Dag 119 – 21 september 2016 – van Cassio naar Berceto -12 km

Vandaag 21 september begint de astronomische herfst en André is in zijn nopjes! Hij houdt van de verkleuring van de bladeren die, na het vallen, een prachtig, zacht tapijt onder zijn voeten vormen en van de geur van vochtige gezelligheid. Al van in augustus begint hij de herfst al te voelen. Te vroeg, vind ik die maximaal de zomer wil vasthouden. 


Gisternamiddag heeft het fel geregend en de ochtend is mistig en lijkt alleszins herfstig. Geen wolkenformaties maar een heel wolkendek overkoepelt Cassio, een karaktervol middeleeuws dorpje met 150 inwoners die leven van de landbouw of werken in de naburige  grotere dorpen. De rode geraniums geven mij wel nog een zomers gevoel. 

Ik heb vannacht weer intens en akelig gedroomd. Een duivelsachtig, doch charismatisch figuur (type Jack Nicholson) probeerde een onschuldig meisje (type ik in mijn jonge jaren) te verleiden. Ik weet niet of het hem gelukt is want ik werd te vroeg wakker. 


Andrea, de uitbater van de Ostello Via Francigena, vertelt – terwijl hij een stempel in ons pelgrimsboekje zet – over de pijn in zijn heup. Die is zo fel aan het worden dat hij besloten heeft toch voor een prothese te gaan ondanks zijn – voor zoiets toch – jonge leeftijd van 59 jaar. ‘Maar hoe moet dat dan met de opvang van de pelgrims’ vraagt hij zich af. Hij doet hier alles zelf.  De Ostello is heel proper en hij heeft heel veel aandacht voor zijn interieur. ‘De mensen moeten zich thuis voelen ‘ is zijn motto en die maakt hij waar. Zijn enig vertier is de bar 100 meter verder. Op zijn voordeur hangt trouwens ‘Als ik niet hier ben, vind je mij in de bar’ met een pijl richting bar. 

In die bar – die ook trattoria, gazettewinkeltje en nog vanalles is – hebben wij gisteren lekker gegeten en gebabbeld met de enige pelgrim die ook hier is, een Duitser uit Nürnberg die heel lange etappes maakt. 


Daar gaan we vanmorgen ook ontbijten. Michele, de baas, snijdt de proschiutto voor ons broodje vers met de snijmachine. ‘Tiens, hij lijkt op Jack Nicholson!’ merk ik op terwijl ik bovenstaande foto maak en hem in profiel zie. 


Ik ga even naar buiten terwijl Michele onze tweede cappuccino klaarmaakt om wat foto’s van de buitenkant van het gebouw te maken. Tevergeefs zoek ik naar de naam en vraag die aan de drie mannen die buiten staan te babbelen. ‘I Salti del Diavolo’ zeggen ze terwijl ze naar het uithangbord rechts van het gebouw wijzen. ‘De Sprongen van de Duivel’ is dit vertaald naar het Nederlands. 

De oudste vertelt met een ernstig/dramatisch grijns op zijn gezicht ‘Je moet oppassen want hier dwaalt soms de duivel rond. Een monnik/eremiet heeft de duivel indertijd verjaagd met niets anders dan een klein kruisje. De Duivel is toen met grote sprongen weggelopen. Met zijn klauwen heeft hij zich nog een tijdje vastgehouden aan een hoge rots. De sporen zijn nu nog te zien op die rots hier iets verder.’  De anderen knikken instemmend. ‘Je moet daar zeker naar gaan kijken, maar niet alleen hé, want je weet maar nooit’ voegt er eentje aan toe. Ik vraag aan dezelfde mannen of de fresco’s die in de kerk hangen de moeite waard zijn. Maar dat weet hij niet, de anderen ook niet. Daar komen ze nooit. ‘De duivel is interessanter’ grinniken ze. 

Pfff.   Heb ik gisteren toch onbewust de naam van de bar geregistreerd en is Michele daarom als duivel in mijn dromen gedrongen? Het moet wel. 

Bij het verlaten van Cassio zie ik een pancarte met informatie over de rots met de sporen die op de Via Scalpellini te bezichtigen is.  In realiteit zijn de ‘sporen’ gevormd door erosie, de legende is inderdaad die van de duivel. De Via Francigena komt er niet en dus zal ik de Duivelse Rots een andere keer moeten gaan bekijken. 


Het miezert wat en we trekken onze regentenue aan. Snel nadat we uit de Ostello zijn, kunnen we al een bosweg op. Het oranje van de regenhoes van de rugzak van André matcht perfect met de oranje bessen in de bomen. 

André heeft zijn aversie voor de Italiaanse versie van zijn naam overwonnen (‘dat is toch vrouwelijk?!’) en stelt zich sinds enkele dagen doodleuk als Andrea voor. In het Grieks betekent Andreas trouwens ‘de mannelijk, de moedige’ én Andreas was de eerste discipel van Jezus van Nazareth, daarna werd hij apostel en martelaar. 


Als een oranje stip in de verte loopt André vandaag voor mij uit,  soms dichterbij, soms verder af. Eerst loopt hij een dik uur altijd naar omhoog. Toch steil, dat had ik vandaag niet verwacht. Hij gaat van 800 meter in Cassio, 

… terwijl ik foto’s maak van de mistige schoonheid van de omliggende natuur, tot 914 in Casteloncchio, 

… terwijl ik bewonderend kijk naar deze reeds verkleurde kastanjeboom. 

Zo mooi kan ook een aangetast mens zijn, zolang hij zijn wortels maar diep in de grond laat en zijn armen wijd openspreidt om de lichtheid van het bestaan op te vangen. 


… hij wandelt langs mij terwijl de zon de wolken probeert te doorbreken. We praten wat bij over de actualiteit (o.a. de laatste capriolen van Trump en het uit de N-VA stappen door Vuye en Wouters) en discussiëren over het Spaanse woord ‘Haciënda’ en het Italiaanse ‘Azienda’. Afgeleiden van elkaar met dezelfde betekenis, stelt André. Neen, het eerste is een bouwstijl, het tweede duidt op een bedrijvigheid, meen ik.

De oranje stip stijgt verder voorbij achtergelaten meubelstukken, terwijl ik er een stilleven van een Eremiet in zie die op de foto moet. 


Aan Monte Marino stopt hij om mij te wijzen op het feit dat we hier op het hoogste punt van onze wandeling vandaag zijn. 


Ik vind op dat hoogste punt de lucht prachtig tussen de oranje bessen door. 


Dan begint de oranje stip te dalen. 


‘Oef, we zijn er’ denk ik want ik zie Berceto aan mijn rechterkant liggen. Telkens André Berceto uitspreekt met de Vlaamde ‘c’ verbeter ik hem. Het moet uitgesproken worden als ‘tje’.  Hij. die niet kan uitstaan dat bvb. de Franse stad Nancy op z’n Engels wordt uitgesproken, stelt dat het niet uitmaakt hoe Berceto uitgesproken wordt, als je het maar verstaat.  


Maar we zijn er nog niet. Hij klimt over diverse hekken. 


Ik dus ook. Heel de dag word ik geïnspireerd door de natuur tot gedachten, ideeën, woorden die tot zinnen uitgroeien, zinnen die ik vanavond wil opschrijven. Slechts 1/10e schrijf ik effectief op, de rest gaat met de zachte bries mee, net als het zoute zweet op mijn blote armen.  


Net voor we Berceto instappen, ontmoeten we San Moderanno die hier abt was in 800. ‘Hij was ook bisschop in Rennes’ zeg ik tegen André, alle letters van Rennes effectief uitsprekend. ‘Dat is Rennes’ pareert hij, terwijl hij Ren uitspreekt. ‘Ach ja, in ‘t Frans moet het wel correct zijn’ kan ik niet nalaten op te merken. 


In restaurant Rino eten we een heerlijke pelgrimslunch, echt lekker dat moet gezegd. We werden bediend door een ober die rechtstreeks uit Zweinstein, de school voor hekserij en Hocus-pocus van Harry Potter,  bleek te komen en die duidelijk niet akkoord was met de norse houding van zijn baas, de eigenaar.  Uit wraak moesten wij van hem de koffies niet betalen. Misschien heeft hij zijn baas achteraf tot pad omgetoverd? Het zou mij niet verwonderen. 


En dan volg ik de oranje stip in de gietende regen verder tot in Camping I Panelli waar we een bungalow gehuurd hebben. 

Hij heeft de weg gewezen, ik ben gevolgd. Hij is de man, het hoofd van ons gezin. Ik ben de vrouw, de nek van ons gezin. Laat het hoofd maar gaan, want hij kan toch enkel gaan naar waar de nek zich draait. Een vrouwelijke Russische wijsheid vandaag op de Via Francigena toegepast. 

Liefs,

Concetta


Mijn locatie .

11 reacties op “Dag 119 – 21 september 2016 – van Cassio naar Berceto -12 km

  1. Concetta en André,

    Ik heb weer mateloos genoten van jullie verslag en foto’s.
    Andre zet er nogal een vaart op. Gelukkig had hij een rood jasje aan.
    Dat werkt als een rode Lap op een stier, waarmee ik niet wil zeggen Concetta dat ge een stier bent hé :-).
    Ik denk dat Andre u elke nacht wakker maakt. Iedere persoon droomt ‘s nachts maar de meeste mensen weten ‘s morgens niet meer over wat ze gedroomd hebben.
    Die legende over de duivel is ook geweldig. Een goede raad altijd een kruis meenemen, men kan maar op zekerheid spelen.
    ‘t is wel straf dat men naar Italië moet gaan om een Russisch gezegde te horen.
    Kan me moeilijk voorstellen dat de vrouw daar het voor het zeggen heeft. Poetin heeft daar de touwtjes in handen.
    Zo te horen hebben jullie daar een herfstgevoel. Momenteel zitten wij nog met een nazomer.

    Nog vele groetjes,

    Jean

  2. Mooi, mooi, mooi.
    Ik had niet gedacht dat jullie tijdens de pelgrimstocht de Belgische politiek zouden volgen.
    Tot schrijfs.
    Bernard

  3. Concetta, van uw “schrijfsels” is het toch echt genieten. Zoals je nu de verkleurde boom vergeleek met een getekende mens, gewoonweg prachtig! Denk er toch maar eens over na om jullie voettocht als hij ten einde is uit te brengen in boek :-). Maar niet te snel he, we willen hier eerst nog heel lang genieten terwijl hier de bomen ook langzaam beginnen verkleuren :-) Ben ook benieuwd hoe uw nachtmerries verder zullen verlopen: twee verhalen in mekaar, de voettocht en de nachtmerries…. Spannend….. Groeten en geniet verder van alles en iedereen wat op jullie pad komt, Christine

    • Ach, die dromen vanCpncetta! Eigenlijk vermoed ik dat die perlgrimstocht van jullie onder de hoge beschrming van alle goeden uit het Pantheon bestaat, daarergens op de Olympos of een vergelijkbare berg in Italië of Sicilië (!) Als ik jullie zie klauteren op hevels en smalle paadjes, de weg vinden via poortjes en primitieve trapjes dan krijgen jullie van mij de god
      Hermes en die is in de eerste plaats de god van de reizigers maar ook van de slaap en de dromen. Het is een omnipotente – valente rekel die fratsen uithaalt en zelfs lier en fluit uitgevonden heeft. Vanddar het optimisme dat jullie dit jaar vergezelt. Hij moet zeker Andre inspireren om die rotwegjes te vindenen, de beste slaaplaatsen en proviand voor de pelgrims. Je mag er ook een andere Roomse god op plakken, Weet niet of die zo efficiënt zijn maar ik heb er een paar: Bona van Pisa, speciaal voor de pelgrims, Wilfridus, de Baardheilige, tegen kommer en kwel en liefdesverdriet en dan voor voor André de weinig bekende maar efficiënte Gerlachus van Houthem die men aanroept tegen ontstekngen aan de voet. Zo zie je maar. Ze zijn er maar jullie hebben ze zeker niet nodig. Tot morgen.

      • Dag Herman. Wij laten inderdaad ons laten begeleiden door geheimzinnige krachten wat ze ook zijn. Die Gerlachus van Hauthem kende ik nog niet. Nochtans iemand van bij de deur , die voor mij nog heel nuttig kan zijn .
        Wat heerlijk je dagelijkse reflex

Reacties zijn gesloten.