes van de Francigena doen en die ook een oranje regenhoes over hun rugzak getrokken hebben. Het heeft vanmorgen drie minuten geregend. Net toen we onze regenjassen aanhadden stopte het en was het zo warm dat we die vijf minuten later uit moesten doen. 

Eindelijk komen we nog eens een mooi kapel tegen die onze 4-M-gebed waardig is.  Amen!

Net nadat André op deze foto voor mij poseerde met de Apennijnen op de achtergrond, begint de weg te stijgen en gaan we ieder ons eigen ritme, dwz hij ver vooruit en ik ver achteraan. De afstand tussen ons wordt steeds groter. Ik zie hem niet meer. Ik amuseer mij dan maar in mijn eentje terwijl ik mijn eigen naar omhoog zwoeg. 

Tussendoor even kijken of mijn haar goed zit. 

Puffen tegen mijzelf omdat de weg blijft stijgen.  Hadden we enkele dagen geleden niet het laatste moeilijke stuk gehad? Pff, pff.. 

Kijk, ze moedigen mij aan ‘er is weldra een mogelijkheid om iets te eten of te drinken’ zegt dit bericht langs de weg. De weg wordt echter nog steiler. 

Na de vierde keer dat ik het bemoedigend bericht zie, zie ik eindelijk mijn Andre boven op de brug. Hij zwaait opgewekt. Ik moet nog een tiental meters klauteren. Pff, pfffff


Eindelijk ben ik boven. Het is nog bijna vier kilometer tot aan de Casa dei Pellegrini in het piepklein dorpje Valpromaro. We hebben niets anders gevonden en met een klein hartje het pelgrimsverblijf geboekt.  Ik wil na de vermoeiende klim even rusten bij een koffie en dan doorgaan. André wil eerst doorgaan en daarna rusten. We doen dan maar ieder onze eigen zin en scheiden tijdelijk van tafel en weg. 


Wanneer ik arriveer zit André al rustig te keuvelen met Antonio, de hospitaliero, en met Roberta en Mariuccia m, de dames die we onderweg leerden kennen. André is opgelucht dat ik op de juiste plaats aangekomen ben. Er waren onderweg nogal tegenstrijdige aanduidingen. Toch ben ik er in mijn eentje, zonder gids en zonder gps er geraakt. 

Wat een hartelijk, warm en gemeend ontvangst krijgen we hier! 


Drie vrijwilligers zorgen voor ons: Antonio, Carla en Alfredo. Alles is kraaknet. Ze leggen hun werking uit als opvangcentrum voor pelgrims ongeacht hun religie. We krijgen een heerlijke pasta, een maaltijdsalade en chocoladepudding te eten. 


Mirko, de diaken, neemt ons na de gezamenlijke maaltijd mee naar de kerk. En, neen, we moeten niet bidden of een mis volgen. Neen, Mirko praat met ons. Hij wil weten welke onze motieven zijn voor de pelgrimstocht. En hij luistert echt naar onze verhalen.


 En wij, pelgrims, wij luisteren naar elkaar en inspireren elkaar. We zijn met 17 : André en ik, Roberta en Mariuccia en een groep van 13 vrienden met hun kinderen.  Op één avond worden we een hechte groep.  Er is één ding waar ik mij verder in moet verdiepen, heb ik van deze groep geleerd: verspreid op de Via Francigena staan platen met meridianen en een Latijnse tekst en die zouden de pelgrim vertellen waar hij of zij staat in zijn leven. 

Maar dat is voor later. 

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .

16 reacties op “Dag 129 – 1 oktober 2016 – van Pietrasanta naar Valpromaro – 19 km

  1. Dag André en Concetta,
    Om jullie een beetje te aklimatiseren : vandaag is hert hier 20-21 ° C. Jammer eh, want vanaf morgen is het weer Belgisch : ca 14° en regen.
    Want een enorme verrassing zijn jullie verhalen : voor ons een cursus Over Italie en diverse fruitsoorten : haspengouw kan er veel van leren.
    Dat André zijn geduld verloor verwondert ons erg : zo rustig anders. En dan nog 5 euro moeten betalen bij de opening van het restaurant : Waren het wel Japanners of verklede Hollanders ?
    Concetta, na jouw eerste reisboek kijken wij ook zeker uit naar het tweede ‘mijn dromen’. Zeker doen!!!
    En oppassen met Franciscus zeker als jullie in Rome aankomen. Want die ‘witte’ zou jullie misschien over het water willen laten lopen en met welke gevolgen.
    Nog heel veel reisgenot en hoe egoistisch voor ons veel leesgenot.
    Y en P

    • Dag Piet
      Dank voor de reactie. Deze “pelgrimstocht” is fantastisch in al haar eenvoud. Een rugzakje een creditcard en meer heb je niet nodig om te genieten van de wonderlijke natuur, de zo vriendelijke en lieve mensen, de zo rijke Europese cultuur …… En dit alles met het hoofd leeg van alle beslommeringen ( todos, autoverkeer, tv en andere op dit ogenblik zinloze dingen). Ben blij dat bij jullie alles ok is. En hoop dat jullie leven ook zo mooi is. Binnen een 15 tal dagen zijn wij in Rome als het God belieft zou mijn vader gezegd hebben. En dit is enerzijds een blij gevoel: doel bereikt en anderzijds een triestige gevoel: oei het is gedaan. Maar nu zijn wij gelukkig en wat zal komen zullen we dan wel zien

      Groetjes ook aan Yvonne Martijn enz

      André

  2. Heel mooi en krachtig verhaal van Oma en Charlotte. Ontroerend.
    Je verbindingsofficier in het thuiskamp zal zeker een traantje laten rollen hebben. Knuffel en enjoy.

  3. Dag Concetta en Andre
    Weer een prachtig verhaal. Dankjewel daarvoor. Genieten jullie er maar van!

  4. Klein, fijn en sterk :D Vind ik een leuke beschrijving!
    Jullie doen dat geweldig!
    Groetjes van de het basis-thuis-kamp xxx

  5. Concetta, zo een mooi verhaal van nonna Maria en Charlotte. Ik ben er zeker van dat je nonna, Charlotte heeft gezien. Ken het gevoel, geliefde overledenen zijn nooit echt weg en ergens blijven ze altijd dicht bij je. Het ene moment al sterker dan het andere. Ze blijven als een engelbewaarder over je waken. Nona loopt nu zeker en vast met jullie mee, stuurt alles van daarboven in goede banen :-) en …… Zal jullie in Rome zeker en vast opwachten!

  6. Zo een omaatje had ik ook. Ons moeke was klein, 40 kilo doornat, maar werken dat ze kon. Om jaloers op te zijn . Blijkbaar hebben jullie in dit verblijf een veel betere ervaring dan in dat fameuze klooster. Succes verder.

    • De passage in dat kerkje met Mirko heeftt me diep onttroerd. Biechten is al lang afgeschaft maar luisteren naar het verhaal van de andere… Daar heb je geen sacreament voor nodig maar je moet het gewoon doen. Voor de rest bljft jullie tocht heel menselijk te verlopen. Op zo’n Latijnse plaat moet ook ergens staan. ‘Homo homini lupus ‘. De man ‘mens)is voor de andere man (mrns) een wolf. ‘Mulier mulieri lupior’. Een vrouw is voor andere vrouw meer wolf (???!!! Dan volgt er nog eentje maar die moeten jullie maar zelf zoeken. Dan denk ik aan B&B discussie tussen die twee ‘Aten’. Slaap wel. Jullie geraken er. Zeker van: gelouterd, gelaarsd en gepspoord voor een volgend leven.

      • Dag Herman, wat een tocht! Iedere dag zit vol verrassingen en belevenissen . Vandaag blijven wij in het wondermooie Lucca. Wij bezoeken deze zo mooie parel

Reacties zijn gesloten.