Epiloog

Er gebeurde iets belangrijks voor mij op onze laatste stapdag, nu net een week geleden, waar ik toen nog niet over kon schrijven, nu lukt het al wat beter. Dat lees je in deze epiloog, alsook – heel in het kort – hoe de afgelopen week verliep.

1 november 2016

Bepakt en bezakt lopen we langs de drukke via Cassia.

Volgens de pelgrimsaanduiding op het klein huisje rechts van ons, lopen we in de juiste richting.


Alsook volgens de zon die pal voor ons staat …


… én volgens de legale richtingaanwijzers.

Het is 1 november, Allerheiligen, een feestdag. Daarom hebben we besloten de officiële weg te volgen uit onze gids – die via de Via Triomfale loopt – en niet de vele raadgevingen te volgen van anderen om alternatieve wegen te nemen.

Het is echter nog op de via Cassia dat ‘Hét’ gebeurt, nog geen 2 kilometer verwijderd van onze verblijfplaats in La Storta.

Ik loop gelaten en blijgezind achter André aan. Geen greintje vermoeidheid in mijn lichaam.  geen enkele bezwarende gedachte in mijn hoofd. Net of ik het Nirvana, het absolute niets (of is het het absolute alles?) bereikt heb. Ik loop gewoon verbazend licht te lopen, zonder meer.

Ineens word ik  gewaar dat de lichtheid komt doordat ik niet alleen loop.

Vlak achter mij, zwevend op een tweetal centimeters boven mijn schouders, voel ik aan iedere zijde twee zachte, lensvormige wolkjes, wiens briesjes mij voortduwen. Ze maken me intens gelukkig, alhoewel zij mijn diep verdriet zijn.

In de richting vanwaar de zon schijnt, waar André voor mij uitloopt, zweeft een lieflijk figuurtje voor mij uit. Ik schat haar 5 à 6 jaar.  Ze leunt tegen iets. Kan blijkbaar niet goed op haar benen staan. Ze heeft mooie, halflange, blonde pijpenkrulletjes zoals mijn oudste broer Felice had toen hij klein was, blauwe, schitterende ogen zoals die van mijn zus Maria en een pezig, atletische lichaam zonder zen grammetje vet zoals die van mijn middelste broer Pino. Haar kleedje is zwart met een wit colletje en knoopjes tot in de taille. In haar oren draagt ze kleine, ronde, gouden oorringetje en aan haar voeten korte, witte stokjes kant afgebiest en knappe, witte lakschoentjes met riempje. Haar karakter is dat van mijn jongste broer Roberto. Dat merk ik direct in haar blik: heel bedachtzaam en diplomatisch gewoon je eigen ding doen.  In haar halsje staan rode striemen. Ik voel die striemen in mijn hals duwen. Ze benemen mij de adem.


‘Hier kunnen we weg van de Via Triomfale naar een rustiger wegje’ zegt André. Ik ruk mij met tegenzin uit mijn intense gevoelswereld en volg hem. Op de hoek is een bloemenwinkel met een chrysanten voor de deur.

De rustige weg blijkt totaal overwoekerd en we moeten terug op de – ondanks de feestdag – redelijk drukke Via Triomfale.

Voor mij is het evenwel heel fijn want de 4 wolkachtige wezentjes komen terug langs mij zweven, langs beide zijden, een tweetal centimeters boven mijn schouders. Blijkbaar waren ze in de winkel bij de chrysanten blijven wachten. Het lichte briesje dat ze verspreiden, duwt mij weer vooruit en ik stap gemakkelijk en licht verder.
‘Zijn jullie het?’ vraag ik hen, eindelijk begrijpend. ‘Ja, na Radicofani – waar je beseft hebt dat jouw intens innerlijk verdriet van ons kwam – is het tijd dat wij vieren eens met jou te praten’ zeggen ze in mijn hoofd, pratend als met één stem.

André ziet mij wenen, neemt mij mee een koffie drinken, vraagt wat hij kan doen. Ik kan hem met moeite uitleggen wat er aan het gebeuren is in mijn gevoelsleven. Zeg dat het te maken heeft met mijn Radicofaans-besef en dat hij mij maar even gewoon moet laten doen. Dat doet hij.

Terwijl we verder richting Rome lopen, heb ik een ongewoon gesprek met mijn 4 nooit-geboren broers of zussen.

‘Waarom denk je dat wij het slecht stellen? Heb je dan nooit begrepen hoe erg vooral mama geleden heeft, zowel lichamelijk als psychisch? Toch heeft ze altijd van ons gehouden én ons op haar manier gemist.’

‘Waarom sprak ze er dan nooit over? Waarom werkte ze alles op mij uit?’ kaats ik terug. ‘Jij was dan ook de enige van haar kinderen die oud genoeg was om alles wat er gebeurde, te beseffen. Ze werkte haar frustraties teveel op jou uit alhoewel ze ook van jou ontzettend hield. Dat was haar manier om ermee om te gaan.’

En zo gaan we een hele tijd verder. Ze brengen me ook aan het lachen,  de zieltjes van mijn nooit-geboren broers en zussen.

‘En Rosaria, zegt die nooit iets?’ vraag ik hen. Ze kijken alle vier medelijdend naar het in zwart-wit gehulde, lieflijke figuurtje dat voor ons uit zweeft – net achter André. ‘Neen, sinds ze bij haar geboorte door de vroedvrouw gewurgd werd in haar eigen navelstreng, heeft ze geen woord gezegd. De vroedvrouw wist nochtans dat ze in stuit lag, toch wou ze niet dat er een dokter bij gehaald werd. Papa en de hele familie zijn toen heel kwaad op haar geweest.’

En zo gaan we nog een tijdje verder. Heel veel dingen die mij dwars liggen, bespreek ik met hen.  Zij antwoorden steeds wijs en opbouwend.


Terwijl we Rome binnenstappen en de Porta Angelica van het Vaticaan naderen – waar we ineens oog in oog staan met medepelgrims Patrick en Joan De Saegher en hun vrouwen – verlaten ze mij met de wijze woorden: ‘Rouw nu maar een tijdje voor ons, want dat heb je nog niet kunnen doen, en laat ons dan los. Ook Rosaria moet je loslaten, anders blijft die met haar navelstreng rond haar nek in je geheugen geprint en zal ze nooit duchtig adem kunnen halen en jij ook niet.’

‘Let it be’ zeggen ze mij dus, net als the Beatles eerder op deze reis. Net als mijn wijze dochter Charlotte mij al zo dikwijls gezegd heeft.


Mijn intense vreugde en euforie bij aankomst op het Sint-Pietersplein was niet enkel de vreugde van de aankomst met de blijde weerzien van Charlotte en Aline en Marjo. Het had voor mij een nog een hele, dikke, dikke laag meer.

2 en 3 november : Rome met Charlotte 

We zijn erg moe André en ik. Toch slaagt de guitige Charlotte erin ons  mee te tornen. En het treft mij weer, hoe mooi Rome wel is, al kom ik er voor de zoveelste keer.


In Trastevere vinden we een kerk waar je nog echte kaarsen kan branden. In de meeste kerken in Rome zijn overal ledkaarsen en dat vind ik niet ‘echt’. En zeker niet echt genoeg voor ons Emmetjes en voor Rosina – die het heel goed. stelt trouwens, ik heb haar op haar verjaardag geteisterd door ‘Happy Birthday’ door de telefoon te zingen. Bij gebrek aan grote kaarsen, hebben we heel veel kleine kaarsjes aangestoken voor Santa Maria dell’Orto. De kerk stond bijna in brand!!


Een heel gedoe is het geweest om ons ‘getuigschrift’ in het Vaticaan af te halen. Door de security moesten we..


… voorbij de Zwitserse garde …


… om in de ‘Heilige Bureau’ het vast te krijgen. Geen ‘zet je even’, geen tasje koffie, geen schouderklopje. Gewoon op de gang wachten tot we een Latijnse tekst in ons handen kregen gedrukt, die wij niet kunnen lezen.


Kijk, het was echt per ongeluk! Toen ik mij bukte om een foto te maken van onze getuigschriften – op de grond in de gang van het Heilig Bureau –  in combinatie met onze pelgrimsboekjes met stempels (we hebben er ieder twee omdat eentje onvoldoende was voor 161 stempels), ontsnapt er mij een redelijk luid windje. Echt, echt, het was per ongeluk. Maar ik vond het geweldig en moest mij inhouden om niet luidop te lachen. Want dit is net wat Vaticaanstad volgens mij verdient: zo’n pover onthaal na 161 dagen pelgrimeren. Vinden jullie dat ook niet?


Tijdens onze moeder-dochter-namiddag, gooien Charlotte en ik uiteraard een muntje in het Trevi-fontein …


… en drinken – na alles gezien te hebben dat we wilden zien (o.a. kwijlen voor de vitrines in de Via Condotti waar tegenwoordig blijkbaar alleen Chinezen kunnen kopen) – een Aperol Spritz tegenover het Pantheon.

4 november 2016


In Spessa staat onze auto er nog! En hij start zonder problemen.


We rijden naar Orio Litta waar Pierluigi mij persoonlijk mijn 3,2 kg wegend achtergelaten pakket met kleren overhandigt.

5 november 2016 

In Vignate, een voorstad van Milaan, krijgen we een warm onthaal van mijn Milanese familie én krijgen Alexander te zien. Het baby’tje waarvan ik hoopte dat hij op mijn verjaardag zou geboren worden. Het werd een dag later.


7 en 8 november 2016: Bad Bellingen

Even kuren in het warmste gebied van Duitsland. Heerlijk relaxen in de warmwaterbron van 38,4 graden. zweten in de verschillende sauna’s, diep ademhalen in de grot met zeezout én lekker eten.

Morgen, 9 november 2016, rijden we met plezier naar huis met een rugzak vol mooie herinneringen en diepe inzichten.

Veel liefs en tot een volgende tocht misschien?

Concetta


Mijn locatie Bad Bellingen, Baden-Württemberg, Germany.

Dag 161 – 1 november 2016 – van La Storta tot Sint-Pietersplein in Vaticaanstad – 19 km

Kort bericht en enkele foto’s voor de niet-Facebook-gebruikers (want die weten het al). 


Wij, slowpelgrims, zijn – na 161 dagen en 2.250 km stappen –  op het Sint-Pietersplein aangekomen op 1 november 2016 om 14u50. 


Een ontvangstcomité mét bubbels was aanwezig… 

.. en ook nog met heel veel knuffels… 


… zelfgemaakte kransen én attesten!


Wat een heerlijke reis, wat een heerlijke aankomst, wat een heerlijke momenten, wat een heerlijke … meer komt er op dit moment niet uit mij. Heb gewoon zin om te dansen en de hele wereld te omarmen. 

Dank aan jullie allen, voor het volgen, voor de steun, voor het feit dat jullie er zijn en voor nog veel meer. 

Liefs,

Concetta

Mijn locatie Italy.

Dag 160 – 31 oktober 2016 – van Formello naar La Storta – 15 km

 

Heel vroeg zijn we al op zoek naar ontbijt in Formello. Onze biologische klok staat nog op zomeruur, vandaar. 


Één bar is gelukkig al open maar er zijn nog geen broodjes te krijgen. We ontbijten dan maar met een croissant en een stukje taart en gaan op stap richting La Storta, onze laatste halte voor de eeuwige stad Rome. 


Formello is weerom een prachtige ontdekking op deze weg. Een plaats waar we anders nooit zouden komen en die een bezoek meer dan waard is. 


Dit is de Palazzo Chigi op de Piazza San Lorenzo.  Achterin zie je de toren van de Chiesa San Lorenzo. In de Palazzo is de zeer mooie Ostello voor pelgrims. We logeren er niet maar zijn er wel binnengesprongrn gisterenavond. De zeer sympathieke hospitaliero heeft ons rondgeleid én een alternatieve route uitgelegd voor de tocht naar La Storta, de onder pelgrims volgens mij meest besproken stuk weg op de Via Francigena. 


We hebben er genoten van het prachtig uitzicht … 


… van de mooie pelgrimsschilderijen die er tentoongesteld zijn .. 


… hebben de trap genomen tot de toren waar iedere trede een etappe van de Via Francigena voorstelt, van Canterbury tot hier in Formello…

… en keken vandaar uit op de daken van Formello tot in Rome. 


Via de zeer goed onderhouden straatjes van het historisch centrum, verlaten we Formello … 


… via de vele trappen van de ‘Salita della Porta dei Piedi’ naar beneden. 


Een heel mooie ontspannen tocht vandaag. We lopen stukken samen en stukken apart. Ik ben op een bepaald moment een WhatsApp aan het intikken voor Charlotte.  Haar goede reis wensen voor haar vliegreis naar Rome. Daardoor merk ik een afslag naar links niet op, doe minstens één kilometer te veel. En één kilometer terug te veel wanneer ik op mijn schreden terugkeer. André wacht inmiddels al een hele tijd op de plaats waar we moeten beslissen welke weg we verder nemen. 


We hebben honger. Doordat we vanmorgen te vroeg weg gingen uit Formello, hebben we geen broodjes voor onderweg kunnen kopen. Gelukkig hebben we nog wat Godiva-chocolade!  Cadeautje van Aline en Marjo waar we zeker nu heel blij mee zijn!


Het schattig gelegen watervalletje dat we tegenkomen is omgeven door gronden waar allerlei Etruskische vondsten recent zijn gebeurd.


De Agrarische Faculteit van de Universiteit bewerkt er grote lappen gronden. 

Voordat we compleet uitgehongerd aan tafel konden zitten, hebben we onze beentjes alweer heftig moeten laten klimmen, voorbij de wijk met prachtige residenties in de Isola Farnese. 

Wij logeren in de bescheidener nieuwe wijk met vele appartementsgebouwen. 


Daar lig ik in het dakappartement na de deugddoende douche wat te rusten .. 


… terwijl mijn poppemieke Charlotte het vliegtuig neemt richting Rome. 

Ik heb mijn grijze uitgroei bijgekleurd gisteren, André heeft onze schoenen opgeblonken. ‘Op z’n paasbest willen we aankomen op Allerheiligen’ schertste André gisteren met Charlotte. 

En zo zal het zijn!

Afspraak met haar en Aline en Marjo is op het Sint Pietersplein aan de grote obelisk, tussen de twee grote fonteinen omstreeks 15 uur. Ook de paus komt rond dat uur terug uit Zweden . 

Liefs,

Concetta

Mijn locatie Rome, Lazio, Italy.

Dag 155/156/157/158 – 27 t.e.m 30 oktober 2016 – van Vetralla via Capranica, Monterosi, Campagnano di Roma naar Formello – 62 km

Met zeven zijn we, de gasten van de zusters Benedictijnen van Vetralla. Zes pelgrims en één gast die hier al drie maanden verblijft omdat ze alleen is en momenteel niet goed voor haar eigen kan zorgen (haar kinderen wonen ver). Ze ontbijt in haar kamerjas en heeft haar vaste plaats aan tafel. Een soort alternatief rusthuis is dit voor haar.

Of ze vannacht wakker is geworden van de donder en de bliksem en het geluid van de  maaimachine die omstreeks halfvijf buiten werkzaamheden aan het uitvoeren was, wil ik weten. Ik moet de vraag een paar keer herhalen voor ik antwoord krijg. ‘Neen, ik neem een slaappil en dan slaap ik de ganse nacht door’ zegt ze nog steeds slaperig.

De pelgrims zijn wél allemaal diverse keren wakker geworden. Het strafste verhaal is van Marjo want die lag, volgens hem, met zijn hoofd buiten waardoor hij, volgens hemzelf alweer, alles veel beter gehoord heeft. ‘Marjo, hoe kunt ge nu in een kloosterkamer met zo dikke muren met uw hoofd buiten slapen?’ corrigeert Aline. ‘Ja, toch met mijn hoofd heel dicht tegen de buitenmuur en nadat je het raam hebt geopend, leek het of ik buiten sliep, waardoor ik alles heel goed gehoord heb’ verduidelijkt hij. Enfin, de stilte die ik verwacht had binnen de kloostermuren is er vannacht alleszins niet geweest.


Strenge kloosterzusters zijn er evenmin. Integendeel, Suor Maria Benedictina uit Kongo, heeft zo’n hoog knuffelgehalte (wat ik spontaan een paar keer doe, de eerste keer weet ze niet goed hoe zich te houden, de volgende keren houdt ze me zelf heerlijk lang vast terwijl ze zegt ‘Wij zijn zusters, wij twee’) en stevige, ronde knijpwangetjes (waar ik zachtjes met de rug van mijn hand over streel want knijpen durf ik niet).


De allerschattigste zuster ooit neemt voor de kloosterkerk deze foto van ons viertjes en dan stappen we uit het klooster, de wijde wereld in voor een gezamenlijke driedaagse avontuur op de Via Francigena.


Kijk, vandaag vier kleine mensjes die gek doen voor de spiegel ipv twee!

Ik ben heel blij dat Aline en Marjo er zijn, echt waar. Speciaal afkomen om met ons mee te wandelen ondanks Marjo’s acute rugpijn: fantastisch! Vorig jaar waren ze trouwens ook afgekomen. Helaas hadden wij toen net onze reis afgebroken en hebben ze alleen rondgetoerd op wat ze dachten dat onze weg was – de Via Francigena – maar de weg van Sint Franciscus bleek.

Maar ik maak me toch wat zorgen.

Ik ken Aline nu al dik zes jaar en wij komen zeer goed overeen. Toffe, creatieve madam wiens mening ik erg respecteer. Een vrouw met een helder psychologisch inzicht en het vermogen om steeds naar het goede van een situatie te zoeken. André kent Marjo al meer dan 60 jaar. Een vriend die als een broer voor hem is. Een vriend waar je altijd op kunt rekenen. Een vriend zoals iedereen er eentje zou moeten hebben. Ik apprecieer hem ook enorm. Zijn enthousiasme en energie kunnen heel aanstekelijk zijn (heel soms heeft hij eerlijk gezegd wel de neiging tot overdrijven) en hij heeft een verdragende, redelijk autoritaire stem (die hem zeer van nut is in zijn succesvolle professionele bezigheden).

Waarover ik mij dan zorgen maak? Over mijn eigen reacties tijdens deze driedaagse.

Ik ben namelijk wat hooggevoelig én licht misofonisch (een afkeer voor geluid dat geproduceerd wordt door andere mensen zoals smakken, snuiven, klikken met iets scherps op de harde vloer, te luid praten. …. ). Wanneer ik erg moe ben (zoals nu) en snak naar het alleenzijn om tot rust te komen, kan elk bijkomend onaangenaam geluid of opgelegde druk mij de kast opjagen. André kent deze problematiek en probeert ermee te leven. Niet altijd makkelijk hoor. Momenteel stoort bijvoorbeeld het voortdurend luid klikken van zijn wandelstokken op beton mij enorm. Ik loop dan ver achter, iets buiten hoorafstand en dan is het voor mij te doen. Ik weet dat dit verschrikkelijk pietleuterig klinkt, maar voor mij zijn de tikjes telkens speldenprikken in mijn hoofd. Een realiteit waar ik mee moet leven.

Maar ik ga mij erover zetten! Mijn moeheid is dankzij de rustdag in Viterbo wat verminderd, toch ga ik goed op mijzelf moeten passen wil ik Rome halen.

En daar gaan we! Eerste dag richting Capranica. Als eerste biezondere attractie als kersverse pelgrims krijgen Aline en Marjo gratis en voor niets een heel hazelnotenbos voor de voeten geworpen.

We smullen samen van de niet verboden, gezonde noten…

… nemen foto’s  van elkaar o.a. daar waar in het hazelnotenbos de restanten staan van een abdij en een necropolis. 
Ik zie hoe zij genieten en voel mij kompleet ontspannen. Dit gaat goed!


Tijd voor ons dagelijks moment in de Dom van Capranica: aan ons Emmetjes denken (alsook aan de mensen die mij persoonlijk verzocht hebben om onderweg voor hen te bidden!), doen we ook samen met onze twee vrienden. Dit hoort erbij!


Capranica zelf vinden we alle vier niet spectaculair. Weerom een historisch centrum van Etruskische oorsprong, maar met weinig animo binnenin, beetje doods zelfs. Marjo is zo enthousiast over zijn eerste dag op de Via Francigena dat hij met plezier twee glazen zure wijn in de plaatselijke bar opdrinkt en heel enthousiast enkele, enfin ettelijke keren. vertelt hoe heerlijk hij het vindt om bij ons te zijn. Zijn rugpijn waardoor hij deze morgen met tranen in de ogen aan het ontbijt verscheen, heeft geen roet in het eten gestrooid.  Gelukkig!

Het zicht op het dorpje dat we achter ons laten, wordt naarmate de klim naar onze B&B Monticelli vordert, mooier en mooier.


Wel in de wolken zijn we van onze B&B Monticelli. Daar krijgen we een subliem diner klaargemaakt door de charmante eigenaar-architect-kok Paulo zelf. De bruschetta’s en de pasta waarin hij de hazelnoten – waarin we de ganse dag in gedwaald hebben – in verwerkt heeft, zijn lekker. Maar zijn ‘pollo allo buione’ is gewoonweg verrukkelijk. Ik troggel het recept af. Voor een gezellige avond thuis met Aline en Marjo, kijkend naar de nieuwe film over de Via Francigena en dit gerecht etend.


Francesco, de zoon van Paulo, gaat inmiddels in gevecht met de ‘mantide religiosa‘ (bidsprinkhaan) die in de klaarstaande koffers van Aline en Marjo wil kruipen. SloWays transporteert hun koffers van verblijfplaats naar verblijfplaats omdat Marjo absoluut verbod heeft gekregen van zijn osteopaat om iets op zijn rug te dragen. Een zeer goede oplossing.


Op naar Sutri vandaag! Marjo is terug op de been gekrikt. Alweer verscheen hij vanmorgen mankend aan het ontbijt. Ik dacht zeker dat hij zich samen met zijn koffers zou laten transporteren naar Monterosi. Maar neen, dapper gaat hij mee op weg.


Via een sprookjesachtig bos lopen we tot Sutri, een  plaatsje dat mij via diverse wegen als ‘zeker de tijd voor nemen’ bestempeld werd. Een heerlijke morgen! We genieten alle vier met volle teugen.


Aan de Torre San Paolo aangekomen, loopt er ineens van alles mis.

André is een beetje boos omdat we de wegwijzers naar onder gevolgd hebben, daar waar zijn gps naar boven wees. Blijkbaar heeft hij de uitleg van Paolo niet goed verstaan, maar die heeft gewoon gezegd dat we goed de wegwijzers moeten volgen. Aline wil naar het veld omdat volgens haar een ‘Parco‘ een park is en die ligt logischer wijze en per definitie in het groen.

Ik wil gewoon de wegwijzers volgen naar ‘Parco Regionale dell’Antichissima Città di Sutri’, en probeer André en Aline te overtuigen. Aline volgt mij uiteindelijk wantrouwig. André en Marjo lopen wat mokkend achter ons aan. ‘We gaan geen tijd verliezen aan bezichtigingen, we moeten nog 15 km doen’ stellen de twee dikke vrienden eensgezind. Ik word hier zo moe van!  Deze tocht moest mij tot rust brengen, niet opjagen. Deze tocht wou ik alleen doen om mijn eigen weg te kunnen volgen en tot mijzelf te komen. Ik begin van binnen geïrriteerd te raken. ‘Niet doen’ berisp ik mijzelf ‘gewoon laten gebeuren. Je bent nu eenmaal niet alleen, net zomin als in het echte leven.’

Na een snelle lunch, besluiten we te splitsen.

De jongens gaan gewoon de weg volgen.

De meisjes gaan naar de Mitreo, de kerk van ‘Santa Maria del Parto’ (OLV van de bevalling).

Deze in 300 voor Christus in turfsteen uitgehouwen plaats, was oorspronkelijk een begraafplaats van de Etrusken, daarna een Heidense aanbiddingsplaats voor hun Zonnegod Mitra en later een Christelijke Kerk die de hele ruimte met fresco’s liet beschilderen.  Wat een apart gevoel gaf dat zeg!

Heel speciaal is de fresco met de pelgrims die beschermd worden tegen de boogschutter door een stier die de pijl terug naar de boogschutter zelf kaatst.


Ik voelde mij er als in een zachte cocon gedompeld. In dit kleine oord waar het begin van iets aanbeden werd, zowel door heidenen (de opkomst van de zon) als door christenen (de bevalling). Het deed mij iets.


Iets verderop staat het Romeins Amfitheater. Die is volledig uit een rotsblok van turf uitgehouwen tussen de 1e eeuw voor en de 1e eeuw na Christus.


Bij aankomst in Monterosi raken Aline en ik in de ban van de grote trossen dikke kiwi’s in een tuin. Carlo, de eigenaar, interpreteert onze blikken als ‘wij willen een kiwi’ en komt uitleggen dat de kiwi’s er wel groot uitzien, maar nog niet zoet zijn. ‘ Het moet eerst heel koud worden, dan pas worden kiwi’s zoet’ verontschuldigt hij zich ‘maar ik wil wel eentje voor jullie plukken dan kunnen jullie dat zelf vaststellen.’ Wat een lieverd!  Het kerkje achter Carlo was vroeger hun familiekerkje, nu is het een opslagplaats. ‘Hier tegenover is mijn ouderlijk huis, al van 1868.’  Zo gaat hij nog een hele tijd verder. We maken ons er uiteindelijk los van en net wanneer we verder het dorp in willen gaan, zien we in de verte …


… ‘tiens, zijn dat onze mannen’. Dat kan toch niet. ‘De bus genomen’ begroeten ze ons. ‘Helemaal niet’ ‘Dan hebben jullie de kortere weg genomen’. ‘We hebben gewoon de pijltjes gevolgd’ zeggen we gewoon naar waarheid.


In de bar, waar we een lekker fris pintje gaan drinken, kunnen de jongens hun pret niet op. Ze hebben 15 km lang lekker onder elkaar kunnen tretteren. Geen vrouw die hen vroeg om te stoppen met 20 keer hetzelfde te zeggen. Zij doen dat al zo van kindsbeen af en vinden het zoooo leuk.


Aline en ik denken er het onze van, zijn heel blij met ons eigen tocht van de dag en vinden het  geweldig dat onze mannen zich goed geamuseerd hebben. ‘Het zijn echt twee dezelfde’ smoezelen we tegen elkaar ‘daarom dat ze zo dikke vrienden blijven.’


We moeten op zoek naar onze verblijfplaats hier in Monterosi. Ik zet de gps van mijn smartphone aan. Aline en ik volgen de lus die de gps beschrijft: eerst naar beneden, dan naar omhoog en dan naar links afslaan. We zijn halverwege wanneer we merken dat onze mannen niet willen volgen. Neen, ze blijven voor de bar staan. Oei, de gps slaat eerst tilt, wijst dan terug naar boven, naar waar onze mannen gewoon de straat oversteken. Aline en ik lachen ons een breuk, laten ons eerst gedwee door Marjo en André leiden, verder naar boven, dat blijkt helemaal verkeerd, vragen dan aan een bloemenwinkelierster eerst naar de naam van de bloemen die daar staan (wij hebben die in het wild gezien) en dan naar de straat waar we moeten zijn, dat blijkt terug naar beneden te zijn en doen dan wat mannen doen in zulke situatie: hardnekkig de gps blijven volgen en sneller lopen zonder om te kijken.  De mannen volgen ons uiteindelijk hoofdschuddend, samenzweerderig. Zie bewijs op de selfie hierboven. Nu zitten we weldegelijk op de juiste weg.


Een heel gelijkvloers appartement voor ons viertjes hebben we ter beschikking. Marjo mag de kamer kiezen want hij heeft een hard bed nodig voor zijn zere rug. Hij en Aline kiezen resoluut voor de kamer met twee aparte bedjes. Wij vragen nog uitdrukkelijk of het bed goed is. ‘Ja, ja, nemen jullie maar de kamer met de tweepersoonsbed’ stellen ze uitdrukkelijk.

‘s Nachts kan Marjo niet slapen in het veel te zachte bed. Begint rond te lopen, legt zich op de bank in de living. André wordt wakker ‘Zijn er inbrekers?’ is zijn grote bezorgdheid en kan niet meer terug in slaap vallen. Aline en ik hebben niets gehoord, hebben goed doorgeslapen en zijn kakelfris ‘s morgens. Onze mannen niet. Marjo heeft weer ontzettend pijn, André is erg moe.

Een mooie zonnige dag kondigt zich aan in Monterosi. Het XVIe eeuws kerkje van San Giuseppe pronkt op het pleintje omgeven door de blauw lucht, de groene bomen en het mooie roze ochtendgloren. 
Vandaag een echt Italiaans ontbijt in een bar. De volledige pelgrimsexperience krijgen Aline en Marjo op drie dagen.


En dan trekken we richting Campagnano di Roma. Een korte tocht van 15 km. Onze mannen hebben het moeilijk vandaag, maar stappen heel dapper mee.

Kleine kringwolkjes sieren de hemel. Het heeft iets speciaals.

Aan de ingang van het Parco Valle  del Trejo staat een affiche met de volgende tekst. ‘Verdwenen Vrouwelijk Zwijn van lichte kleur met donkere vlekken, wegende 250 kilo, luisterend naar de naam Luli. Zij is via de omheining ontsnapt tussen 10 en 17 septenber. Wij smeken diegenen die haar vindt ons te contacteren vermits het om gaat een bij het ASL van Regnano Flaminio onder fiscaal nummer 058RM100 geregistreerd dier, die nog niet voorzien is van een oorring. Dit dier is niet bestemd voor de beenhouwer omdat het huiselijk is opgevoed als een hond. Wij smeken diegene die haar vindt ons te contacteren op nr…  Een beloning is voorzien, natuurlijk enkel indien het nog leeft.’ Verder in het park hangt de affiche nog meerdere keren. Wij vinden de tekst gewoonweg hilarisch. Lezen het meermaals met groeiende verbazing.


‘Liggen de watervallen van de Monte Gelato op onze weg?’ willen Aline en ik weten uit nieuwsgierigheid. ‘Ik wil niet afwijken van de weg’ stelt Marjo ‘mijn rug doet pijn’. Wouden wij helemaal niet afwijken, gewoon weten of we er effectief langskomen of niet. Ik reageer wet heftig, André vindt dat niet lief van mij. 

Dan wil ik even aan deze Agriturismo – die een klein beetje van de weg ligt – gaan kijken of we iets kunnen drinken.


Ze volgen, Marjo en André, maar zijn er niet gelukkig mee. Ik begrijp het. Ze zijn beiden moe enworstelen  met pijnen, de ene met zijn rug, de andere met zijn hiel,  die zich opnieuw laat voelen wanneer we een bepaald aantal km  per dag overschrijden.

We trekken dan maar gewoon verder door de Monte Gelato, eigenlijk klimmen, want het is redelijk steil.


Kijk hoe Aline zich volledig in de pelgrimswereld heeft ingewerkt! De pijl wijst rechts naar Rome, maar de Via Francigena naar links en ze gaat naar links. In enkele dagen tijd heeft ze de zoektocht naar logica’s opgegeven en geeft zich over aan de wil van de pelgrimsweg.

Kijk hoe onze twee vrienden gelaten de leidensweg van een pelgrim ondergaan: na een lange tocht, de steile klim naar het dorp afleggen op zoek naar eten en drank. Dit hoort er bij!

Kijk hoe ze in vervoering zijn van de plaatselijke bezienswaardigheden, zoals echte pelgrims: gelukkig zijn met wat op je weg komt. 

En kijk, hier in de ‘discount van het varken’ is het gezocht vrouwelijk zwijn waarschijnlijk te koop, in stukjes en in worstjes, helaas niet levend. 

In hotel Benigny gaan we op zoek naar een hard bed voor Marjo. Gelukkig vinden we die en door de rust gepaard met de schoenbindkunst van vrouwtje Aline, kan Marjo na een paar uurtjes rust, terug mee op pad. 

Castagano di Roma! We zijn alle vier blij verrast door dit aangenaam dorpje. We hadden eigenlijk vanaf hier gewoon lelijke voorsteden verwacht.  

We toasten op onze laatste avond samen op de pelgrimsroute met een Aperol Spritz, een toast op onze vriendschap. Marjo is weerom heel enthousiast en vertelt ettelijke keren hoe blij hij is en hoe veel hij ervan geniet. Daarna gaan we eten, ik word steeds moeër en Marjo vertelt opnieuw en opnieuw hoe geweldig hij alles vindt. En ik ben enerzijds zo gelukkig en blij dat hij het zo leuk heeft gehad, maar ik zou echt willen dat hij nu stopt met dat te zeggen. En dan bestelt hij pasta vongole die blijkbaar waanzinnig lekker zijn, om je vingers van af te likken, wat hij luidruchtig doet bijgestaan door Aline. Al mijn stoppen slaan door. Ik wil rust, ik wil stilte om mij heen. Gelukkig wil iedereen vroeg gaan slapen en kan ik mijzelf in de hand houden. 

‘s Morgens, het is zondag 30 april, zitten André en ik iets na halfacht aan het ontbijt. Ineens begint alles te bewegen onder ons. De schuim van de cappuccino op onze tafel wipt mee. Een aardbeving! Ik duizel en ben nog niet helemaal bekomen wanneer Aline en Marjo binnen komen. Marjo begint heel luid te praten en uit te leggen en ik kan niet meer. Vraag of hij aub wat stiller kan zijn, zeker nu. Hij is ontdaan. Ik voel mij er niet goed bij en leg hem mijn probleem uit: hooggevoelig en misofonisch. Ze begrijpen mij, Aline en Marjo. We praten het uit en ik ben opgelucht alhoewel boos op mijzelf dat ik mij niet heb kunnen inhouden.

Na het ontbijt zet de hotelbaas de TV terug op die ik afgezet had toen ik als eerste de ontbijtzaal binnenkwam. Met verbazing kijken Aline en ik naar wat er gebeurd is o.a. in Nurcia. Belangrijke kathedraal is  ingestort. Er worden nog schokken verwacht. 

We nemen ontroerd afscheid van elkaar. Marjo en ik, wij zijn closer geworden ondanks of misschien dankzij onze kleine botsingen. Aline en ik, wij begrijpen elkaar nog beter. André en Marjo, die blijven de dikke vrienden die ze al sinds jaar en dag zijn.

André en ik zijn vandaag tot Formello gestapt, slechts 9 km. Zoals afgesproken hebben we grotendeels apart gelopen. Rust en wat alleen zijn, dat had ik broodnodig. En ik heb het gekregen. Zalig! Geen discussie erover gehad. Gewoon blij geweest toen we elkaar in Formello terugzagen. Samen lunchen we gezellig en ontspannen  in een pittoresk zaakje met de aria’s van La Traviata van Verdi op de achtergrond. Wij groeien, iedere dag een beetje meer.


In het Santuario van Maria del Sorbo heb ik een heel diepgaand gesprek met padre Umberto gehad. Direct to the point. Ik moest mij niet schamen voor mijn tranen zei hij mij. Goede raad heb ik gekregen. Steeds klaarder zie ik in mijzelf. Wat er gezegd is, blijft tussen hem en mij.

Vanuit de toren van de Palazzo Chigi hebben we tijdens de valavond een prachtig zicht tot in Rome, 32 km verder.

Nog twee dagen en we zijn er! Alhoewel, mijn Zia Maria van Milaan heeft gebeld en ze zou het liefst hebben dat we onmiddellijk terug naar huis gaan of ten minste eventjes bij haar in Milaan gaan schuilen. ‘È troppo perocoloso’ (te gevaarlijk) jammerde ze aan de telefoon.

Duimen jullie voor ons? Zowel dat de terremoto ons niet verzwelgt, als dat ik mijzelf voldoende in de hand gehouden krijg om minzaam met André (wiens hielen nu toch parten beginnen te spelen) tot in Rome te geraken, waar hopelijk Aline en Marjo (ondanks mijn beetje moeilijk gedrag) zoals afgesproken samen met mijn dochter Charlotte, op ons staan te wachten aan de obelisk, tussen de twee identieke fonteinen op het Sint-Pietersplein.

Liefs,

Concetta

 

Mijn locatie Formello, Lazio, Italy.