Dag 155/156/157/158 – 27 t.e.m 30 oktober 2016 – van Vetralla via Capranica, Monterosi, Campagnano di Roma naar Formello – 62 km

Met zeven zijn we, de gasten van de zusters Benedictijnen van Vetralla. Zes pelgrims en één gast die hier al drie maanden verblijft omdat ze alleen is en momenteel niet goed voor haar eigen kan zorgen (haar kinderen wonen ver). Ze ontbijt in haar kamerjas en heeft haar vaste plaats aan tafel. Een soort alternatief rusthuis is dit voor haar.

Of ze vannacht wakker is geworden van de donder en de bliksem en het geluid van de  maaimachine die omstreeks halfvijf buiten werkzaamheden aan het uitvoeren was, wil ik weten. Ik moet de vraag een paar keer herhalen voor ik antwoord krijg. ‘Neen, ik neem een slaappil en dan slaap ik de ganse nacht door’ zegt ze nog steeds slaperig.

De pelgrims zijn wél allemaal diverse keren wakker geworden. Het strafste verhaal is van Marjo want die lag, volgens hem, met zijn hoofd buiten waardoor hij, volgens hemzelf alweer, alles veel beter gehoord heeft. ‘Marjo, hoe kunt ge nu in een kloosterkamer met zo dikke muren met uw hoofd buiten slapen?’ corrigeert Aline. ‘Ja, toch met mijn hoofd heel dicht tegen de buitenmuur en nadat je het raam hebt geopend, leek het of ik buiten sliep, waardoor ik alles heel goed gehoord heb’ verduidelijkt hij. Enfin, de stilte die ik verwacht had binnen de kloostermuren is er vannacht alleszins niet geweest.


Strenge kloosterzusters zijn er evenmin. Integendeel, Suor Maria Benedictina uit Kongo, heeft zo’n hoog knuffelgehalte (wat ik spontaan een paar keer doe, de eerste keer weet ze niet goed hoe zich te houden, de volgende keren houdt ze me zelf heerlijk lang vast terwijl ze zegt ‘Wij zijn zusters, wij twee’) en stevige, ronde knijpwangetjes (waar ik zachtjes met de rug van mijn hand over streel want knijpen durf ik niet).


De allerschattigste zuster ooit neemt voor de kloosterkerk deze foto van ons viertjes en dan stappen we uit het klooster, de wijde wereld in voor een gezamenlijke driedaagse avontuur op de Via Francigena.


Kijk, vandaag vier kleine mensjes die gek doen voor de spiegel ipv twee!

Ik ben heel blij dat Aline en Marjo er zijn, echt waar. Speciaal afkomen om met ons mee te wandelen ondanks Marjo’s acute rugpijn: fantastisch! Vorig jaar waren ze trouwens ook afgekomen. Helaas hadden wij toen net onze reis afgebroken en hebben ze alleen rondgetoerd op wat ze dachten dat onze weg was – de Via Francigena – maar de weg van Sint Franciscus bleek.

Maar ik maak me toch wat zorgen.

Ik ken Aline nu al dik zes jaar en wij komen zeer goed overeen. Toffe, creatieve madam wiens mening ik erg respecteer. Een vrouw met een helder psychologisch inzicht en het vermogen om steeds naar het goede van een situatie te zoeken. André kent Marjo al meer dan 60 jaar. Een vriend die als een broer voor hem is. Een vriend waar je altijd op kunt rekenen. Een vriend zoals iedereen er eentje zou moeten hebben. Ik apprecieer hem ook enorm. Zijn enthousiasme en energie kunnen heel aanstekelijk zijn (heel soms heeft hij eerlijk gezegd wel de neiging tot overdrijven) en hij heeft een verdragende, redelijk autoritaire stem (die hem zeer van nut is in zijn succesvolle professionele bezigheden).

Waarover ik mij dan zorgen maak? Over mijn eigen reacties tijdens deze driedaagse.

Ik ben namelijk wat hooggevoelig én licht misofonisch (een afkeer voor geluid dat geproduceerd wordt door andere mensen zoals smakken, snuiven, klikken met iets scherps op de harde vloer, te luid praten. …. ). Wanneer ik erg moe ben (zoals nu) en snak naar het alleenzijn om tot rust te komen, kan elk bijkomend onaangenaam geluid of opgelegde druk mij de kast opjagen. André kent deze problematiek en probeert ermee te leven. Niet altijd makkelijk hoor. Momenteel stoort bijvoorbeeld het voortdurend luid klikken van zijn wandelstokken op beton mij enorm. Ik loop dan ver achter, iets buiten hoorafstand en dan is het voor mij te doen. Ik weet dat dit verschrikkelijk pietleuterig klinkt, maar voor mij zijn de tikjes telkens speldenprikken in mijn hoofd. Een realiteit waar ik mee moet leven.

Maar ik ga mij erover zetten! Mijn moeheid is dankzij de rustdag in Viterbo wat verminderd, toch ga ik goed op mijzelf moeten passen wil ik Rome halen.

En daar gaan we! Eerste dag richting Capranica. Als eerste biezondere attractie als kersverse pelgrims krijgen Aline en Marjo gratis en voor niets een heel hazelnotenbos voor de voeten geworpen.

We smullen samen van de niet verboden, gezonde noten…

… nemen foto’s  van elkaar o.a. daar waar in het hazelnotenbos de restanten staan van een abdij en een necropolis. 
Ik zie hoe zij genieten en voel mij kompleet ontspannen. Dit gaat goed!


Tijd voor ons dagelijks moment in de Dom van Capranica: aan ons Emmetjes denken (alsook aan de mensen die mij persoonlijk verzocht hebben om onderweg voor hen te bidden!), doen we ook samen met onze twee vrienden. Dit hoort erbij!


Capranica zelf vinden we alle vier niet spectaculair. Weerom een historisch centrum van Etruskische oorsprong, maar met weinig animo binnenin, beetje doods zelfs. Marjo is zo enthousiast over zijn eerste dag op de Via Francigena dat hij met plezier twee glazen zure wijn in de plaatselijke bar opdrinkt en heel enthousiast enkele, enfin ettelijke keren. vertelt hoe heerlijk hij het vindt om bij ons te zijn. Zijn rugpijn waardoor hij deze morgen met tranen in de ogen aan het ontbijt verscheen, heeft geen roet in het eten gestrooid.  Gelukkig!

Het zicht op het dorpje dat we achter ons laten, wordt naarmate de klim naar onze B&B Monticelli vordert, mooier en mooier.


Wel in de wolken zijn we van onze B&B Monticelli. Daar krijgen we een subliem diner klaargemaakt door de charmante eigenaar-architect-kok Paulo zelf. De bruschetta’s en de pasta waarin hij de hazelnoten – waarin we de ganse dag in gedwaald hebben – in verwerkt heeft, zijn lekker. Maar zijn ‘pollo allo buione’ is gewoonweg verrukkelijk. Ik troggel het recept af. Voor een gezellige avond thuis met Aline en Marjo, kijkend naar de nieuwe film over de Via Francigena en dit gerecht etend.


Francesco, de zoon van Paulo, gaat inmiddels in gevecht met de ‘mantide religiosa‘ (bidsprinkhaan) die in de klaarstaande koffers van Aline en Marjo wil kruipen. SloWays transporteert hun koffers van verblijfplaats naar verblijfplaats omdat Marjo absoluut verbod heeft gekregen van zijn osteopaat om iets op zijn rug te dragen. Een zeer goede oplossing.


Op naar Sutri vandaag! Marjo is terug op de been gekrikt. Alweer verscheen hij vanmorgen mankend aan het ontbijt. Ik dacht zeker dat hij zich samen met zijn koffers zou laten transporteren naar Monterosi. Maar neen, dapper gaat hij mee op weg.


Via een sprookjesachtig bos lopen we tot Sutri, een  plaatsje dat mij via diverse wegen als ‘zeker de tijd voor nemen’ bestempeld werd. Een heerlijke morgen! We genieten alle vier met volle teugen.


Aan de Torre San Paolo aangekomen, loopt er ineens van alles mis.

André is een beetje boos omdat we de wegwijzers naar onder gevolgd hebben, daar waar zijn gps naar boven wees. Blijkbaar heeft hij de uitleg van Paolo niet goed verstaan, maar die heeft gewoon gezegd dat we goed de wegwijzers moeten volgen. Aline wil naar het veld omdat volgens haar een ‘Parco‘ een park is en die ligt logischer wijze en per definitie in het groen.

Ik wil gewoon de wegwijzers volgen naar ‘Parco Regionale dell’Antichissima Città di Sutri’, en probeer André en Aline te overtuigen. Aline volgt mij uiteindelijk wantrouwig. André en Marjo lopen wat mokkend achter ons aan. ‘We gaan geen tijd verliezen aan bezichtigingen, we moeten nog 15 km doen’ stellen de twee dikke vrienden eensgezind. Ik word hier zo moe van!  Deze tocht moest mij tot rust brengen, niet opjagen. Deze tocht wou ik alleen doen om mijn eigen weg te kunnen volgen en tot mijzelf te komen. Ik begin van binnen geïrriteerd te raken. ‘Niet doen’ berisp ik mijzelf ‘gewoon laten gebeuren. Je bent nu eenmaal niet alleen, net zomin als in het echte leven.’

Na een snelle lunch, besluiten we te splitsen.

De jongens gaan gewoon de weg volgen.

De meisjes gaan naar de Mitreo, de kerk van ‘Santa Maria del Parto’ (OLV van de bevalling).

Deze in 300 voor Christus in turfsteen uitgehouwen plaats, was oorspronkelijk een begraafplaats van de Etrusken, daarna een Heidense aanbiddingsplaats voor hun Zonnegod Mitra en later een Christelijke Kerk die de hele ruimte met fresco’s liet beschilderen.  Wat een apart gevoel gaf dat zeg!

Heel speciaal is de fresco met de pelgrims die beschermd worden tegen de boogschutter door een stier die de pijl terug naar de boogschutter zelf kaatst.


Ik voelde mij er als in een zachte cocon gedompeld. In dit kleine oord waar het begin van iets aanbeden werd, zowel door heidenen (de opkomst van de zon) als door christenen (de bevalling). Het deed mij iets.


Iets verderop staat het Romeins Amfitheater. Die is volledig uit een rotsblok van turf uitgehouwen tussen de 1e eeuw voor en de 1e eeuw na Christus.


Bij aankomst in Monterosi raken Aline en ik in de ban van de grote trossen dikke kiwi’s in een tuin. Carlo, de eigenaar, interpreteert onze blikken als ‘wij willen een kiwi’ en komt uitleggen dat de kiwi’s er wel groot uitzien, maar nog niet zoet zijn. ‘ Het moet eerst heel koud worden, dan pas worden kiwi’s zoet’ verontschuldigt hij zich ‘maar ik wil wel eentje voor jullie plukken dan kunnen jullie dat zelf vaststellen.’ Wat een lieverd!  Het kerkje achter Carlo was vroeger hun familiekerkje, nu is het een opslagplaats. ‘Hier tegenover is mijn ouderlijk huis, al van 1868.’  Zo gaat hij nog een hele tijd verder. We maken ons er uiteindelijk los van en net wanneer we verder het dorp in willen gaan, zien we in de verte …


… ‘tiens, zijn dat onze mannen’. Dat kan toch niet. ‘De bus genomen’ begroeten ze ons. ‘Helemaal niet’ ‘Dan hebben jullie de kortere weg genomen’. ‘We hebben gewoon de pijltjes gevolgd’ zeggen we gewoon naar waarheid.


In de bar, waar we een lekker fris pintje gaan drinken, kunnen de jongens hun pret niet op. Ze hebben 15 km lang lekker onder elkaar kunnen tretteren. Geen vrouw die hen vroeg om te stoppen met 20 keer hetzelfde te zeggen. Zij doen dat al zo van kindsbeen af en vinden het zoooo leuk.


Aline en ik denken er het onze van, zijn heel blij met ons eigen tocht van de dag en vinden het  geweldig dat onze mannen zich goed geamuseerd hebben. ‘Het zijn echt twee dezelfde’ smoezelen we tegen elkaar ‘daarom dat ze zo dikke vrienden blijven.’


We moeten op zoek naar onze verblijfplaats hier in Monterosi. Ik zet de gps van mijn smartphone aan. Aline en ik volgen de lus die de gps beschrijft: eerst naar beneden, dan naar omhoog en dan naar links afslaan. We zijn halverwege wanneer we merken dat onze mannen niet willen volgen. Neen, ze blijven voor de bar staan. Oei, de gps slaat eerst tilt, wijst dan terug naar boven, naar waar onze mannen gewoon de straat oversteken. Aline en ik lachen ons een breuk, laten ons eerst gedwee door Marjo en André leiden, verder naar boven, dat blijkt helemaal verkeerd, vragen dan aan een bloemenwinkelierster eerst naar de naam van de bloemen die daar staan (wij hebben die in het wild gezien) en dan naar de straat waar we moeten zijn, dat blijkt terug naar beneden te zijn en doen dan wat mannen doen in zulke situatie: hardnekkig de gps blijven volgen en sneller lopen zonder om te kijken.  De mannen volgen ons uiteindelijk hoofdschuddend, samenzweerderig. Zie bewijs op de selfie hierboven. Nu zitten we weldegelijk op de juiste weg.


Een heel gelijkvloers appartement voor ons viertjes hebben we ter beschikking. Marjo mag de kamer kiezen want hij heeft een hard bed nodig voor zijn zere rug. Hij en Aline kiezen resoluut voor de kamer met twee aparte bedjes. Wij vragen nog uitdrukkelijk of het bed goed is. ‘Ja, ja, nemen jullie maar de kamer met de tweepersoonsbed’ stellen ze uitdrukkelijk.

‘s Nachts kan Marjo niet slapen in het veel te zachte bed. Begint rond te lopen, legt zich op de bank in de living. André wordt wakker ‘Zijn er inbrekers?’ is zijn grote bezorgdheid en kan niet meer terug in slaap vallen. Aline en ik hebben niets gehoord, hebben goed doorgeslapen en zijn kakelfris ‘s morgens. Onze mannen niet. Marjo heeft weer ontzettend pijn, André is erg moe.

Een mooie zonnige dag kondigt zich aan in Monterosi. Het XVIe eeuws kerkje van San Giuseppe pronkt op het pleintje omgeven door de blauw lucht, de groene bomen en het mooie roze ochtendgloren. 
Vandaag een echt Italiaans ontbijt in een bar. De volledige pelgrimsexperience krijgen Aline en Marjo op drie dagen.


En dan trekken we richting Campagnano di Roma. Een korte tocht van 15 km. Onze mannen hebben het moeilijk vandaag, maar stappen heel dapper mee.

Kleine kringwolkjes sieren de hemel. Het heeft iets speciaals.

Aan de ingang van het Parco Valle  del Trejo staat een affiche met de volgende tekst. ‘Verdwenen Vrouwelijk Zwijn van lichte kleur met donkere vlekken, wegende 250 kilo, luisterend naar de naam Luli. Zij is via de omheining ontsnapt tussen 10 en 17 septenber. Wij smeken diegenen die haar vindt ons te contacteren vermits het om gaat een bij het ASL van Regnano Flaminio onder fiscaal nummer 058RM100 geregistreerd dier, die nog niet voorzien is van een oorring. Dit dier is niet bestemd voor de beenhouwer omdat het huiselijk is opgevoed als een hond. Wij smeken diegene die haar vindt ons te contacteren op nr…  Een beloning is voorzien, natuurlijk enkel indien het nog leeft.’ Verder in het park hangt de affiche nog meerdere keren. Wij vinden de tekst gewoonweg hilarisch. Lezen het meermaals met groeiende verbazing.


‘Liggen de watervallen van de Monte Gelato op onze weg?’ willen Aline en ik weten uit nieuwsgierigheid. ‘Ik wil niet afwijken van de weg’ stelt Marjo ‘mijn rug doet pijn’. Wouden wij helemaal niet afwijken, gewoon weten of we er effectief langskomen of niet. Ik reageer wet heftig, André vindt dat niet lief van mij. 

Dan wil ik even aan deze Agriturismo – die een klein beetje van de weg ligt – gaan kijken of we iets kunnen drinken.


Ze volgen, Marjo en André, maar zijn er niet gelukkig mee. Ik begrijp het. Ze zijn beiden moe enworstelen  met pijnen, de ene met zijn rug, de andere met zijn hiel,  die zich opnieuw laat voelen wanneer we een bepaald aantal km  per dag overschrijden.

We trekken dan maar gewoon verder door de Monte Gelato, eigenlijk klimmen, want het is redelijk steil.


Kijk hoe Aline zich volledig in de pelgrimswereld heeft ingewerkt! De pijl wijst rechts naar Rome, maar de Via Francigena naar links en ze gaat naar links. In enkele dagen tijd heeft ze de zoektocht naar logica’s opgegeven en geeft zich over aan de wil van de pelgrimsweg.

Kijk hoe onze twee vrienden gelaten de leidensweg van een pelgrim ondergaan: na een lange tocht, de steile klim naar het dorp afleggen op zoek naar eten en drank. Dit hoort er bij!

Kijk hoe ze in vervoering zijn van de plaatselijke bezienswaardigheden, zoals echte pelgrims: gelukkig zijn met wat op je weg komt. 

En kijk, hier in de ‘discount van het varken’ is het gezocht vrouwelijk zwijn waarschijnlijk te koop, in stukjes en in worstjes, helaas niet levend. 

In hotel Benigny gaan we op zoek naar een hard bed voor Marjo. Gelukkig vinden we die en door de rust gepaard met de schoenbindkunst van vrouwtje Aline, kan Marjo na een paar uurtjes rust, terug mee op pad. 

Castagano di Roma! We zijn alle vier blij verrast door dit aangenaam dorpje. We hadden eigenlijk vanaf hier gewoon lelijke voorsteden verwacht.  

We toasten op onze laatste avond samen op de pelgrimsroute met een Aperol Spritz, een toast op onze vriendschap. Marjo is weerom heel enthousiast en vertelt ettelijke keren hoe blij hij is en hoe veel hij ervan geniet. Daarna gaan we eten, ik word steeds moeër en Marjo vertelt opnieuw en opnieuw hoe geweldig hij alles vindt. En ik ben enerzijds zo gelukkig en blij dat hij het zo leuk heeft gehad, maar ik zou echt willen dat hij nu stopt met dat te zeggen. En dan bestelt hij pasta vongole die blijkbaar waanzinnig lekker zijn, om je vingers van af te likken, wat hij luidruchtig doet bijgestaan door Aline. Al mijn stoppen slaan door. Ik wil rust, ik wil stilte om mij heen. Gelukkig wil iedereen vroeg gaan slapen en kan ik mijzelf in de hand houden. 

‘s Morgens, het is zondag 30 april, zitten André en ik iets na halfacht aan het ontbijt. Ineens begint alles te bewegen onder ons. De schuim van de cappuccino op onze tafel wipt mee. Een aardbeving! Ik duizel en ben nog niet helemaal bekomen wanneer Aline en Marjo binnen komen. Marjo begint heel luid te praten en uit te leggen en ik kan niet meer. Vraag of hij aub wat stiller kan zijn, zeker nu. Hij is ontdaan. Ik voel mij er niet goed bij en leg hem mijn probleem uit: hooggevoelig en misofonisch. Ze begrijpen mij, Aline en Marjo. We praten het uit en ik ben opgelucht alhoewel boos op mijzelf dat ik mij niet heb kunnen inhouden.

Na het ontbijt zet de hotelbaas de TV terug op die ik afgezet had toen ik als eerste de ontbijtzaal binnenkwam. Met verbazing kijken Aline en ik naar wat er gebeurd is o.a. in Nurcia. Belangrijke kathedraal is  ingestort. Er worden nog schokken verwacht. 

We nemen ontroerd afscheid van elkaar. Marjo en ik, wij zijn closer geworden ondanks of misschien dankzij onze kleine botsingen. Aline en ik, wij begrijpen elkaar nog beter. André en Marjo, die blijven de dikke vrienden die ze al sinds jaar en dag zijn.

André en ik zijn vandaag tot Formello gestapt, slechts 9 km. Zoals afgesproken hebben we grotendeels apart gelopen. Rust en wat alleen zijn, dat had ik broodnodig. En ik heb het gekregen. Zalig! Geen discussie erover gehad. Gewoon blij geweest toen we elkaar in Formello terugzagen. Samen lunchen we gezellig en ontspannen  in een pittoresk zaakje met de aria’s van La Traviata van Verdi op de achtergrond. Wij groeien, iedere dag een beetje meer.


In het Santuario van Maria del Sorbo heb ik een heel diepgaand gesprek met padre Umberto gehad. Direct to the point. Ik moest mij niet schamen voor mijn tranen zei hij mij. Goede raad heb ik gekregen. Steeds klaarder zie ik in mijzelf. Wat er gezegd is, blijft tussen hem en mij.

Vanuit de toren van de Palazzo Chigi hebben we tijdens de valavond een prachtig zicht tot in Rome, 32 km verder.

Nog twee dagen en we zijn er! Alhoewel, mijn Zia Maria van Milaan heeft gebeld en ze zou het liefst hebben dat we onmiddellijk terug naar huis gaan of ten minste eventjes bij haar in Milaan gaan schuilen. ‘È troppo perocoloso’ (te gevaarlijk) jammerde ze aan de telefoon.

Duimen jullie voor ons? Zowel dat de terremoto ons niet verzwelgt, als dat ik mijzelf voldoende in de hand gehouden krijg om minzaam met André (wiens hielen nu toch parten beginnen te spelen) tot in Rome te geraken, waar hopelijk Aline en Marjo (ondanks mijn beetje moeilijk gedrag) zoals afgesproken samen met mijn dochter Charlotte, op ons staan te wachten aan de obelisk, tussen de twee identieke fonteinen op het Sint-Pietersplein.

Liefs,

Concetta

 

Mijn locatie .

Dag 154 -26 oktober 2016 – van Viterbo naar Vetralla – 19 km

‘Viterbo is zoals dit hotel’ declameer ik na het ontbijt tegen Cirio, de mooie, beleefde Johnny Depp-achtige jongen aan de receptie ‘Lelijk en vuil van buiten, maar van binnen heel mooi en proper met vriendelijke, aangename mensen zoals jij.’ ‘Dank je!’ antwoordt hij gecharmeerd. ‘Wij gaan het hotel van buiten ook opkalefateren. Maar Viterbo zelf, daar zal niet veel aan veranderen. Velen Viterbianen willen de toeristen buiten houden en willen daarom niets doen om de stad aantrekkelijker te maken.’ 

Nu begrijp ik deze stad beter! Viterbo wordt bewust onder een grauwe sluier gehouden. Ideaal dus voor mensen die authenticiteit zoeken en verscholen schoonheid kunnen zien. 


Dit uitzicht vanuit de Palazzo Communale op de kerk van de SS Trinita bijvoorbeeld hebben ze niet kunnen versluieren. 

Na het afdalen vanuit de Piazza San Lorenzo – waar de mistroostige Dom staat …

… vinden we de buitenkant van de stadsmuren veel mooier dan de binnenkant. 
… met het restaurant van de Pausen op een kinderlijk mooie manier tegen de muren geplakt.

Hoe verder we lopen, hoe mooier het zicht op de versluierde stad vind ik. 


En dan staan we buiten de muren…

… lopen door straten die uitgehouwen zijn uit rotsen…


… en daar komen we deze minzame pelgrimsbroeders tegen. Patrick en Joan (zonder h) uit Antwerpen zijn op 2 Augustus in Londen vertrokken aan Saint Pauls Cathedral. In 2013 stapten ze al samen naar Compostella. ‘En, geen fricties zo nu en dan tussen jullie twee?’ wil ik weten. ‘Nooit!’ antwoorden ze gelijkgestemd. . 


Vermakelijk is het stappen met deze twee mannen door een minder spectaculair landschap dan we de laatste tijd gewend zijn, al babbelend in het Vlaams (wij) en in het Antwarps (zij). Ineens houdt Patrick de fietser, die uit de tegenovergestelde  richting komt, tegen door pal midden in zijn weg te gaan staan. Joan haalt iets uit zijn rugzak:  een zwart pochke die Patrick gisteren op de weg vond met allerlei fietsgereedschap in. De fietser krijgt die cadeau. Totaal verbaast kijkt deze! Zomaar iets krijgen terwijl hij aan het fietsen is van een wildvreemde? Dat gebeurt hem niet elke dag. Dankbaar maar nog steeds verbaast, rijdt hij verder al groetend naar ons, 4 pelgrims die nu allemaal een blij gevoel hebben door Patricks goede daad van de dag. 


Het begint wat feller te regenen en zo zien mijn drie geweldige mannen van de dag er uit in regentenue. 


Ondanks de regen worden hier olijven geoogst. Dit wordt waterige olijfolie volgens mij. Eergisteren vertelden andere olijfplukkers ons dat er niet geoogst mocht worden in de regen. Misschien is dit goedkopere olie. 


In deze weide staan heel veel ooien met hun nog niet zo lang geleden geboren lammetjes. Schattig, maar worden lammetjes niet rond Pasen geboren? 

Dit is Vetralla, een pittoresk gelegen gemeente. 

We lunchen er en bewonderen de stempels in de pelgrimsboekjes van Patrick en Joan. 
Maken een toertje door de kern van het dorp waar we oa dit stevig gebouwd gemeentehuis zien… 

… en de Rocca de Vetralla .. 


Ook dit dorp heeft een duidelijke Etruskische stempel. 

Nog een tweetal kilometer stappen en dan betreden we het Benedictijns klooster Pacis Regina. Het is ongeveer halfvier. Suora Maria Benedictina ontvangt ons al neuriënd. We krijgen per twee een sobere, maar prima kamer met eigen badkamer. Warm  water is er over een half uurtje, de Vespers (vrijblijvend) zijn om zes uur en eten om halfacht. ‘Wanneer komt het ander koppel?’ wil ze weten. ‘Die zijn nu nog aan het vliegen. Tegen 18u30 komen ze aan in Vetralla station. 


André en ik gaan naar de Vespers. Met dertien zijn ze, de Benedictijns zusters: 8 Kongolese, 1 Nigeriaanse en 4 Italiaanse. Als engelen zingen ze tijdens de mis, mooi, zacht en fijn. 

Tijdens de mis valt mij weerom op hoe anders en intenser Italianen omgaan met hun geloof. Ten eerste, de beleving van de mensen: zij geloven écht. Dat zie je aan de overgave waarmee ze in de kerk zitten. Ten tweede, de manier waarop de priester preekt. Vandaag vertelt hij dat echt bidden niet dat is wat wij, katholieken, hier in de kerk samen doen. Dat zijn woorden die op schrift zijn gezet om te gebruiken wanneer we samen zijn om zo onze rituelen uit te kunnen uitvoeren. Neen, echt bidden doe je met een zingend hart wanneer je alleen bent, bezig met je dagelijkse activiteiten. Een hart dat zingt zowel van verdriet als van vreugde.  Zoals een moeder  die dagelijks spontaan altijd aan haar kinderen denkt, in haar eigen woorden in gedachten tot hen praat, zo bid je ook tot god, spontaan in je eigen woorden, met woorden die je hart doen zingen. 

Waar blijven ze toch? Aline en Marjo zijn om 19 uur nog niet daar en het is pikkendonket op de 15 km lange laan van het dorp tot het klooster. We gaan een tijdje buiten staan met ieder een zaklamp in de hand proberen we zo ver mogelijk schijnen, maar zien hen niet. 

En dan zijn ze daar! Net voor etenstijd stappen ze in ons verhaal. Vers uit België, klaar om vanaf morgen met ons mee te stappen. Heerlijk zo vrienden te hebben die dit samen met ons willen meemaken. 


Heerlijk ook om vrienden te hebben die ongerust berichten beginnen sturen. ‘Zijn jullie veilig?’ ‘Hebben jullie iets gevoeld van de aardbeving?’ 

Hoe? Wat? We weten van niets. We zijn samen met Aline, Marjo, Patrick en Joan in de eetzaal van het kloosters lekker aan het eten, gezellig aan het babbelen en uitbundig aan het lachen met Suora Maria Benefictina die ons het eten brengt, afruimt, stempel in ons boekje zet en het geld int. 

Internet doet het in de eetzaal niet en het duurt een tijdje voor we weten wat er aan het gebeuren is. En, neen, we hebben niets gevoeld. De aardbeving is aan de andere kant van het land, meer in Le Marche. Wij zijn blijkbaar ook  heel veilig binnen dit klooster dat zo gebouwd is (met heel speciale onderkeldering) dat zelfs een aardbeving korter bij huis, ons niet zou kunnen deren. Dat vertelt de professore in Theologia mij, die hier ook rondloopt maar niet met ons meeat omdat hij pas terug is na een lange dag in Rome. 

Wel heeft het ontzettend hard geregend, geonweerd en gebliksemd vannacht. Benieuwd wat deze nieuwe dag ons brengt, samen met Aline en Marjo. 

Liefs,

Concetta 

Mijn locatie .

Dag 152/153 – 24 en 25 oktober 2016 – van Montefiascone naar Viterbo – 18 km

Hoe anders ziet de wereld eruit wanneer je uitgeslapen bent! Ik heb mij daarenboven vannacht goed geamuseerd op het verrassingsevent dat Peter voor Ria’s verjaardag georganiseerd heeft. 

Ria was vorige week jarig. In haar antwoord op mijn felicitaties schreef ze dat ze gewoon rustig thuis was (ze werkt niet op woensdag) en dat Peter waarschijnlijk wel een verrassing voor haar zou hebben. Wat de echte verrassing geweest is, weet ik niet. In mijn droom heeft Peter een taartenbakevent georganiseerd in de keukenafdeling van de Ikea. Alle genodigden (C&A waren er bij) kregen per twee alle ingrediënten voor het bakken van een zwartewoudtaart. 


Bij de meeste koppels was het resultaat ongeveer dezelfde.  Behalve bij Ria en Peter! Die hun taart viel 10 keer zo groot uit, alhoewel ook zij dezelfde ingrediënten gebruikt hadden. Een overgelukkige Ria en Peter hadden wel veel moeite om hun taart mee naar buiten te krijgen. Ze viel telkens stuk, werd langs alle kanten door hen bijgewerkt, en toch bleef hun taart er geweldig uitzien, alle crèmes, kersen en chocokadeschilfers terug op de juiste plaats.  ‘Hoe doen jullie dat toch?’ vroegen de genodigden, doch Ria en Peter hadden geen tijd om te antwoorden want de taart viel weer stuk. Toen ik met buikpijn van het lachen wakker werd, waren zij nog steeds aan het worstelen met hun taart aan de deur van de Ikea. Sorry Ria en Peter, maar het was hilarisch. Hoop dat de echte verrassing minder stressvol was. 


Aan het ontbijt zit een dolgelukkige André: er zijn eitjes!  Lang geleden dat we er nog kregen. 

Ons hotel is heel mooi, zowel qua bouw als qua inrichting. Kijk eens wat een mooie gewelven in de bar.  

Deze groep Engelsen zijn ouders van kinderen die naar dezelfde school gaan. Zij wandelen van Sienna naar Rome zonder rugzak. Dezelfde tocht die hun kinderen in de zomer deden, maar dan met rugzak. Niet de FrancigenaBewerken, maar een eigen route die over de Monte Amiata gaat en door hun gids uitgestippeld. Ze stellen 101 vragen wanneer zij ons met de rugzak omgesjouwd zien vertrekken. Ongelooflijk vinden zij dat we dit al meer dan 2.100 km volhouden. Hun eigen kinderen stijgen na iedere stapdag die zij zelf doen, verder in hun achting. ‘In de hitte van juli hebben zij gestapt mét rugzak. Dat zouden wij niet kunnen.’ Ze buigen voor ons wanneer we vertrekken en kloppen ‘Great, Great’ op onze schouders. 
Hun gids is de man op de foto langs André. Hij is de leraar van hun kinderen én gespecialiseerd in trekkingreizen tussen Sienna en Rome. Hij is zelf heel bescheiden, maar zijn groepsleden vertelden ons dat hij een levend kompas is (alleen voor de oversteek van de Amiata heeft hij een kaart gebruikt!) én alles over geschiedenis en cultuur weet zowel in het algemeen als over deze streek in het biezonder. ‘Én hij is een heel, heel goede leraar voor onze kinderen’ voegden ze er enthousiast aan toe.  Wauw, zulke ouders wens ik al onze leraars en leraressen toe!

 

‘Tiens, is dit het dorp dat ik gisteren zo vreselijk vond?’ vraag ik mij op de Piazza Vittorio Emanuele af. We lopen via sfeervolle, verzorgde straten en pleinen de trappen op, want het is wel nog een heel stuk klimmen. 

Helemaal op het hoogste punt aangekomen (op 621 meter) staan we oog in oog met de enorme koepel van de Santa Margherita-kathedraal in het ochtendgloren. 27 meter heeft hij als diameter en is daarmee een van de grootste in Italië. 


Vlak daarlangs staat de kerk van de Madonna Pellegrina met een prachtige fresco. 


Wij hebben dit kerkje omgedoopt tot de doe-het-zelf-kerk. 


Terwijl ik mijn Emmetjes-gebed bid, speelt André rechtstaande piano en zet stempels in ons pelgrimsboekje onder het goedkeurend oog van Maria die een speciale Bambino op de arm heeft. Deze Bambino ligt niet gewoon in haar armen, maar maakt zich los van haar terwijl hij naar omhoog wijst, naar zijn vader in de hemel. Blijkt een breuk te zijn qua uitbeelding met de gebruikelijke afbeeldingen.  

 

In het park lopen twee priesters in zwarte habijten voorbij de Rocca dei Papi. Ze passen perfect in het panorama. 


Nu is de Rocca dei Papi een museum, vroeger was het een belangrijke verblijfplaats voor pauzen. 

We stappen iets verder en krijgen een fantastisch zicht op het Bolsena-meer. Diep inademen. Intens bewonderen. Alle schoonheid in onze poriën laten doordringen. Waanzinnig mooi is dit weer!
Bij het afdalen van het hoogste punt van Montefiascone, staan deze parasolbomen aan onze linkerkant. Geen idee hoe ik erin geslaagd ben deze verbluffend mooie foto te maken, maar het bewijs is er. 

Op de oude Via Cassia lopen, op de door de Oude Romeinen gelegde grote stenen die nu nog beter liggen dan op sommige Belgische wegen, geeft een glorieus gevoel, bijna heldhaftig zelfs!


Onderweg leren we hoe ze het deden: bomen kappen, ondergrond egaliseren, grint maken en ondergrond ermee beleggen, goed aanstampen, dan de massieve stenen erop en, voilà, de soldaten kunnen marcheren. 

Wat een bedrijvigheid tussen de olijfbomen vandaag. De oogst is in volle gang. We horen veel gelach en geroep. Duidelijk hele families die samen aan het oogsten zijn. 

‘Woensdag wordt er regen verwacht en dan moeten we gedaan hebben’ vertellen deze leuke oudjes ons. ‘Iedereen die kan helpen, helpt en dan is het snel gedaan.’ Met zoveel vrolijkheid gemaakt, zal deze familiale olijfolie vele monden verblijden, eens hij geperst is. 

Montefiascone domineert quasi de ganse dag het landschap waar wij door stappen. 
Op de plek waar een rustplaats voor pelgrims is, zouden we wel willen blijven. Wat een uitzicht, wat een ruimtegevoel, wat een licht!

Het huis dat er staat, wordt niet meer gebruikt. Misschien kopen en er een eetcafeetje openen voor passerende pelgrims? Zou nuttig zijn, want er is weer niets te eten noch te drinken tussen Montefiascone en Viterbo. 

Ongelooflijk hoe vlak het ineens is na die laatste heuvel waar we passeerden. 

Viterbo is in zicht! In het dal, daar vlak voor de Monte Jugo, daar ligt het. Toch nog een 8-tal kilometers te marcheren voordat we er zijn.

En daar zijn ze weer: een deel van de groep Canadezen, een viertal kilometers voor Viterbo. Door hun getetter lijken de saaie kilometers door stoffige landweggetjes sneller te gaan. 


De volledig ommuurde stad Viterbo, stappen we binnen door de Porta Fiorentina. 


Niet direct een wauw-gevoel geeft deze stad ons. Vroeger maakte ze deel uit van de kerkelijke staat en er resideerden vele pauzen. In 1271 stelden de bewoners een daad van historisch belang. 


Ze sloten de kardinalen op in dit Pauselijk Paleis en zetten hen op water en brood totdat zij een Paus aanstelden. De vorige was immers al drie jaar dood. Gregorius X vond dit een geweldig idee en nam dit over. Tot op heden wordt dit systeem – het Conclaaf – toegepast wanneer er een nieuwe paus moet gekozen worden. 

In Viterbo zit de schoonheid echt van binnen want de buitenkant zit letterlijk onder een laag vuil. De meeste gebouwen zouden een zandstraalbuurt best kunnen verdragen. Ik heb toch enkele mooie dingen gevonden. 

Een Italiaanse Bella, gracieus gezeten op de stenen bank rechts van de Dom. 

De Verlosser met Heiligen van Gerolamo da Cremona uit de XV eeuw, links van het altaar in de Dom. 


Deze pietà: de ontroerendste die ik ooit zag, helemaal in het donker gevonden achteraan in de Dom. 


Het Pelgrimsplein: zo authentiek en zo alleen achtergelaten net als zoveel andere schatten van gebouwen en pleinen in deze Pausenstad. Ik word er niet goed van. Onbegrijpelijk dat alle aandacht naar bepaalde steden gaat en anderen totaal verwaarloosd worden. 


Dé revelatie van Viterbo voor mij was er eentje van persoonlijk belang. Terwijl ik vooraan bij de wasmachines op mijn smartphone zit te tokkelen, stopt André onze was in de droogkast achteraan. 


Ik hoor hem een gesprek voeren met de Italiaan die zijn donsdeken aan het drogen is. Helemaal in het Italiaans. Geen Franse woorden erdoorheen, geen Engelse of Duitse. Ik blijf op mijn stoel vooraan zitten om hem alle ruimte te geven en hoor dat het goed is. En ja hoor, terwijl we met onze propere was terug naar ons hotel keren, zegt hij mij ‘Ik denk dat ik vanaf nu in Italië alleen mijn plan zou kunnen trekken.’ 

Het is gebeurd! Trots op mijn André die deze klik gemaakt heeft. 


Vandaag, dinsdaf 25 oktober, is onze laatste rustdag. In 7 stapdagen gaan we de resterende 110 kilometers tot Rome afleggen. 

We gaan er nog vollenbak van genieten! Deels samen met Aline en Marjo die morgenavond 26 oktober aankomen en dan drie dagen meestappen. Wij verheugen ons erop!

Liefs,

Concetta 

Mijn locatie .

Dag 151 – 23 oktober 2016 – van Bolsena naar Montefiascone – 18 km


‘Dit hebben we gisterenavond niet opgemerkt!’ zeg ik blij verrast aan André, die aan de andere kant van de kamer heel zijn hebben en houwen in zijn rugzak propt. Dit zicht op het Meer van Bolsena – een kratermeer, 370.000 jaar geleden ontstaan door de instorting van een caldera van de vulkanische Monti Vulsini – vanuit onze kamer in Hotel Nazionale is een onverwacht cadeautje waar we even samen van genieten alvorens te gaan ontbijten. Ik ben gisteren vanuit die kant Bolsena binnengekomen.

Op het einde van de gang, nog iets dat we gisteren niet opmerkten: een prachtige zicht op het historisch centrum van Bolsena. Van die kant is André gisteren afgekomen. Zo opgesloten zaten wij in onszelf dat we niet merkten op welk mooi, strategisch punt ons hotelletje ligt. Foei, foei!


Gelukkig met dit inzicht ontbijten we, inmiddels traditioneel, op z’n Italiaans. De enige andere gast, aan wie ik vraag om een foto van ons te trekken, is een professore, dottore én direttore van een school in Arezzo (ligt hier iets verder richting Firenze). Hij vertelt ons over de schoonheid van dit meer waar hij en zijn partner zo graag naar toe komen: heel mooi, rustig, zowel mondain als toegankelijk, niet bekend bij het grote publiek. Ik grijp mijn kans en vraag hem waar ik best in Italië litteratuur en filosofie zou studeren. ‘Moeilijk’ zegt hij al fronsend ‘de meeste universiteiten in Italië zijn door de crisis in een chaos beland. Zelfs Bologna, dat toch wel één van de meest gerenommeerde universiteiten was. Misschien Sienna? Daar heb je nog het voordeel dat ze het mooiste Italiaans spreken.’

André suggereert dat ik best in Leuven begin met rondvragen over dit item. ‘En misschien kun je daar al wat volgen?’ (Lekker dicht bij mij hoor ik hem denken, al zegt hij het niet). En misschien heeft hij wel een punt.


We kopen nog een broodje voor onderweg op de piazza Matteotti. met de oude stad hoog boven ons. Ook deze stad was ooit een Etruskische nederzetting die door de Romeinen werd vernietigd en ingepalmd. De Etrusken, één van de hoogst ontwikkelde volkeren uit de oudheid, leefden lang tussen de Arno en de Tiber. De Romeinen leerden hun schrift, hun cultuur en hun godsdienst. Als dank versloegen ze hen in 280 voor Christus en begonnen hun Romeins rijk uit te bouwen o.a. door straten te bouwen vanuit Rome naar de rest van de wereld. Dat konden de Etrusken niet.

Al ooit gehoord van het Wonder van Bolsena?  Die voltrok zich in 1263 hier in het kerkje van Santa Christina. Een hostie begon te bloeden in de handen van de Boheemse priester, Peter van Praag. Die geloofde niet in het incarnatiemysterie (de verandering van wijn in brood in het lichaam van Christus door de woorden die uitgesproken worden tijdens de consecratie).


Dit voor de katholieke kerk zeer belangrijke wonder, is door Raffaello vereeuwigd op doek  (te zien in de Vaticaanse musea) én door de kerk. Die institutioneerde deze Sacramentsdag ‘Corpus Domini’  (tweede donderdag na Pinksteren) en bouwde speciaal daarvoor een blijkbaar wondermooie Dom in Orvieto. Daar wordt het bevlekte doekje, waarin de priester de bloedende hostie wikkelde, bewaard.  Dante was hier niet goed van. In de walgelijk corrupte, moordzuchtige stad Orvieto zo’n wonder herdenken? Het ging zijn verstand te boven. ‘Ketters in toom houden’ daar zou het de kerk om te doen zijn geweest. Ik zet Orvieto alleszins op mijn nog-te-zien-lijst.


‘Daar zijn we weer!’ zegt André ‘onze Canadese vrienden’.  Ze bewandelen de Via Francigena kris-kras en vanuit vetschillenfe uitvalsbasissen waar ze telkens enkele dagen verblijven met hun zessen. En toch is het al de derde keer dat we hen tegenkomen. Gezellig even bijbabbelen en dan zijn we echt weg uit Bolsena.


Het meer en de zon achter de wolken begeleiden ons rechts …


… de olijfbomen en de   wijnstokken links.


Even verder bevinden we ons in het archeologisch natuurpark van Turone. Wat een heerlijk bosgevoel overvalt ons hier! Het ruikt naar zwammen en het voelt als thuis.


Achter het Kapelleke van Maria van Turone – waar ik aan het Emmetjes-gebed vandaag de M toegevoegd heb van onze rugleidende vriend Marjo, die momenteel volop inspanningen levert zodat hij ons weldegelijk en zonder al te zware rugproblemen op 26 oktober in Vetralla kan vervoegen – staan twee mannen met paddenstoelenmandjes druk te discussiëren en te gesticuleren.


Wat verder, dieper het bos in, toont deze paddenstoelenzoekende familie ons de eenzame paddenstoel in hun mandje. ‘Waar vinden die anderen ze toch?’ zuchten ze vertwijfeld. ‘Op Facebook stond het nog vanmorgen! Drie enorme paddenstoelen van anderhalve kilo hebben ze gisteren hier geplukt. En wij vinden niets!’ De zoon roept van beneden, ergens dieper het bos in. Wat, dat verstond ik niet, maar pa en ma renden er verheugd naar toe. Misschien de tweede paddenstoel van de dag?

Toevallig hebben we gisteren, op het pleintje naast ons hotel, iemand met drie enorm grote paddenstoelen zien pronken. Mensen dromden om hem heen om ze te bewonderen. Allemaal moesten ze exact de plaats weten waar de vondst gebeurde. Waarschijnlijk daarom dat wij vandaag mensen ontmoeten die verwoed op zoek zijn naar paddenstoelen in een park beroemd om haar Etruskische  archeologische vondsten die hen weinig interesseren.



Wij nemen het bosgevoel verder helemaal in ons op, eten onze broodjes met het concert van een klaterend watervalletje op de achtergrond …


… krijgen bij het verlaten van het bos nog eens het Meer van Bolsena te zien …


… en moeten dan nog ettelijke kilometer doen tot Montefiascone. Teveel kilometers naar mijn goesting want ik begin heel moe te worden.


Deze minstens 500-jarige oude eik smeek ik om wat extra energie…


… maar ik verlies die tijdens de klim naar Montefiascone. ‘Gelukkig! We moeten verderop de steile trappen niet op! Maar er  omheen naar ons hotel Urbano V op de Corso Cavour!!’ Met deze gedachten pep ik mij op terwijl ik mij voortsleep achter André aan  die zijn gps volgt.

Oeps! Hij keert terug! De trappen op gebaart hij! Och nee, och nee. Ik kan geen stap meer zetten en sleep mij letterlijk naar omhoog.


Wat een fiasco deze Montefiascone! Ik vind er niets aan. Uitgeput gooi ik mij op bed. Merk de statige inrichting niet op, evenmin als alle gouden biesjes op kasten, tafeltjes, wasbak, wc, bidet.  Ook het gezellig balkon-terras kan mij niet bekoren. Ik val neer op bed, zonder mijn kleren uit te doen.


Een dik drie uur later word ik wakker, geen sikkepit zin om op te staan. André sleept mij mee naar het dichtbijzijnde restaurant. ‘Het is de straat naar beneden’ motiveert hij mij. Bruschetta met porcini (delicieus!) en met tartufo (té straf!), mixed grill met sla, getruffeerde melenzane én patate a forno (versterkend en uiterst lekker!): ik herleef. Och, en ik vergeet nog het belangrijkste. De Est! Est!! Est!!! Dé beroemde wijn van Montefascione. In 1111 reisde Bisschop Johannes Fuller richting Rome waar hij nooit geraakt is omdat hij zich hier in Montefiascone doodgedronken heeft aan deze eenvoudige, doch verrukkelijke witte wijn, gemaakt van de trebbiano- en malvasiadruif. Mij heeft hij tot leven gewekt!


Zelfs zo goed dat we nog wat van Montefiascone by night genoten hebben. Daarna ben ik terug in een diepe slaap gevallen, onder ander dromend van de verrassing die vriendin Ria van haar man Peter kreeg. Maar dat is een verhaal voor morgen, alsook het verhaal waarom Montefiascone helemaal geen fiasco is, integendeel. Ik loop achter, maar nu weten jullie waarom:-)

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .