Dag 122 en 123 – 24 en 25 september 2016 – van Pontremoli via Canossa tot Aulla – 38 km 

André loopt al door de poort van het Capucijnen-klooster van Pontremoli de nieuwe dag tegemoet …


…  wanneer mijn oog valt op deze mooie boodschap in de voortuin ‘Zing en stap’.  Ik zing veel tijdens het lopen, vooral in mijn hoofd. Soms ook een kleine flard luidop die dan zo anders is dan het lied in mijn hoofd door gebrek aan enige stemvastheid, en daardoor onherkenbaar, dat André gevraagd heeft om er aub mee op te houden wegens teveel pijniging van zijn oren. Er is desondanks één lied dat we samen meezingen telkens die uit één van de zovele beiaarden -kerktorens weerklinkt in de vele dorpen die wij passeren: het Ave Maria van Lourdes. Dan denken wij beiden spontaan aan onze 4-M’etjes aan wie we deze reis opdragen, want ook al schrijf ik er niet elke dag over, we denken en bidden iedere dag voor hen. Soms zijn we eerlijk gezegd ook ondeugend en zingen we ipv de woorden van het Ave Maria ‘Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan’ want de muziek van de eerste twee regels is dezelfde.  Ook André zingt trouwens vals, maar hij zegt dat hij dat indertijd bewust is beginnen doen om niet meer in het zangkoor van het college te hoeven zingen. 


In het kasteel, rechts bovenaan op de foto, is het andere pelgrimsverblijfplaats van Pontremoli. Wij kozen voor het klooster omdat die pas volledig gerenoveerd is en het kasteel oudere faciliteiten zou bieden. Paulo, de Italiaan die vorige nacht ook in de Ostello del Passo de Cisa verbleef, heeft er vannacht wél geslapen. Gisterenavond kwamen we hem in het middeleeuws centrum van Pontremoli tegen samen met zijn pas gearriveerde vriendin Paula.  ‘Hier kunnen we toch toegeven dat we minnaars zijn’ zei zij speels tegen hem toen ik vroeg of zij zijn vrouw was. Paolo lachte zowel samenzweerderig als ontkennend en dus weet ik de ware aard van hun relatie niet, maar ik kan wél zeggen dat Paolo er heel wat gelukkiger en relaxter uitzag dan de dag daarvoor. Ze waren helemaal alleen in het kasteel te gast en vroegen of we geen zin hadden om bij hen te gaan logeren. ‘Er zijn bedden genoeg, ze zijn volledig opgemaakt én er zijn handdoeken in de badkamer.’ Maar we waren al helemaal geïnstalleerd in het klooster en zijn daar maar gebleven. 


Vanuit het Literaire Café, waar we op de Piazza della Reppubblica ontbijten, hebben we een mooi zicht op het bevlagde gemeentehuis. De cappuccino smaakt weer heerlijk en we nemen er nu ook telkens een cornetto bij (gevulde croissant) want we zijn gezwicht… en begrijpen nu dit Italiaanse lekkere ochtendritueel. 


De klok van de toren geeft exact tien na acht aan op het moment dat wij het marktplein – waar de wekelijkse markt voorbereid wordt – verlaten. 

Pinokkio is een kind van deze streek en staat met zijn lange neus in de tuin van Theatro della Rosa als eerbetoon aan schrijver Collodi, net tegenover het klooster waar we opnieuw voorbij moeten om op de Francigina te gaan stappen. De droefheid van Geppetto bij het ontdekken van de leugens van zijn geliefde, door hemzelf uit kersenhout gesneden en daarna levendig geworden marjonet, is mij altijd bijgebleven. Ik begreep niet dat een kind tegen zo een lieve vader kon liegen. Ik was zelf een eerlijk kind en het respect en eerbied voor onze ouders kregen wij indertijd met de paplepel mee. Ik maakte voor het eerst kennis met Pinokkio tijdens de voor kinderen van Italiaanse ouders, verplichte Italiaanse les bij meester Casagrande. Wij, kinderen van Italiaanse ouders, vonden die verplichte lessen niet fijn omdat die op woensdagnamiddag en zaterdagvoormiddag doorgingen, terwijl onze Belgische vriendjes lekker buiten konden spelen. Bovendien was meester Casagrande nog van de oude stempel: heel streng en hij sloeg omdat volgens hem kinderen enkel dat begrepen. Dat mocht niet meer in Belgische scholen, maar in de Italiaanse blijkbaar wel. Ik kreeg bvb van hem met een ijzeren regel felle kloppen op mijn handen omdat er inkt op mijn vingers zat. Mijn vulpen lekte en ik kreeg geen nieuwe van mijn ouders bij gebrek aan geld en de vulpen schreef toch nog goed, vonden ze. Ik ging iedere keer met heel veel schrik naar de les, mijn handen verbergend in mijn zakken, doch tevergeefs want ik moest ze steeds laten zien. Klaar voor een onderverdiende afstraffing. 


‘Dit is toch wel een heel mooie oude Fiat 500, van ergens de jaren ’60 – ’70’ vertelt André en somt voor mij alle technische specificaties en weetjes op die ik inmiddels vergeten ben. 


‘En deze kever is van begin 1970′ gaat hij even later verder. De eigenaresse komt tijdens zijn bewonderingstoertje aan en bevestigt dat. Heel fier is ze met deze adoratie van haar voertuig en rijdt daarna breed glimlachend en zwaaiend weg. 


En dan verlaten we de straat én de auto’s, de heuvels in, lopen tussen wijnranken door, voorbij een vijgenboom van waaronder ik deze foto neem waarop je Monte Cisa die hoog boven Pontremoli uit torent, ziet. Daar komen we van. 

Enkele vijgen zijn rijp en ik pluk er twee.  De smaak van de versgeplukte vijgen brengt mij terug naar mijn geboortedorp Pietraperzia. Vijf jaar geleden was ik er voor het laatst rond Pasen. Op paasmaandag at ik daar plukrijpe vijgen onder de vijgenboom van Zio Vincenzo waar ik met mijn Zia Maria van Milaan zat te keuvelen terwijl de rest van onze familie aan de lange feesttafel zat te eten, te drinken, te babbelen en te lachen. Zio Vincenzo was mijn mama’s meest geliefde neef en de warmste. gulste, meest gastvrije man uit de warme, gulle, gastvrije familie van mijn moeder. ‘Je mama heeft mij leren dansen’ vertelde hij mij toen voor de zoveelste keer. ‘Wat een plezier hadden we toch samen voordat ze naar België trok met je vader. Zo jammer want ze heeft de migratie nooit verteerd.’ Zijn ogen fonkelden daarbij felblauw en jong in zijn voor de rest oude, verweerde en nu ook door ziekte uitgemergelde gezicht. Een jaar later is hij jammer genoeg  overleden. Door haar dementie  heeft mama dat verdriet niet beleefd, ze was al genoeg getekend door het jarenlange nostalgische verlangen naar haar dorp en haar familie. 


Aan de andere kant van de Apennijnen waren de honden veel liever. Terwijl wij van Pontremoli naar Villafranca trekken, worden we meermaals door woest, blaffende honden op stang gejaagd. Gelukkig zijn ze veilig opgesloten achter hekken. 


Aan deze witte huis, aan waypoint 74.036 in onze gids, is geen hek en we schrikken hevig wanneer de hond woest blaffend op ons afkomt. ‘Hij hangt aan de ketting’, stellen we opgelucht vast. Maar dan komt er uit het huis een tweede hond en die hangt niet aan de ketting en is nog woester.  Hij hapt eerst richting André die hem afweert met zijn stokken. Dan komt hij naar mij en ik doe hetzelfde. André komt mij ter hulp en samen staan we daar met onze stokken proberend de hond in bedwang te houden zonder hem te slaan wanneer een vrouw uit het huis komt. In plaats van de hond terug te roepen, begint ze ons uit te schelden. ‘Hoe durven jullie met stokken op zo’n brave hond te slaan. Die doet niks!’ ‘Maar mevrouw, hij wou ons bijten’ zeg ik rillend van de schrik.  ‘Dit is een heel brave hond, die bijt niet’ brult de Italiaanse furie heel luid enkele scheldwoorden eraan toevoegend. Door de onredelijke  houding van dat vrouwmens zeg ik streng ‘Leg die hond vast of ik ga naar de politie’. Zij begint nog harder te brullen.  ‘Een hond aan de ketting leggen is verboden. Ga maar naar de politie, dan zullen ze u aan de ketting leggen.’

André is inmiddels wijselijk verder gestapt – hij heeft er geen woord van verstaan – en ik volg. Het vrouwmens blijft echter brullen, allerlei verwensingen uitend in mijn nek. En dan hou ik het niet meer en laat de Italiaanse furie in mij los en roep ook verwensing over mijn schouder. Wanneer ik bekomen ben en aan André vertel wat het vrouwmens allemaal heeft staan brullen in het Italiaans is hij ook ontdaan. ‘Hoe en haar andere hond mag wel aan de ketting? Waar is de logica?’ vraagt hij en daar heb ik geen antwoord op. 


Dan worden we beiden rustiger en richten ons terug op al het moois dat ons omringt, zoals dit bos met bijenkorven, het pelgrimshatend vrouwmens niet toelatend onze dag te bederven.  

We vervolgen de weg langs prachtige holle wegen … 


… komen een jonge geitenboer tegen die zijn kudde hoedt samen met zijn hond die heel rustig achteraan loopt …


. .. ontmoeten Paolo en Paula in het bos die vragen waarom we niet bij hen zijn gaan overnachten. ‘En de kasteelgeest, is die komen spoken?’ wil ik weten. Maar neen, ze hebben een heel rustige nacht gehad en stappen vandaag tot Aulla. Overmorgen gaan ze terug naar huis. 


Rond halfeen zijn we op grondgebied van Villafranca, het einde van deze etappe. We zijn de enige gasten in het restaurant Madonna … 

… eten er gegrilde lamskotoletjes met peperonata,salade en gebakken patatjes… 


… en gaan dan via Filetto, een mooi pittoresk gehucht van Villafranca-in-Lunigiana … 


… door het triestige centrum van Villafranca zelf.  Het enige vermeldenswaardige daar is de dame op heel hoge roze pumps, zwarte satijnen legging, roze kanten frivole bloesje en lange knalrode haren. Die ging het bejaardenhuis binnen net toen wik passeerden. Ze stapte uit een Porsche Cayenne – met aan het stuur een man met veel tattoo’s op de armen, brillantine in het haar, ketting om zijn hals, diverse armbanden om zijn ene pols en een gouden horloge om zijn andere – die op de stoep blijft wachten. Een sekswerkster voor bejaarden met haar pooier. 

Gisteren hebben we een verblijfplaats geboekt en die blijkt heel hoog in Canossa te liggen. We vonden niets in Villafranca-in-Lunigiano zelf.  Twee uur moeten we steil naar omhoog klimmen. 

Heel saai op beton, wel met steeds mooiere uitzichten. Ieder op zijn eigen ritme, dat is de afspraak. 


Alweer een kudde geiten! Hoe lieflijk! Nu met een herderinnetje. De herdershond komt rustig op mij af, loopt mij voorbij en gaat de boerderij binnen. Wat een mooi tafereel denk ik en geniet terwijl ik gestaag klim. 

En dan komt de herdershond samen met een andere hond regelrecht, beiden woest blaffend, op mij af. Ik krimp ineen, maak een foto, draai mij met de rug naar hen, plant mijn stokken gekruist stevig achter mij en blijf stokstijf staan. De geitenhoedster ziet het gebeuren en roept hen streng terug. Gelukkig gehoorzamen ze. Ik heradem en klim verder. 


André wacht halverwege op mij zittend in het gras. Hij heeft blijkbaar lang moeten wachten want zijn spieren zijn verstijfd. Hoffelijk geef ik hem een hand en help hem recht:-) 

Samen gaan we verder en komen uiteindelijk – beiden licht uitgeput –  aan in het kleine, pittoreske gehuchtje Canossa. 


Aan onze rechterzijde zien we een groot, mooi domein ‘Il Castelletto’ dat toebehoort aan een rijke industrieel uit Milaan, links van ons de lieflijk  ingeplande huizen. 

De B&B zelf vinden we maar niks, over het onthaal zijn we helemaal niet te spreken. Het enige restaurant ‘Da Capetta’ is gelukkig open en is echt een aanrader. Je krijgt er de bediening van een sterrenrestaurant en het eten kan je omschrijven als subliem in haar eenvoud. Het uitzicht vanop het terras is grandioos. 


‘s Anderdaags gaan we richting Aulla nu genietend van het dalen in de ochtend. 


De mist hangt in het dal en de zon staat reeds redelijk hoog aan de hemel. 


Onderweg hebben we een aangename ontmoeting met een echtpaar uit Parma die voor hun deur, net voor de oude stadsmuur, aan het genieten is van het uitzicht, terwijl ze een praatje slaan met hun buurman   Zij gezellig nog in haar kamerjas. ‘De mist trekt tegen halftien op, er zijn hier geen muggen, je kan de hele zomer vrij ademen en ‘s nachts koel slapen. De hemel op aarde.’ Dat is in het kort wat ze mij vertellen. 

Voordat we een bar tegenkomen waar we kunnen ontbijten …


… moeten we een 8-tal kilometer lopen, van Canossa tot Barbarasco, daarna nog een 6-tal km tot Aulla … 

… over de rivier Magra waar een beetje water in staat. 

In de Abazzia di San Capriano … 


… worden we hartelijk onthaald door de vriendelijke vrijwilliger met koffie, water en koekjes. 


En nu genieten André en ik van een heerlijke zondagse rust en sturen jullie deze virtuele ‘Baci’ oftewel Italiaanse chocolade kussen. 

Liefs,

Concetta

Mijn locatie .

9 reacties op “Dag 122 en 123 – 24 en 25 september 2016 – van Pontremoli via Canossa tot Aulla – 38 km 

  1. Hi lieve Concetta,
    Sommige foto’s zijn weer adembenemend, waw.
    Af en toe wat hindernissen, maar die worden koelbloedig opgelost, benijd jullie verhalen en leuke, soms minder aangename ervaringen.
    Geniet er maar heel veel af.
    Lieve groeten.

  2. Hello Concetta en Andre,

    Ik ben ook geen musicale hoogvlieger qua zangstem.
    Ik herinner mij nog goed in mijn jeugdjaren dat ik tijdens de muziekles vooraan een refrein moest meezingen. Ik heb het nooit uitgezongen. ‘t is goed Dekeyser, ga maar terug op uw plaats. Daarmee was ik ervan af.
    Blijkbaar zijn er ook Italiaanse furies. Eerlijk gezegd ben ik niet echt een hondenliefhebber. Ze hadden beter die Italiaanse furie aan de ketting gelegd.
    Hier komt stilaan het einde van de lange Indian summer. Het is nog redelijk goed maar de warme temperaturen zijn we kwijt.

    Nog een goede reis verder,

    Jean

  3. Concetta…ik geef toe. Vorige week had ik al eens gemijmerd over de “m_tjes” . Vorig jaar waren de kapelletjes alom aanwezig in jullie verhaal. Herinner je je dat nog ?
    Het leek wel of er een Maria op elke hoek op jullie stond te wachten.
    Vandaag zijn ze dan toch komen opdagen

    • Mieke, de kapelletjes die we tot nog toe tegenkwamen waren onverzorgd, vervallen en totaal niet ontroerend. Gisteren, lees 26 september, hebben we er twee mooie gezien. Verhaal is nog niet geschreven wegens gisteren veel te moe (tocht was zwaar). Vandaag rustdag en ik ga bijschrijven.

      • De pot met blauwe bloemen langs de kant van de weg….ënkele dagen verder in je verhaal…wordt zeker gesmaakt door de 4 Emmetjes. X

  4. Die verdomde honden toch. Gelukki in deschaduw van heet verhaal maar, ik hou er ook niet van. Dat van die zangstem van André had ik wel vermoed. Ben zelf een paar jaren met dat koor bezig geweest en nu, Concetta vertel je medat hij al die tijd komedie speelde. Gelukkig krijg hij nu deskundige begeleiding via Te Lourdes op… Spijtig dat de scheldpartij met die vrouw niet hoorbaar is. Dat moet wel wat geweest zijn: twee furies die… Kan me voorstellen dat André zich uit de voeten maakte. Slaap lekker en tot morgen!

Reacties zijn gesloten.