Dag 120 – 22 september 2016 – van Berceto tot Passo del Monte di Cisa – 10 km

Dit negeren want ik krijg het er niet uitNa een zeer koude nacht in de bungalow van Camping I Pianelli vertrekken we voor de laatste korte, maar steile etappe van Berceto tot de Passo del Monte di Cisa. Toen we hier boekten leek het mij een fantastisch idee. ‘Kijk schatteke’ riep ik enthousiast ‘In Berceto is er een camping! Zou het niet tof zijn om tussendoor nog eens de campingsfeer op te snuiven? ‘s Avonds lekker eten met uitzicht op de omliggende heuvels en dan rustig slapen in een bungalowtje.’

Rustig geslapen hebben we wel. Maar het was zo koud dat we beiden met kleren aan heel dicht tegen elkaar geslapen hebben, ik zelfs met twee paar sokken aan. Er was verwarming, doch enkel in de keuken. 

Het heeft gisteren namiddag quasi de hele tijd geregend en de bar en het restaurant van het complex waren dicht. Zin om naar het dorp te trekken in de regen hadden we niet. In plaats van een dineetje met uitzicht, aten we de restanten uit onze rugzak: droog brood met worst en een dr. Atkins proteïnerijke chocoladereep zonder koffie. Erg was het niet, we hadden ‘s middags goed gegeten. Romantisch evenmin. 

Wel romantisch is de mist die in het dal hangt terwijl wij van de camping richting dorp gaan. 


En ook de dauw die op de spinnenwebben ligt als heel kleine pareltjes. 


Aan de castello staat een metersgrote, gele, gebochelde pelgrim met een vogeltje als symbool van de vrijheid ons welkom te heten. 


Terwijl wij ontbijten stijgt de mist tot boven de toren van de imposante Romaanse 12e eeuwse Dom van Berceto. Dit is het zoveelste mooie dorp op ons pad, met goed verzorgde, fleurige huizen en goedgeluimde, vriendelijke mensen die ons spontaan ‘Buon Camino’ wensen of met hun hand uit de auto zwaaien.  


Van de weervrouw op tv horen we dat overal in Italië kans op regen is, enkel een stuk niet. Helaas ligt dat stuk net aan de andere kant van de berg die wij over moeten. 


De mist breidt zich uit en wij beginnen aan onze dagtocht, eerst door de het dorp met fleurige huisjes en daarna de bosweg op. 


Tijdens onze stretchpauze komen twee olijke jongens voorbij die in dezelfde bar als wij ontbeten. Het zijn de Fransman Guillaume uit La Rochelle en de Italiaan Giorgio uit Trento. Guillaume heeft iets flower-powerachtigs over zich. Het karretje dat hij achter zich heeft, is een Molestine, genoemd naar  de ezel waarmee Stevenson indertijd zijn tocht door de Cevennes maakte.  Giorgio is kok en we beginnen snel over de geneugten van de Italiaanse keuken te praten André’s uitspraak ‘zet twee Italianen samen en ze beginnen over eten’ waar makend. ‘In Italië heeft iedere streek haar eigen pasta. Hier moet je de tortellini gevuld met aardappelen met een saus van getruffeerde champignons eten’ raadt hij mij aan. Dat heb ik gisteren al gedaan en het was inderdaad overheerlijk. ‘En als je in Toscanië bent moet je zeker de bistecca alla Fiorentina eten’ raadt hij de vleesliefhebber André aan, terwijl Guillaime de vegetariër een vies gezicht trekt. ‘Die is minstens 4 cm dik, weegt minimaal 1,4 kilo en is van een Chianina, een kalf die enkel daar gekweekt wordt.’  ‘En de groenten’ gaat hij verder ‘een genot om de gegrilde groenten te eten en de verse spinazie en de …. (zo gaat hij nog even verder).  Het is alleszins een genot om deze jongen vol passie over zijn beroep te horen praten. In maart gaat hij voor één maand naar Paraguay. Eerst nog naar Rome vergezeld van Guillaume die hij vier dagen geleden heeft leren kennen op de Via Francigena. Nadat ze ons ten afscheid hartelijk gekust hebben, gaan ze druk in het Engels pratend verder. Ze doen een 50-tal kilometers per dag.

Hoe hoger we komen, … 


hoe dichter de mist, hoe mysterieuzer het landschap. 


Wat een kunstwerk is deze oude, afstervende kerselaar! Zijn wonden zorgen voor de graffiti op zijn stam. Ik heb iets met bomen. Naast de zuurstof en het materiaal die zij ons leveren voor veel van ons levensbehoeften (kolen, hout, papier, …), is er de energie die zij ons geven. Tijdens een moeilijke fase in mijn leven heb ik mij tot het alternatieve circuit gewend. In Orval is een heel goed centrum. Daar staat een eeuwenoude, immense eik met een enorme energetische kracht. Een heilplaats waar sommige deelnemers gewoon onder gingen staan om zich te laten voeden door die energie. Sommigen omhelsden de boom om de energie dieper te laten doordringen. 


Tijdens een sessie over bomen moesten we ons eigen boom tekenen. Die van mij had diepe wortels en een wijdverbreide kruin, maar de stam had ik heel licht getekend. Dat moest donkerder, steviger, zei de begeleidster. Ik kon dat niet. Het weerspiegelde mijn persoonlijke zwakheid op dat moment en ik wist waaraan ik verder moest werken. 

Mijn mooiste ervaring daar in Orval was evenwel met de Sjamaan. Tijdens een sessie waar hij eerst voor iedereen genezende klanken uit zijn trom toverde, kreeg iedereen een individuele tromgeroffel terwijl we in een kring op de matten lagen. Bedoeling was om de diepliggende, verborgen gevoelens naar boven te halen zodat je die daarna effectief in het gezicht kon kijken en verwerken. Daar waar de anderen na dat individueel tromgeroffel van de dansende, zingende Sjamaan in huilen uitbarstte, begon ik te lachen. Ik lachte een lach die diep binnen in mij zat en die lang niet meer naar buiten gekomen was. Het kind in mij dat hield van dansen, zingen en vrolijk zijn en dat ik lange tijd verwaarloosd had, was terug. Mijn genezingsproces is toen begonnen. 


Terug naar het heden waar deze mooie spinnenweb extra geaccentueerd wordt door de mist. 


André en ik komen aan op het hoogste punt en nemen elk een foto van elkaar die ik achteraf heb samengevoegd. Dit is heel wat minder spectaculair dan onze aankomst aan de top van de Grote Saint Bernard. Maar toen ben ik halfdood aangekomen, heb ‘s nachts gerild van de koorts, heb met twee broeken, drie bloezen aan onder twee dikke dekens gelegen en heb ‘s anderendaags niet kunnen stappen.  Nu kom ik fris en monter aan, heb nergens pijn, klaar voor de afdaling morgen.  Het is wel geen vergelijk. Nu zijn we op 1.200 meter, vorig jaar op 2.500 meter. 


‘Zijn we teruggelopen naar Cassio’ denk ik bij aankomst aan de Ostello del Monte di Cisa. De buitenkant ziet er hetzelfde uit. Achteraf verneem ik dat deze twee Ostelli uitgebaat worden door dezelfde coöperatie. Het zijn oude huizen waar vroeger de wegenwerkers wonden en die zij gerestaureerd hebben. . 


De binnenkant is totaal anders. Het ademt het een soort oude grandeur uit. 

Marie-Louise van Habsburg, bekend als vrouw van Napoleon, had hier in de 19e eeuw haar jachthuis tijdens diens verbanning naar Elba. Haar minnaars in deze streek zouden ontelbaar geweest zijn. 

Kiko komt aan, een Japanse die vroeger echte grote bergtochten maakte. Nu kan zij niet meer zoveel op haar rug dragen en doet de Camino. Zij laat me de brief zien die zij naar haar vriendin in Japan aan het schrijven is. Heerlijk ouderwets zegt ze mij, terwijl ik ijverig op mijn smartphone dit verslag aan het tokkelen ben. ‘Tja, dat is waar’ denk ik, maar ik neem mij voor toch te blijven bloggen alhoewel haar brief met Japanse letters echt pure kunst is om naar te kijken want lezen kan ik het niet. 

Kiko komt samen aan met de Duitser Thomas aan die zij enkele dagen geleden heeft leren kennen.  Het klikte en ze stappen nu samen verder. 

De laatste pelgrim die aankomt is Paulo uit Milaan. Hij spreekt Engels zonder accent, is zeer charmant en intelligent en ziet er aristocratisch uit vinden zowel André als ik. Hij doet elk jaar een stukje van de Francigena en is quasi rond. 


Samen eten we in de gezellige dagzaal, verwarmd door de gietijzeren kachel van begin 1900, ooit nog eigendom van de grootmoeder van Cristina, de uitbaatster van deze Ostello die heerlijk voor ons kookt. 


Net als deze wilde orchidee (denk toch dat het een orchidee is) hoog op de Monte di Cisa bloeit als fleurige bloem tussen groen en bruin, bloeien op paden van de Via Francigena vele vriendschappen, ontstaan er nieuwe liefdes en verdiepen oudere liefdes zoals  bvb die van André en mij…


… en bieden mooie toekomstperspectieven, even mooi als het zicht uit de ramen van onze Ostello. 

Liefs,

Concetta

PS: er was geen internetverbinding mogelijk gisteren. Daarom verschijnt dit verslag wat later dan anders. 

Mijn locatie .

10 reacties op “Dag 120 – 22 september 2016 – van Berceto tot Passo del Monte di Cisa – 10 km

  1. Eindelijk, onze computer heeft de zoveelste blackout doorlopen en gelukkig hebben wij veel info terug kunnen oppikken.
    Nu zijn we eindelijk zover met het genieten van jullie al dan te hete of te natte poezie. Prachtig toch om ons zo te laten meegenieten.
    Anderzijds zijn wij er wat triestig van : jullie wandelen 750 km en wij zijn al een bankje aan het zoeken na 30 minuten en denken dat wij toch een beetje flink zijn.
    En André je hiel houdt goed stand, volhouden zo. Zoniet op één been lopen en elke dag het andere dan doen ze toch maar de helft van de tocht. Een foto daarvan zullen we dan inkaderen.
    Naast het boek dat jullie zeker moeten publiceren zou een dagelijks rapport op TVL zeker een uitstekend idee zijn en veel beter dan het gezaag over de noord-zuid, de tram enz. Jullie doen het, terwijl de politici hier pallaberen en denken dat ze goed bezig zijn.
    De hondengeschiedenis is ontroerend. André is zeker ook een hondenfluisteraar, hij is toch van vele markten en beroepen thuis. Het deed ons denken aan Hannibal, maar junnie nemen toch liever een trapte dan een prikkeldraad.
    Vanmorgen hebben we hier de eerste dauw gezien, alhoewel vaan mensen hier misschien wat vroeger uit hun ogen zien.
    Nog veel gezellige ontmoetingen en vergezichten : wij genieten er daarna ook verder van.
    Groetjes

    • Dag Piet
      Bedankt voor de reactie. Wij doen ons best en de hiel doet het tot heden. Een oudere dokter zei dat ik er dagelijks na het lopen ijs moet opzetten en dit helpt. Wij zijn al een flink eind gevorderd en gaan morgen richting Siena waar wij overmorgen aankomen. Zo hopen wij begin november in Rome te zijn , als het God belieft zou mijn vader gezegd hebben.
      Blij van je gehoord te hebben Piet groetjes

  2. Concetta en André,
    Proficiat voor het volhouden: hitte, regen, nachtelijke kou. Maar natuurlijke de vele, vele positieve ervaringen. De natuur zo dichtbij : rondom jullie en in je wezen.
    De vele mooie mensen die je ontmoet. En het intense in jezelf en tussen jullie twee.
    De herfsttijloos bloeit nu in onze tuin massaal. Wordt ook “Naakte begijn” genoemd omdat ze zonder groene blaadjes bloeit. Is de bloem afgestorven dan komen de groene bladeren uit de grond.
    De merels die hier veelvuldig onze tuin bevolkten zijn verdwenen. We vonden er 2 dood op de oprit. Er schijnt een ziekte onder de merels te zijn. Spijtig.
    Er fladderen wel vele vlinders op de bloemen voor het stuifmeel.
    Stel het wel en we duimen voor nog vele aangename kilometers en ontmoetingen!
    M&M

  3. Concetta….je hebt me weer eens geraakt. Het mistige parcour met de prachtigste foto’s, je energetische boom en je diepe, bevrijdende lach .
    X

  4. Hallo Concetta, weer een prachtig verhaal. Ik durf er bijna niet op reageren, ik ben niet zo taalvaardig als jij. Ik vroeg mij al af wie heeft die foto van hen beide gemaakt? Maar ja de techniek hè , als men er maar kan mee werken. Wat die wilde orchidee betreft, die ken ik wel. Hadden ze vroeger in de tuin staan. Het is herfsttijloos. Nog een prachtige reis voor jullie beide.

      • Hoop dat je mijn reacties op dit epos nog krijgt. Had hier problemen met de heilige Miscrosoftius. Ontroerend verhaal vandaag vooral de passage over de ‘bomen’ en de brijdende lach. Ik ga gerust slapen, wanneer ik weet dat al die goden waken over het voetenheil van André. Prachtig kunstwerk met die pelgriM
        Appetijtelijk Italiaans weekend!

Reacties zijn gesloten.